Het afgelopen decennium is een nieuw journalistiek genre ontstaan: de gamejournalistiek. Steeds meer media schrijven over games. Maar hoe kijken de verantwoordelijke journalisten aan tegen elkaar en de wereld om hen heen? In deze maandelijkse rubriek komen ze aan het woord, in vijf vragen. Rolf Venema, die sinds enkele jaren bij De Telegraaf werkt, trapt af.
Hein: Hoe bevalt het om gamejournalist te zijn? Het lijkt mij een droombaan. Is dat zo?
Rolf: “Het is inderdaad een droombaan. Ik heb van mijn hobby mijn werk gemaakt. Vervelen doet het nog steeds niet, ook niet na 4,5 jaar. Ik vind het nog steeds geweldig. Na mijn opleiding journalistiek in Zwolle ben ik meteen aan de slag gegaan bij De Telegraaf. Ik liep hier stage en ze hadden blijkbaar iemand nodig.”
Is de gamepers kritisch en onafhankelijk genoeg?
“Ik kan alleen voor mezelf spreken. Ik ben onafhankelijk genoeg, vind ik. Want ik werk op een redactie waar we niet afhankelijk zijn van gameadvertenties voor inkomen. Soms stoor ik me weleens aan medewerkers van gameuitgeverijen die vragen hoeveel coverage ik kan garanderen als ze mij een vette perstrip aanbieden. Ik snap dat het voor gespecialiseerde bladen zo werkt, maar ik werk op een krant, dus ik kan niks garanderen. Soms is er gewoon nieuws dat belangrijker is en dan wordt een artikel ingekort of geschrapt. Toch is het belangrijkste dat ik ook op dit vlak met de pr-mensen samenwerk. Want ik wil wel op perstrip, maar ga niets garanderen. Dat is anders wanneer een publisher een primeur heeft. Dan plaats ik die natuurlijk op onze site of in de krant, maar ik spreek niets af over de lengte of de inhoud van het stuk.”
Veel Nederlandse en Vlaamse gamemagazines beperken zich tot reviews en previews. Vind je dit een gemiste kans of begrijp je het wel?
“Waar ik mij op richt is het volgende: ik probeer zoveel mogelijk uit te leggen. Zo wil ik mijn artikelen ook interessant maken voor mensen die niet gamen. Dus gebruik ik zo min mogelijk gametermen in de krant. Over Red Dead Redemption zal ik dus niet schrijven dat het een ‘sandboxgame’ is met een ‘uniek coversysteem’. Niet omdat de Telegraaflezer dom is, maar omdat-ie de termen niet kent. Dit hoeft niet ten koste te gaan van de diepgang.”
Hoe diep wil je gaan?
“Ik had een keer een vrij diepgaand interview met Hideo Kojima over zijn revolutionaire ideeën. Toen was het voor mij zaak om die duidelijk te maken aan de lezer zonder te technisch te worden. Het is lastig ‘hard nieuws’ te vinden omdat ik zo ver van de bronnen in Amerika en Japan af zit. Bijna alles wat ik weet krijg ik van pr-mensen. Maar dat betekent niet dat ik alles zomaar overkalk. Tussen gamenieuws en mij zitten soms vijftien lagen pr. Daarom bel ik liever de uitgever zelf. Zo krijg ik toch af en toe een leuk nieuwtje.”
Hoe zie jij de toekomst van de gamejournalistiek in Nederland?
“De markt van de hardcore gamejournalistiek is verzadigd in Nederland. Gamekings en Power Unlimited hebben de zaken heel goed aangepakt, daar heb ik veel respect voor. Maar daardoor zit de markt wel een beetje op slot. Wil je nu een nieuw blad beginnen, dan moet je concurreren met magazines als Power Unlimited en PC Gameplay. Daar is geen beginnen aan. De Nederlandse markt is gewoon te klein voor bijvoorbeeld een Nederlandstalige versie van Edge. Toch zal er steeds meer aandacht komen voor games, want steeds meer mensen hebben een spelcomputer. Dus de rek is er nog lang niet uit.”
Volgende maand spreekt Hein Baks met JJ Belderok.
