David en Niels in gesprek over reviews, deel 2



In deze rubriek discussiëren David Nieborg en Niels ‘t Hooft over gamegerelateerde kwesties. Dit keer mailen ze over reviews. Lees eerst deel 1.

GTA IV

Hi Niels,

Indirect vraag je eigenlijk hoe een gamerecensie voor een krant eruit zou moeten zien. Ik denk namelijk dat er een wereld van verschil is tussen gamerecensies voor kranten zoals jij en ik (en Harry en Bart en vele anderen) die schrijven en recensie voor de ‘specialistische pers’ (dat wil zeggen gamewebsites en -magazines).

Ik zie een combinatie van factoren die er samen voor zorgen dat het schrijven van gamerecensies voor kranten lastiger is dan het schrijven voor specialistische pers, die ik hieronder verder zal uitleggen. De volgende combinatie van factoren - tijd, toegang, geld en ruimte - maken het recenseren van games voor een krant een uitdaging.

1. Tijd

a) Niets is zo keihard als een krantendeadline. Een harde deadline vereist planning en zorgt dus voor inflexibiliteit (bij zowel een krantenredactie als bij een auteur). In de praktijk betekent het dat je dagen vantevoren al moet beginnen met dan wel het spelen van een game, of het zoeken van mensen voor een interview. Voor online media en maandelijks verschijnende media is dit anders.

b) Een game spelen kost vreselijk veel tijd. Too Human, Fable 2, GTA 4, noem maar op. Wil je deze games uitspelen, ben je meer dan een werkweek (van veertig uur) bezig. Wil je elke week een krantenrecensie schrijven, dan is dit een logistieke nachtmerrie. (Understatement van de week dacht ik zo.)

2. Toegang

Kranten hebben minder (lees: nagenoeg geen) toegang tot belangrijk materiaal dat hen in staat stelt zich voor te bereiden op een review in vergelijking met de specialistische pers. Denk hierbij aan perstrips, debugs (speciale consoles waar je previewcode op kan spelen), interviewmogelijkheden en reviewexemplaren die op tijd verstuurd worden. Het is een feit dat als je alleen voor die ene krant schrijft (en dus niet freelancer bent die ook voor de specialistische pers schrijft) je nagenoeg geen toegang hebt tot dat belangrijke materiaal dat je in staat stelt om op tijd met een doorwrochte recensie te komen.

Enerzijds ligt dat aan de industrie (brandmanagers bij uitgevers en marketing/pr-mensen) die beperkte middelen hebben en die hun schaarse middelen dus toebedelen aan media met veel bereik of de juiste (dat wil zeggen hardcore) doelgroep bereiken. Anderzijds ligt dat aan journalisten en kranten die zich afhankelijk opstellen richting de industrie en dus deze toegang nodig (denken te) hebben.

3. Geld

Schrijf je maar voor 1 krant of gebruik je de informatie van 1 game maar voor 1 recensie, dan is het buitengewoon oneconomisch om voor een stukje van tussen de 150 en 300 woorden een spel uit te spelen. De woordprijs bij kwaliteitskranten zal liggen tussen de 25 en 40 cent per woord, dus tel uit je verlies. Fictief voorbeeld, je schrijft een stukje van 300 woorden voor 30 c/w, vang je 90 euro (bruto!). Steek je 40 uur in een game dan is dat € 2,25 per uur, dat zal netto € 1,40 zijn.

4. Ruimte

Als je iets leert van het schrijven voor het krant dan is het wel bondig zijn. Onze vorige discussie bijvoorbeeld was, terugkijkend, veel te lang. Afgezien van het specialistische onderwerp had dit nooit zo in de krant gekund. Te lang, te veel details. Jij gaf al aan 150 woorden te hebben in nrc.next, ik heb er meestal tussen de 300 en 400 in De Pers. Je kan dan wel een game helemaal uitspelen, maar de enige reden waarom je dat doet is om volledig achter je eigen oordeel te staan. Voor een goed verhaal hoef je niet 40 uur te spelen.

Dus daar heb je denk ik je antwoord al: nee. Als je deze vier zwaar beperkende factoren afzet tegen de ruimte, tijd en de toegang die de specialistische pers heeft, dan vind ik niet dat je altijd een game moet uitspelen om tot een vorm van een oordeel te komen. (Hier geldt wel: hoe opener je hierover bent, hoe beter.)

Mijn grote probleem met gamereviews is niet zozeer het al dan niet uitspelen van een game, maar dat gamerecensies over het algemeen, vooral in de specialistische pers, zo beroerd geschreven zijn. Jij valt, volkomen terecht, terug op je literaire vaardigheden, iets wat mij als collega gezond jaloers maakt. Maar ben je het met mij eens wat dit betreft? En, heb je nog wat tips?

