Zelden zulke uiteenlopende recensies gezien als bij Creative Assembly’s nieuwste hakfestijn Viking: Battle for Asgard. De Nederlandse pers loopt met de game weg, de internationale pers doet dat wat minder: hier wordt gestrooid met achten en zelfs een 90 van de Power Unlimited, elders krijgt het spel regelmatig een karig zesje. Om maar te zwijgen over de 3,3 van 1UP. Waar ligt de waarheid?
Die vraag is niet zomaar te beantwoorden, maar één ding is wel duidelijk: niet bij 1UP in ieder geval. De reviewer in kwestie weet het spel in minder dan zeshonderd woorden tot op het bot af te kraken, maar vergeet daarbij een heel belangrijk onderdeel te melden: spelplezier!
Nee, het verhaal evenals de setting haalt het nergens bij het fantastische God of War, dat is waar. Het Scandinavische sausje waarbij ook Noorse mythologie van stal gehaald wordt weet inderdaad niet zo te grijpen als het Griekse onderonsje met Kratos en de Goden uit de God of War-reeks. Zoveel is zeker. Net zo min als dat het spel de lat voor grafische pracht hoger zal leggen. Want hoewel het er allemaal prima uitziet, is Viking geen spel om je vrienden te overtuigen van de visuele kracht van de console. Ook dat is helemaal waar. Dat het spel bovendien enorm rechtlijnig is en geen enkele vorm van free-roaming kent (ook al lijkt dat wel zo), weet bij vele reviewers ook geen goeds te doen.

Maar moet dat dan eigenlijk ook altijd? Moet een spel perse grenzen verleggen, records verbreken en als het even kan stempels drukken op de geschiedenis van gaming? Ik weet wel zeker van niet en ik weet ook zeker dat ontwikkelaar Creative Assembly dat ook van mening is. Viking is niets minder dan een tussendoortje, een warmhoudertje totdat het spellenseizoen pas echt losbarst, maar dat maakt het spel er niet minder om.
Integendeel, als er één spel is dat momenteel bestempeld mag worden als een sleeper-hit, dan is het Viking wel. Een bescheiden hitje wellicht, maar daarom niet minder leuk. Juist datgene is ook de belangrijkste factor van het spel, die leukigheid. Leuk is altijd een lastig te definiëren woord, want wat is ‘leuk’ nou eigenlijk? Welnu, daar heb ik nu een antwoord voor: Viking. Misschien niet een antwoord wat je zou kunnen gebruiken bij je oma of docent Nederlands, maar een mede-gamer zou je prima begrijpen.
En de reden daarvoor is eigenlijk heel simpel: het hakt zo lekker weg. Voor het verhaal hoef je het niet te doen, daar heeft iedereen gelijk in (één van de veelgehoorde kritieken waar ik me wél in kan vinden). Het verhaaltje van Hel, de godin van de onderwereld die verbannen is uit Asgard en op wraak zint. Hoe ze dat doet? Door rotzooi te schoppen in de wereld van de mensen genaamd Midgard! Ik zal het dan alvast maar verklappen: Viking is een spel zonder enige plottwisten, dieper uitgewerkte verhaallijnen of maatschappijkritische ondertoon. Tja, daar win je inderdaad ook geen prijzen mee.

Hoofdpersoon Skarin mag daarnaast ook op geen enkele manier in de schaduw staan van de eerdergenoemde Kratos, want waar de laatste nog enig karakterontwikkeling heeft, heeft men bij Creative Assembly geen enkele poging gedaan om datzelfde te doen bij Skarin. Je hakt, prikt, zaagt, slaat, mept, beukt en red vastgebonden Vikingen en dat is het wel zo’n beetje. Dat de Noorse mythologie erbij gehaald wordt is tof, maar het spel stort niet ineens in elkaar als je dat wegdenkt.
Grote troef van het spel daarentegen, is het vechtsysteem. Daar draait Viking werkelijk om en dat proef je gelijk. Met het kleinste gemak weet je de ruigste moves zo uit je mouw te schudden, dit alles zonder dat het spel te snel of onoverzichtelijk wordt. Ondanks dat de gevechten enorm massaal overkomen (duidelijk een trekje uit de Total War-serie waarin je complete legers kunt besturen) weet Viking altijd zo te spelen dat jij degene bent die de touwtjes in handen heeft.
Als een geoliede oorlogsmachine kun je als Skarin door het level heen wandelen en letterlijk elke vijandige soldaat stuk voor stuk een kopje kleiner maken. Bloed, ingewanden en andere ranzigheden worden hier niet geschuwd, wat het vechten eigenlijk alleen nog maar lekkerder maakt. Hop, daar vliegt weer een arm door de lucht. Woesj, daar rolt weer een hoofd weg. Krak, daar breekt weer een been. Hou je van mensen ontleden, dan heb je aan Viking in ieder geval een hele aardige.

Voordeel is ook dat het spel haast geen laadtijden kent (behalve bij het opstarten dan), waardoor een eventueel sterfgeval niet onmiddellijk betekent dat je minutenlang uit de actie bent. Binnen een mum van tijd sta je weer op de dezelfde plek als waar je doodging en kun je weer verder gaan met het naar hartelust hakken en zagen van vijanden. En ja, dat voelt goed, keer op keer. Op het verslavende af haast. En let wel: verslavend op een goede manier, mijnheer Bakker!
Is dat misschien hetgeen wat veel reviewers over het hoofd zagen: ongecompliceerd vermaak? Voor een spel waar eigenlijk best veel aan schort, weet Viking toch vaak genoeg dat prettige gevoel in je buik op te wekken. Het kan zijn dat een hoop reviewers dat gevoel niet meer kunnen krijgen door een overkill aan gespeelde spellen (of hooguit bij het spelen van de grootste toppers). Feit is wel: de gemiddelde hack&slash-fan zal dat geen barst uitmaken. De reacties op de bizarre 3,3 van 1UP spreken dan ook boekdelen. Ook op Metacritic scoort het spel bij de gamers een stuk beter dan bij de pers en dan hebben we het nog niet eens gehad over ‘ons’ Nederlandse gamepubliek dat Viking: Battle for Asgard ook zeker weet te waarderen. Het is geen God of War, maar wat het doet, doet het helemaal goed.