In deze rubriek discussiëren David Nieborg en Niels ‘t Hooft over gamegerelateerde kwesties. Dit keer mailen ze over persberichten. Lees eerst deel 1 en deel 2.

Ha David,
Tof dat jij wel het Google-veldwerk hebt gedaan om te kijken hoeveel sites dat vermaledijde Dawn of War-persbericht eigenlijk hebben overgenomen. Negen stuks!
Ergens diep in mij vind ik het verrassend en verschrikkelijk dat het er zoveel zijn. Tegelijk treedt meteen het relativeringsmechanisme in werking dat me beschermt tegen de verhalen die, als ik er te hard over zou nadenken, ervoor zouden zorgen dat ik van pure ellende nooit meer mijn bed uit kom. Verkrachtingen in Afrika: ach, ver van mijn bed. Oorlog in de Gazastrook: te ingewikkeld om op te lossen. De recessie: die zal aan mijn huisje wel voorbij gaan. En die beroerde persberichten dus. Er is een reden waarom ze worden gemaakt, er is een reden waarom ze worden overgenomen, er is een reden waarom ze worden gelezen. Heus.
Eerst het maken van slechte persberichten. Dit is het makkelijkst te relativeren. Waarom zouden bedrijven tevreden zijn met een barely leesbare, half vertaalde, haast lachwekkende mails aan journalisten? Simpel: omdat je met een kwartiertje klaar bent met het componeren van je tekst, je het bericht met één muisklik door je volautomatische mailsysteem pompt en het aan de eind van de dag op fucking negen sites staat. Dat zijn meer eyeballs van gewillige gamers dan een banner van een paar duizend euro.
En dan vinden we het met z’n allen gek dat het lastig is om een (van advertentie-inkomsten afhankelijk) magazine of website draaiende te houden in een klein land als Nederland. Waarom zou THQ adverteren in GMR als het ook wat systeemeisen over de mail kan uitstorten?
Ten tweede het overnemen van slechte persberichten. Omdat ik zelf als doel heb om betere gamejournalistiek te maken, kan ik dit al wat lastiger begrijpen. Maar sites als Gamer.nl en Gamez.nl hebben nu eenmaal andere motieven dan ik. Zij zijn verwikkeld in een verbeten strijd om dagelijks de meeste nieuwtjes te publiceren en zo de meeste pageviews te genereren. In de VS doet Kotaku dit als geen ander: daar staan op een willekeurig dagje vijftig à zestig berichten. Zoveel dat ze laatst een nieuwe layout hebben geïntroduceerd waarin alles draait om koppensnellen (sans kookpotten en tromroffels). De Nederlandse sites kunnen het niet maken om álles linea recta van Kotaku te vertalen en zijn dus blij als ze ook eens wat ‘original reporting’ kunnen doen door een persbericht te copy-pasten. Zucht.
Waarom ze niet eens wat harder werken aan eigen nieuwsgaring door distributeurs te bellen of developers te bezoeken is beyond me. Tweakers.net doet dit trouwens wel goed. Net zoals er momenteel betere reportages over games in de kranten verschijnen dan in de gespecialiseerde gamemedia (zonder onszelf al te ferm een veer in het achterste te willen steken), produceert een algemene technieuwssite momenteel beter gamenieuws dan de gamesites. What happened?!
Maar de beste vraag is, zoals jij ook al zegt: waarom nemen lezers genoegen met beroerde persberichten? Ik moet bijna huilen van de reacties onder de posts over de systeemeisen van Dawn of War 2, van lezers die daar inderdaad benieuwd naar bleken te zijn, of wellicht niks beters te doen hadden dan erop te reageren dat ze meevielen, of hoog waren, of whatever.
David, vertel het me: waar gaan we betere lezers vandaan halen? Is het een kwestie van tijd voor ze beter gamenieuws gaan eisen van de genoemde sites? Naarmate ze ouder en wijzer worden of zo? Moeten wij de trend gaan zetten door zelf met een betere gamenieuwssite te komen? Of moeten we maar gewoon in bed blijven tot alles weer goed komt?
Trouwens, waar haal jij je gamenieuws vandaan? Zelf scan ik Kotaku af en toe, maar ik ben vooral blij met blogs zoals dat van Chris Kohler en co bij Wired, die het nieuws op uitstekende wijze filteren en voorzien van intelligent commentaar. Ook neem ik graag de Google Reader Shared Items-feed door van Bashers-collega Vincent Leeuw. Ik wou dat ik meer vrienden en collega’s had die, zoals hij, lekker veel sites doorspitten en de opvallendste artikelen eruitplukken.
Groet,
Niels