Groet,
David.

PS. Dit is de zwaar ingekorte versie van mijn verhaal ;).

Lees het antwoord van Niels, in deel 3.

35 reacties

  1. Nick Kivits · 18-11-2008 · 11.29 uur

    Amen, David. Vooral het economische standpunt schaar ik me helemaal achter. Bij een van mijn opdrachtgevers krijg ik voor een gamerecensie 100 euro bruto en daar moet ik ook het beeldmateriaal voor leveren en wat kleine rubriekjes vullen. Waar ik tijd heb speel ik een game zoveel mogelijk uit, maar die tijd is er gewoon niet omdat er ook andere opdrachten wachten. Van honderd euro bruto per week (ga er even vanuit dat je 40 uur nodig hebt voor een game, en dat staat gelijk aan een werkweek), kun je moeilijk leven.

  2. Robert Gaal · 18-11-2008 · 11.32 uur

    Wat ik persoonlijk wel interessant vind om van jullie te horen is hoe jullie je tijd (en uiteindelijk ook je inkomsten) optimaliseren. Oftewel: wat kun je doen om in zo weinig mogelijk tijd de beste review te kunnen schrijven? Kan dat uberhaupt of is het te afhankelijk van de game en de schrijver? Ik schrijf zelf nu een wekelijkse column voor het FD en ik heb daar best wat problemen mee. Misschien een leuk onderwerp voor het volgende mailtje? :)

  3. Bart Breij · 18-11-2008 · 13.23 uur

    Ik zit toch in een ander schuitje blijkbaar. Onder werktijd richt ik me enkel op regionaal nieuws bij Dagblad van het Noorden, in mijn vrije tijd speel ik games. Dinsdag en vrijdag verschijnt er een beoordeling van mijn hand en dat werkt meer ontspannen dan ooit.

    Juist als specialistische pers moet je constant vechten tegen de concurrentie om als eerst, of in ieder geval snel, met een recensie te komen. Die druk is er niet als krantjournalist. Ik vind juist dat ik nu veel tijd heb om games te spelen. Alvorens de recensies van Quantum of Solace, Gears of War 2 en Call of Duty 5, speelde ik die games volledig uit. Een unicum pour moi.

    Door weinig tijd voor verdieping vanwege de 38 uur regiojournalistiek van mijn werk, stap ik de spellen fris in. Dat levert nog een lekker eigen kijk op ook. Ik vind het een verademing om zo te werken.

  4. Ellen de Lange-Ros · 18-11-2008 · 13.46 uur

    Als je kijkt naar de mix die David noemt: tijd, toegang, geld en ruimte, dan is het nog niet zo gek om amateur gamejournalist te zijn, zoals het team waar ik mee werk bij GewoonGamen en jouwGames. Dat zijn vooral tieners met veel ambitie en potentie die die geen geld hoeven te verdienen met reviews maar wel veel tijd hebben om een game door en door te testen.

    Een nadeel is dat de kwaliteit van de redacteurs wisselend is, maar een groot voordeel is dat er regelmatig toppers in de redactie zitten die uitstekend werk leveren. Ik werk met jongens van 13-23 waarvan je weet dat ze over 10 of 20 jaar door recruiters in het bedrijfsleven als high potential worden gezien, maar die nu gewoon nog voor jouw site leuke stukken schrijven of mooie plannen verzinnen.

    Je moet zo’n site wel goed organiseren: goede eindredactie en onderlinge coaching van nieuwe redactieleden. Maar dan kan een amateursite ook kwaliteit leveren. Bovendien ben je een hele mooie springplank voor jong talent dat de mogelijkheid krijgt om zich te ontwikkelen zodat ze later voor een blad of krant kunnen schrijven. Mmmm, wat heb ik eigenlijk een toffe rol! :-)

  5. David Nieborg · 18-11-2008 · 16.04 uur

    De idealistische consument kan sputteren en mopperen dat games niet uitgespeeld worden, maar die vergeten dat het gewoon een baan is, (game) journalist zijn. Het probleem is, wat Nick & Robert ook aangeven, dat de hele krantenindustrie gebasseerd is op een model waar per woord betaald wordt. Ik heb nog nooit gehoord dat er voor een game review meer betaald wordt dan voor een film recensie, wat gezien de tijd niet onredelijk zou zijn.

    Dus kom je in een situatie zoals Bart (en dat geldt voor mijzelf ook), namelijk dat je die games toch wel speelt (of wilt spelen) en dat het gewoon harstikke tof ‘werk’ is om te doen, games spelen en erover schrijven. Het is dan toch een soort slecht betaalde hobby (wel een hele leuke).

