Binnen het racegenre zijn er tegenwoordig nog maar weinig spellen die je ook buiten afgesloten asfaltcircuits* laten scheuren. Jaren geleden kwamen we nog om in de World Rally Championships, spellen rond rallycoureurs Tommi Mäkinen en Richard Burns en zaten er zelfs rallyparcoursen in Gran Turismo. Tegenwoordig staat er nog maar één overeind: de reeks van Colin McRae, die twee jaar geleden om het leven kwam bij een tragisch helikopterongeluk. Is Colin McRae: Dirt 2 een waardige hommage aan de populaire rallylegende?
Eerlijk gezegd liep ik pas een paar dagen voor de release van Dirt 2 een beetje warm voor het spel. Niet zozeer voor de game zelf, maar voor het sterke racegameseizoen dat Dirt 2 inluidde. Daarvoor deed het me niets: voorganger Colin McRae: Dirt was op zich een toffe racegame, al voelde het spel voor mij wat ongepolijst aan. Race Driver: Grid, de semi-voorganger en circuitracer, was een nerveuze en houterige racegame, die het vooral moest hebben van het ‘rauwe’ imago van autoracen. Vooral het feit dat Dirt 2 óók zo’n stoer imago leek te moeten hebben, deed me pas op het laatste moment besluiten het spel een kans te geven.
Meeliften met een stuntman
Qua timing zit Dirt 2 gebakken: net op het moment dat Codemasters een set (overwegend Amerikaanse) rallyhelden contracteerde om prominent in het spel aanwezig te zijn, ontstond er een kleine rage op het gebied van gymkhana. Een soort dressuur met rallyauto’s. Ken Block, uitgerekend één van die Amerikaanse rallyhelden in Dirt 2, vergaarde wereldfaam op YouTube door als een dolleman door een haven te scheuren en de meest belachelijke stunts uit te voeren. Dat deed hij nog eens dunnetjes over in een aflevering van het populaire autotelevisieprogramma Top Gear. Deze optredens gaven PR-machine van Codemasters al genoeg materiaal om het nieuwe rallyspel te promoten. Toeval? Vast niet.
Het eerste dat opvalt als je Dirt 2 opstart, is de Amerikaanse stijl van de presentatie. ‘Amerikaans’ betekent hier: schreeuwerige logo’s, een soundtrack met keiharde poprock en een overmaat aan voiceovers van de eerder genoemde rallyhelden. Het zorgt ervoor dat sommige racepuristen het spel al uit het raam willen slingeren vóór ze nog maar één meter gereden hebben. Ook het feit dat de helft van alle races in het spel gereden worden met racetrucks, buggy’s en dergelijke, zal traditionele fans van de oorspronkelijke Colin McRae Rally-games tegen de borst stuiten. Je zou je serieus gaan afvragen wat de naam van de rallylegende nog in de titel van Dirt 2 doet. Sterker nog: de game heeft alleen in Europa het voorvoegsel Colin McRae! De rest van de wereld moet het Dirt 2 doen.
Gelukkig blijkt al snel dat de andere helft van het spel die Amerikaanse toestanden aardig compenseert. Hoewel de game niet over de officiële World Rally Championship-licentie beschikt, heeft Codemasters zelf een verzameling zeer variërende stages in elkaar geknutseld, variërend van circuits door steden als London en Tokyo (voor de ultracompetitieve rallycrossraces) tot nauwe bergpaden en uitgestrekte woestijnen. Met de racetrucks wordt overwegend in brede arena’s geracet, waardoor je het gros van de omgevingen per rallyauto onveilig mag maken.
Waar voor je geld
Op die manier ontvouwt Dirt 2 zich al snel als een dubbelzijdig off-road racespel: enerzijds stelt het Amerika-minded gamers tevreden, door het racen met trucks en buggies én tegen rallycoryfeeën als Ken Block en Dave Mirra mogelijk te maken. Liefhebbers van het ‘echte rallyrijden’ kunnen ook prima aan hun trekken komen – de verdeling tussen racen in trucks of buggy’s en het echte rallyrijden is ongeveer gelijk. Alles bij elkaar een slimme zet, zeker omdat het je al gauw twintig uur kost om de helft van het spel te voltooien. Daardoor krijgen ruimdenkende gamers al helemaal veel waar voor hun geld.