    Maar op de lange termijn werkt het niet natuurlijk, dat is mijn grote kritiekpunt. Hoezeer ik overtuigd ben van de goede wil en inzet van Ellen’s leger aan vrijwilligers, er zou een verschil moeten zijn tussen een (goed) opgeleide game journalist die enige historische kennis heeft en niet wordt meegezogen in het marketing geweld. En dus goed kan schrijven :). Voor dit alles speelt leeftijd toch een rol (mijn stukjes van toen ik 20 was waren best beroerd).

    Daarnaast, laat ik het zo zeggen, iemand die niet betaald krijgt is lastiger te ontslaan dan een broodschrijver. Je wilt toch dat als een recensent loopt te klooien (bij een krant), bijvoorbeeld omdat hij slecht schrijft of niet objectief (genoeg) is oid, dat hij vervangen wordt. Of andersom, het feit dat je je (betaalde) baan kan verliezen zou toch een prikkel moeten zijn om je netjes te gedragen.

  6. Coen · 18-11-2008 · 20.04 uur

    Op zichzelf heb ik, de idealistische consument, er weinig problemen mee dat jij, de broodschrijver, half werk aflevert, omdat je werkgever je niet de tijd, ruimte, toegang en financiële compensatie biedt waarop je recht zou hebben.

    Gevolg is echter wel dat ik steeds minder en minder waarde hecht aan jouw werk en dat van je collega broodschrijvers. Want ik lees dat jouw stukje aan de oppervlakte blijft, dat je het niet de tijd hebt gegeven te rijpen. Ik lees dat je een aardig idee hebt wat je van het spel vindt, maar ik lees niet waarom je dat vindt en wat je mij nu mee wilt geven. En dus val je terug op wat je verwacht en wat je collega’s erover zeiden.

    En dat is nu precies wat mij zo stoort aan het huidige recensie-klimaat, bij gebrek aan een passendere term. Geen recensent neemt nog een risico. Veilige, vertrouwde games scoren omdat ze voldoen aan het eisenpakket van de gemiddelde gamer. Meer experimentele games worden afgerekend op hun afwijkingen. Niemand durft ‘t aan Mirror’s Edge beter te beoordelen dan Call of Duty: World at War, terwijl bijna iedereen ‘t met me eens zal zijn dat de eerste op de lange termijn veel meer betekent voor het medium dan de zoveelste FPS in de 2de Wereld Oorlog. Dat is toch schrijnend?

  7. Frans Coehoorn · 18-11-2008 · 20.39 uur

    Schrijnend? Akkoord, Mirror’s Edge is absoluut grensverleggend. Aan de andere kant hoef je echt geen medelijden met DICE te hebben, gezien hun Battlefield-verleden. Als het een indie-ontwikkelaar was, á la. Maar met DiCE en EA achter het roer, ach. Laten we het zo zeggen dat ze wel een experiment als dit, ook al mocht het misschien falen, wel kunnen veroorloven. ;)

    En… vergeet niet dat je je geld maar één keer kunt uitgeven. Hell, 65 euro vind ik voor een game soms al veel geld, laat staan voor een jongere met slechts een krantenwijkje. Dan is het natuurlijk prettig dat er een niet onaardige multiplayer is bij Call of Duty. Iets wat het spel dermate interessanter maakt voor de langere termijn. En daarin stelt ME toch een beetje teleur, vrees ik. Met die reden snap ik wel weer waarom Call of Duty, ondanks het overheersende been there done that-gevoel, toch scoort.

    Maar goed, beter doet men er aan om het gewoon bij Call of Duty 4 te houden. Hou je ook nog geld over voor Mirror’s Edge. ;)

  8. Joris · 18-11-2008 · 20.51 uur

    @ Coen. Denk dat je het wel heel negatief is. Als je op een site als Gamerankings kijkt zie je dat de beoordelingen toch aardig uiteen kunnen lopen.

    OT: Bij krantrecensies lijkt het me idd ook niet heel belangrijk om de game volledig uit te spelen, de recensies gaan toch zelden heel diep op de game in. Toch vind ik diezelfde krantrecensies vaak van een bedroevende kwaliteit. Een recensie als deze: http://www.depers.nl/cultuur/261729/Koptelefoon-op-en-drummen-met-zn-allen.html , zegt uiteindelijk eigenlijk niks over de kwaliteit van de game. En helemaal uitspraken als ‘Gameprofessionals zijn al een tijdje benieuwd naar Wii Music, waar de Japanse gameproducent naar verluidt de meeste ontwikkeltijd van alle Wii-spellen in heeft gestopt.’ vind ik gewoon een beetje jammer.

  9. Niels ’t Hooft · 18-11-2008 · 20.56 uur

    @Robert Gaal:
    Ik probeer speeltijd met individuele games in een bredere context te zien. Ik heb Too Human misschien kort gespeeld, maar andere RPG’s op de Xbox 360 en andere games van Silicon Knights weer langer. Ik heb sommige grote games dit najaar een heel klein beetje gespeeld, andere meer. Zo probeer ik te proeven van alles wat er toe doet en een gevoel te creëeren voor wat er is.

    Daarnaast lees ik ontzettend veel - daar wordt denigrerend over gedaan, mensen praten elkaar na - maar het is óók goed om te weten wat de consensus is. Ik heb het idee dat mijn inzicht in games niet zozeer voortkomt uit kennis van specifieke games, maar meer uit het leggen van verbanden, het zien van trends, aan kunnen wijzen wat er interessant is aan bepaalde games. Eigenschappen die goed van pas komen bij nrc.next. Nogmaals: ik geef daar meer een inzicht in wat er allemaal speelt rond games, dan dat ik games diepgravend analyseer.

    Dit is niet alleen (vind ik) nuttiger dan precies kunnen vertellen hoe een specifieke game afloopt, maar past ook beter bij de door David beschreven beperkingen: het is allemaal wat haalbaarder.

    Wat je FD-column betreft, als ik niet weet hoe ik moet beginnen, probeer ik me altijd voor te stellen dat ik over een game vertel aan een vriend in de kroeg, die niks weet over games maar het wel razend interessante materie vindt. Ik vertel: “Er is een nieuw spel dat zich in Afrika afspeelt.” Die vriend zegt: “O ja? Het brave Afrika met zebra’s en her en der een boom, of wrede stammenoorlogen en malaria?” En zo voort. Ik probeer me gewoon af te vragen wat er interessant is aan mijn onderwerp voor een niet-gamer, probeer daar enthousiast over te worden, en begin zo te schrijven.

  10. Niels ’t Hooft · 18-11-2008 · 21.05 uur

    @David Nieborg:
    En natuurlijk speel ik ook nog wel eens games voor de lol, in mijn vrije tijd, wat ik dan overigens wel weer probeer te combineren met betaald werk, waardoor het toch een beetje (maar niet helemaal) werken wordt. Ik weet nog dat je eens aan me vroeg waarom ik Super Collapse! 3 voor de Nintendo DS had besproken in nrc.next: nou, gewoon, omdat het anders helemaal voor niks was dat ik het wekenlang voor het slapengaan een halfuurtje had zitten spelen.

    Dat brengt me bij de voordelen van schrijven over games voor een krant: bij GMR en PU had ik dit najaar nooit voor geld kunnen schrijven over LittleBigPlanet én Far Cry 2 én Fable 2 én Mirror’s Edge én Spore én Peggle Nights én Wipeout HD én The Last Guy, om er een paar te noemen. Misschien had ik zelfs bij al die games achter het net gevist. Bij next ben ik de enige die over games schrijft en kan ik al die games zelf doen.

    Ook is actualiteit minder belangrijk. Ik weet dat ze er bij De Pers (waar er ook meer ruimte voor is) strenger in zijn, maar als ik volgende week een stukje maak over Fallout 3, kan dat nog prima. En dat is mooi, want Fallout is dus wel zo’n game die ik rustig wil kunnen spelen, omdat ik er anders beter niet over kan schrijven.

  11. Niels ’t Hooft · 18-11-2008 · 21.09 uur

    @Coen: Heb je het nou over mijn Too Human-recensietje? Wat ik de lezer mee wil geven is dat er een discussie bestaat over of games nou bestaan uit vijf gelijke elementen, of uit gameplay-met-franje-die-het-geheel-kan-opleuken (en dat ik voor het laatste kies). Als jij dat al wist, is de recensie duidelijk niet voor jou bedoeld.

    @Joris: Wat is er nou mis met die zin die je citeert? Het is misschien een beetje onhandig opgeschreven, maar het is toch ook zo dat Nintendo al heel lang bezig is met Wii Music, en dat de gamejournalistiek al sinds de E3 kissebist over of Wii Music nou héél stom is of toch stiekem wel een beetje leuk?