Afgezien van het feit dat het spel je zelf laat kiezen welke races je wel en niet wilt doen, is de opbouw van Dirt 2 een beetje onwennig. Je bepaalt zelf welke auto’s je aanschaft en gebruikt, maar het kost extra geld om ze op hogere niveaus te mogen gebruiken. Hierdoor dwingt het spel je min of meer om je per klasse tot één of enkele auto’s te beperken. De enige manier om alle modellen te kunnen gebruiken, is door te grinden – op zich geen enorm vervelende opgave in een racespel (onder het motto ‘oefenen moet je toch wel’), maar desondanks wel een storende factor.
Het zelf kunnen aanpassen van het moeilijkheidsniveau is echter een gouden greep. Er zijn zes verschillende niveaus, variërend van ‘iedereen-kan-races-winnen’ tot ‘dat-wordt-weinig-slapen-vannacht-voor-die-eerste-plaats’. Daarmee is het spel prima geschikt is voor alle doelgroepen. Het geeft ook de kwaliteit van de physics engine aan: een realistische abstractie van rallyracen, zonder dat het ook maar een moment te ‘arcade-achtig’ aanvoelt. Laat het ook een les zijn voor Codemasters: dezelfde (EGO-) engine functioneerde in Race Driver: Grid juist voor geen meter, waarmee het verschil tussen rally- en circuitracegames maar al te duidelijk wordt.
Beter dan op televisie
Als je net een rallyproef of -race voltooid hebt weet het spel nog een troefkaart te spelen: de replays. Als Gran Turismo 5: Prologue hét spel is om je vrienden te laten zien hoe realistisch en mooi games kunnen zijn, dan is Colin McRae: Dirt 2 dé game om te laten zien wat virtuele dynamiek is. Als het puur zou gaan om het spektakel van auto’s die met dik 140 kilometer per uur over stoffige bergpaadjes sjezen, konden RTL 7 en Eurosport beter wedstrijden uit Dirt 2 uitzenden dan echte rally’s. Niet overtuigd? Bekijk de actie maar eens met eigen ogen. En nog een keer.
Dat geeft tevens aan dat het spel audiovisueel prima in orde is: zowel de omgevingen als de automodellen zien er verzorgd en gedetailleerd uit, inclusief overtuigende schademodellen en in-cockpit camerastandpunten. Wel ergerde ik me een beetje aan de bruine waas die over het spel hangt. Op zich past het nog wel bij het ‘dirty’ thema van het spel, het is in ieder geval een stuk minder storend dan in de eerste Dirt en Race Driver: Grid. Ook de motorgeluiden verdienen een pluim, al is het jammer dat ze gedurende het spel vaak overstemd worden door gebrabbel van de (wederom veelal Amerikaanse) rallycoureurs.
Toch had ik al snel het gevoel had dat ik dit spel te snel alweer in de kast zou leggen, en er vervolgens nooit meer naar om zou kijken. De onlinemodus van Dirt 2 is weliswaar behoorlijk gevarieerd (al hield mijn vaste online racegamegroep er al na een week mee op) en Codemasters houdt nu zelfs periodiek speciale toernooien om het spel langer leuk te houden. Toch zag ik niet in hoe de gameplay langer dan een week of twee leuk kon blijven. Het leek me allemaal toch iets te eentonig. Ik zat ernaast: gedurende de afgelopen vijf weken heb ik het spel regelmatig opnieuw opgepakt. De ene keer voor een korte sessie tussendoor, andere keren heb ik er hele avonden mee gevuld. Hoewel ik inmiddels alle noemenswaardige dingen van het spel wel heb gezien, zit ik qua percentage amper op de helft van voltooiing.
Een waardige hommage?
Concluderend is de kwaliteit van Colin McRae: Dirt 2 vooral afhankelijk van smaak. Heb je het totaal niet op de schreeuwerige, typisch Amerikaanse presentatie van het spel, dan kun je het beter links laten liggen. Heb je daar echter geen moeite mee, óf ben je bereid om erdoor heen te kijken, dan staat er een behoorlijk gevarieerde en gepolijste off-road race-ervaring op je te wachten. Een mooie aanvulling op het realistische asfaltracespektakel dat Forza Motorsport 3 en Gran Turismo 5 de komende tijd aanbieden dus. Colin McRae kan goedkeurend toekijken op Dirt 2 vanuit de autosporthemel, zeker als hij daar alleen gewend was om rallyactie via Eurosport te zien.
*: Sommige rally’s worden weliswaar ook op asfaltwegen verreden, maar ik gebruik hier de termen ‘asfaltcircuits’ en ‘off-road’ om het verschil aan te geven tussen autosport in het algemeen en de rallytak, die voor het grootste deel beoefend wordt op bijvoorbeeld gravel en sneeuw.