  12. Ellen de Lange-Ros · 18-11-2008 · 21.12 uur

    @David: Je roert een paar interessante punten aan. Je zegt “Hoezeer ik overtuigd ben van de goede wil en inzet van Ellen’s leger aan vrijwilligers, er zou een verschil moeten zijn tussen een (goed) opgeleide game journalist die enige historische kennis heeft en niet wordt meegezogen in het marketing geweld.” Ik mag inderdaad hopen dat de schrijfkwaliteit van stukken in een krant/tijdschrift beter is dan op onze site, maar daar staat wel tegenover dat ‘mijn jongens’ veel meer tijd hebben om een game te spelen. De beperking van ‘tijd’ die je in het artikel noemt geldt bij ons gewoon veel minder en dat is een groot voordeel.

    Wat je zegt over marketing-geweld is ook interessant: wij zijn met onze advertentie-inkomsten niet afhankelijk van game-uitgevers en kunnen daarom juist zeer kritisch over games schrijven. Van sommige uitgevers krijgen we eens een tijdje geen reviewcopies (“Die review van Bully was te kritisch…”), maar de topgames worden altijd wel door iemand van de redactie zelf gekocht. Zo kunnen we dus heel kritisch blijven ondanks het marketing-geweld van sommige uitgevers. Het is voor ons geen ramp als een uitgever ons eens een tijdje minder aardig vindt vanwege een kritische review.

    Verder zeg je: “Daarnaast, laat ik het zo zeggen, iemand die niet betaald krijgt is lastiger te ontslaan dan een broodschrijver.” Dat is dus echt niet waar. Wij zetten van tijd tot tijd mensen die niet voldoen uit de redactie en da’s voor de betreffende persoon echt niet leuk. Die prikkel geldt dus bij vrijwilligers net zo sterk.

    Blijft natuurlijk wel jouw punt overeind dat de schrijfkwaliteit van vrijwilligers soms minder is dan van broodschrijvers. Bij broodschrijvers mag je een hele goede kwaliteit verwachten. Bij vrijwilligers is de kwaliteit wisselender, maar kun je nog steeds selecteren op talent. Het is dan superleuk als je een jonkie treft die veel in zijn mars heeft en die zich op jouw site ontwikkelt en later voor een tijdschrift gaat werken. Voor mij is dat een groot deel van de fun van het werken op een site met vrijwilligers.

    En daarnaast is het natuurlijk ook top om met de profi-Bashers op dit weblog te werken :-)

  13. David Nieborg · 18-11-2008 · 21.14 uur

    Zonder meteen in een spastische verdedigingsreflex te schieten, laten we de discussie niet te persoonlijk maken.

    @Coen. Over welk stukje heb je het en wie bedoel je met “jij”?

    Je zegt “Op zichzelf heb ik, de idealistische consument, er weinig problemen mee dat jij, de broodschrijver, half werk aflevert, omdat je werkgever je niet de tijd, ruimte, toegang en financiële compensatie biedt waarop je recht zou hebben.” Wat ik wil aangeven in mijn antwoord op Niels (deel 1) is dat het voor kranten reviewers (en magazines, zie comments van Nick & Robert) “lastig” is om een goede balans te vinden tussen werk, hobby, tijd, geld enz. Niet onmogelijk, maar lastig. En een game niet uitspelen betekent niet meteen altijd half werk afleveren toch?

    @ Joris. Zal het doorgeven aan de keuken :). Mail me anders (david @ gamespace . nl) waarom je dat exact “een beetje jammer” vindt, heb geen hand gehad in dat stuk maar ben nu wel benieuwd waarom je het zo bedroevend vindt (inhoudelijk dan dus).

  14. David Nieborg · 18-11-2008 · 21.26 uur

    @ Ellen. Bedankt voor je uitgebreide toelichting. Nu ik het teruglees, je hebt gelijk wat betreft het ontslaan van vrijwilligers, ik kan me voorstellen dat dat er behoorlijk ik kan hakken.

    Het moet een fijn gevoel zijn te kunnen zeggen dat je zo onafhankelijk bent. Maar, denk je dat jullie een uitzondering op de regel zijn? Ik denk van wel.

  15. Ellen de Lange-Ros · 18-11-2008 · 21.50 uur

    @David: Ik weet niet of wij een uitzondering zijn qua onafhankelijkheid. Ik denk/hoop eigenlijk dat veel redacties wel zo eigenwijs durven te zijn om zich onafhankelijk van uitgevers op te stellen en gewoon lekker kritisch naar een game kijken :-)

    Bovendien zijn er ook uitgevers die zeer professioneel omgaan met kritiek op hun games. Ze weten het zelf ook wanneer een game minder is en verwachten dan geen rooskleurige review. Met zulke uitgevers werk ik graag samen. Ik vind dat bijvoorbeeld SEGA of Lighthouse Interactive op dit gebied complimenten verdienen.

  16. Firen · 18-11-2008 · 22.38 uur

    @ Ellen

    Ik denk zodra dat er geld om de hoek komt kijken, de objectiviteit zowaar wel eens het putje in kan verdwijnen.

    Kijk naar het Gamespot incident van vorig jaar of de soms wel erg hoge cijfers voor langverwachte games (voorbeeld de PU en Assassins Creed of zelfs The godfather). Ik denk dus dat geld de content en de aandacht die een game krijgt meer bepaalt dan de objectiviteit van een site of magazine of krant

  17. Boris · 18-11-2008 · 23.02 uur

    Voordat je over een game schrijft heb je al een of meerdere voorgaande delen gespeeld, ben je op diverse beurzen geweest, heb je developers geinterviewd, heb je studiovisits achter de rug of andere persevenementen en heb je al één of meerdere preview versies gespeeld. Met andere woorden, je hebt al lang en breed een mening gevormd over een game. Je speelt de uiteindelijke review versie slechts om die mening te bevestigen.

    Een goed voorbeeld is Brothers in Arms. Nadat anderhalf jaar voor de release duidelijk werd wat voor een puinhoop het is bij Gearbox en in het daaropvolgende jaar deze geluiden werden bevestigd op de verschillende trips en events, was het duidelijk dat de game kwalitatief ging tegen vallen. En het werd idd een flop. Iets waar je al in de eerste levels pijnlijk mee geconfronteerd wordt.

    Een veel interessantere vraag is waarom geven sommige “journalisten” dan toch nog een cijfer hoger dan bijvoorbeeld een 7?

  18. Niels ’t Hooft · 18-11-2008 · 23.02 uur

    @Firen: Hé joh, zo’n opmerking hoor je niet open en bloot op een blog te posten, maar in iemands oor te fluisteren!

  19. Frans Coehoorn · 18-11-2008 · 23.24 uur

    Nou, van wat ik uiteindelijk heb begrepen was PU Jan écht onder de indruk van Creed. De 99 was oprecht gegeven, zover ik weet.

    Of Jade is langsgeweest. Kan ook. :P

  20. Joris · 19-11-2008 · 0.33 uur

    @ Niels,
    Natuurlijk als je het zo stelt is er weinig mis met die zin en waarschijnlijk moet je die zin ook zo opvatten. Maar wsl lezen veel mensen de zin als ‘de game is heel lang in ontwikkeling, dus een hele goede game’ en ‘de gameprofessionals zijn geïnteresseerd in de game, dus een goede game’. En aangezien er verder weinig van een beoordeling van het spel in het artikel zit, wordt die zin ineens een van de kernzinnen van het stuk. Dan kom je eigenlijk uit bij het punt dat ik de opzet van ‘t artikel niet zo goed vindt, maar daar mail ik David nog wel even over. :)

    Interessant artikel en discussie trouwens, deze mailwisseling.

  21. David Nieborg · 19-11-2008 · 0.38 uur

    Maar Boris, mijn (tweede) punt is juist dat kranten journalisten die toegang niet hebben. Wat jij beschrijft klopt voor wat jullie doen (als specialisten), maar voor mainstream pers gaat het niet op (de reisjes, debugs, interviews enz). En dat is deels omdat simpelweg niet iedereen mee kan naar Texas.

  22. Jurjen · 19-11-2008 · 6.35 uur

    Ja Boris, je schetst wel heel erg een specifiek geval in een uitzonderlijke situatie.
    Daarom denk ik ook dat deze discussie wel wat langer wordt, aangezien er in elk geval wel weer andere regels gelden, afhankelijk van het type game, de specifieke titel, de mediavorm, de doelgroep, enzovoort.
    Wat niet wegneemt dat dit een zeldzaam interessante discussie is, zolang we maar niet verwachten ‘er uit te komen’.
    Wat mij zelf het meest verbaast in dit soort discussies, is dat mensen vaak proberen een onderscheid te maken tussen professionele, goed opgeleide gamejournalisten en amateurs. Mijn mening hierover: er bestaan geen goed opgeleide gamejournalisten, en als die wel bestaan, zou ik liever iets lezen van een amateur.
    Zelf ben ik heel goed staat tot gedegen journalistiek werk, maar daar richt ik me (meestal) niet op, omdat ik veel liever voor het verschrikkelijk onjournalistieke PU schrijf. En grappig genoeg is het juist voor dat blad (met de doelgroep in het oog en in het hart) dat ik games helemaal uit speel, terwijl ik voor een ‘journalistiek’ artikeltje het genoeg vind om een handjevol kennis over een game te verzamelen.
    Om toch niet al te stellig, onduidelijk en chargerend te willen zijn (sorry, zo schrijf ik het liefst ;-)), ik bedoel denk ik het volgende: is het objectieve, journalistiek verantwoorde en gedegen recensieschrijven (zoals dat werkt bij films en literatuur) wel het meest geschikt voor het bespreken van videogames? Of moeten we (vanwege de uiterst hoge subjectieve factor, en de onlosmakelijke rol van de speler bij de totstandkoming van de uiteindelijke beleving) meer naar een meer subjectieve besprekingsvorm die we in kranten bijvoorbeeld al in columns tegenkomen? Juist door de sluier van objectiviteit af te doen, kun je de lezer/kijker volgens mij een eerlijker en bruikbaarder oordeel aan de hand doen.
    Vandaar mijn liefde voor amateurs boven journalisten. Ik lees liever een rommelig stuk van iemand met passie en een diepgaande beleving van een game, dan een kunstig opgebouwd artikel van iemand die eventjes kennis heeft genomen van een bepaald spelletje.
    We hebben het hier tenslotte over GAMES!

  23. Coen · 19-11-2008 · 9.13 uur

    Interessante vraag Jurjen, eentje die je voor jezelf al lijkt te hebben beantwoord. Het klinkt in ieder geval duidelijk door in je PU recensies. Niet dat daar wat mis mee is, integendeel. Ik deel lang niet altijd je mening, maar in ‘t enthousiasme klinkt wel duidelijk door dat je het product de kans hebt gegeven zijn sterke kanten te tonen.

    En dat is, hoe je het ook wendt of keert, veel interessanter en informatiever dan de zoveelste beoordeling op basis van ‘t eisenpakket dat de standaard review tegenwoordig een game oplegt. Het laat veel meer ruimte eens wat minder waarde te hechten aan het feit dat het verhaal weinig voorstelt of de controls wat rommelig voelen, en de nadruk te leggen op de leuke, creatieve aspecten en nieuwe dingetjes.

  24. ErikJ · 19-11-2008 · 11.16 uur

    Ik erger me de laatste jaren ook steeds meer aan mijns inziens onbelangrijke zaken die in reviews aangehaald worden als onscherpe textures ofzo. Als de art direction en de sfeer die de game neerzet goed is, maakt een texture meer of minder mij niet uit. En vrijwel elke game heeft hier en daar misschien een popup of kleine lag in een leveltje zitten. Bijvoorbeeld het geweldige Shadow of the Colossus. Zolang het niet te erg is kijk ik daar graag doorheen!

    @Jurjen; Waarom denk je dat recensies voor films en literatuur wel objectief kunnen zijn, maar games niet? Wat mij betreft is de beleving van een film of boek ook voor iedereen anders. Zo vond ik de laatste bond film wel leuk, omdat het wat harder is en omdat het typische bond geneuzel (gladde praatjes om de bond dames te versieren) weggelaten is. Een collega was het hier niet mee eens en vond dat Bond zijn identiteit was verloren :). Toch vind ik de film leuker dan menig oud Bondfilm. En zie hier het verschil.

    @Boris; reviewers vinden lage cijfers waarschijnlijk te negatief klinken. Alleen EDGE durft het aan, en krijgt een hoop gezeik over zich heen :). Het 1-10 systeem slaat sowiezo nergens meer op. Als er toch alleen maar in de range 6-10 wordt gegeven, wat is dan het verschil tussen een 9,2 en een 9,4. Geef een game gewoon 1-5 sterren en schrijf betere stukken, dan is de nuance beter. 4 sterren voor een game die het goed doet, maar niet memorabel is bijvoorbeeld…

    Grappig dat er heel wat bekende namen langskomen trouwens :). Heel reviewend NL geeft even lekker zijn mening.

  25. Robert Gaal · 19-11-2008 · 11.34 uur

    @Niels: bedankt voor de tip. Voorbereiding (met name rondvraag) is inderdaad het halve werk :)

  26. Firen · 19-11-2008 · 13.35 uur

    @Niels

    ik poste het ook heel zachtjes

  27. Ellen de Lange-Ros · 19-11-2008 · 13.39 uur

    @Jurjen: ik vind het helemaal niet zo onjournalistiek wat de PU doet, hoor :-)

    Ik heb zelf geen achtergrond als journalist, maar als wetenschapper en werk in het bedrijfsleven waar ik veel zakelijke teksten tegenkom. Ik heb veel ervaring met ‘serieuze’ teksten, maar moet zeggen dat ik de schrijfstijl van de PU een verademing vind. PU heeft een unieke combinatie van (platte) humor en inhoudelijke gedegenheid die ik superleuk vind om te lezen. PU-redacteuren weten waar ze het over hebben en kunnen die mening op een vlotte manier neerschrijven.

    Ik merk dat mijn zakelijke schrijfstijl veel losser is geworden sinds ik veel gamereviews (en bladen als PU) lees en dat mijn stijl daar zeker op vooruit is gegaan.

    Ik zou willen dat het lezen van de PU een verplicht onderdeel wordt van elke bedrijfskundige opleiding (of voor elke ambtenaar!), dan zouden er heel wat minder saaie managementboeken of beleidsnotities geschreven gaan worden in de toekomst :-)

  28. Bart de Boer (ook wel Firen) · 19-11-2008 · 14.02 uur

    @Jurjen

    Ik vind de vraag die je op werpt een interessante, al ben ik van mening dat het schrijven over boeken, films of muziek netzoveel subjectiviteit met zich meebrengt als het schrijven over games. Je kunt natuurlijk wel objectief kijken naar dergelijke zaken, maar om objectief te schrijven heb je een soort sjabloon nodig, waarlangs je het product legt. Probleem hierbij is dat een dergelijk sjabloon ineens waardeloos wordt, wanneer iemand wat nieuws probeert.

    Een voorbeeld:
    Harry Mülisch schrijft soms zowaar een interessant boek, een ervan is het Theater de Brief en de Waarheid (of iets dergelijks). Dit boek is eigenlijk niet een boek, maar twee verhalen met een ander perspectief. Hier kun je onmogelijk een sjabloon voor hebben, aangezien het zelden zo leuk is uitgewerkt. Ik vond het boek een verademing om te lezen, mijn vader vond het boek niet te pruimen, vanwege dit feit.

    Over de stijl van de PU, ik heb vaak het idee dat de teksten zijn geschreven voor de doelgroep. Ze bevatten wel de juiste informatie, maar het wordt met de tijd, althans in mijn geval, minder interessant om het blad te volgen. Dit komt ook omdat ik van een blad meer verwacht dan enkel gamenieuws, ik wil namelijk ook meer diepgaande achtergrond lezen en dat mis ik nog al eens in de PU. Natuurlijk komt het er wel eens in voor, maar de diepgang is voor mij dan vaak net niet diep genoeg zeg maar. Ik heb mijn heil dan ook gevonden in GMR, die iets serieuzer lijken te schrijven, waardoor die stijl me iets meer aanspreekt.

  29. Jurjen · 19-11-2008 · 14.34 uur

    Hoi Ellen, Bedankt voor de waardering, en Hoi Bart, jaaaaa, daar zit wel wat in maar:
    Ik blijf toch van mening dat het subjectieve element bij games groter en belangrijker is dan bij boeken of films.
    Waar de kwaliteit van een boek of film (bijvoorbeeld) vaak wordt bepaald door de motivatie van de held, is het in games juist de motivatie van de speler (in hoeverre wordt deze gefrustreerd, geprikkeld, verleidt, enz.) die de kwaliteit van de content bepaalt.
    Bij een boek of film ligt de content min of meer vast, om beschouwd en besproken te worden. Bij een game is de speler zelf eigenlijk onderdeel van de content, waardoor de waardering veel moeilijker los is te zien van de besprekende persoon in kwestie.
    Vandaar mijn kritiek op zogenaamd objectieve gamejournalistiek. Waarmee ik niet beweer dat zoiets verkeerd is of niet zou kunnen bestaan, maar wel in twijfel wil trekken of dit dan ook de ‘beste’ of meest gewenste manier van spelbespreken zou zijn.
    Ik denk eigenlijk dat veel gamejournalisten kijken naar hoe de meest gewaardeerde recensenten van boeken, muziek en films de zaak aanpakken, en proberen hetzelfde te doen. Terwijl ik mij aanvraag: is dat voor het bespreken van games dan het beste of hoogst haalbare?

  30. Bart de Boer (ook wel Firen) · 19-11-2008 · 15.25 uur

    Of dat het hoogst haalbare is? Ik denk het niet. Een recensie heeft voor mij meerwaarde als het een mening bevat in plaats van systematisch afwerken van feiten. Zo benader ik ook elk spel die ik speel, met de vraag wat vind ik er eigenlijk van. Pas als ik daar een antwoord heb, probeer ik in een recensie dat antwoord goed onderbouwd te geven. Een soort betoog dus waarom ik iets vind.

    Misschien is dat niet de ideale manier, maar voor mij de manier die het meest leidt tot voldoening.

  31. Frederik · 19-11-2008 · 21.04 uur

    Ik ben niet akkoord dat als journalisten goed kunnen schrijven dat kan dienen als een vrijkaart voor slordig werk. Dat stoort me zo aan de hedendaagse journalistiek in het algemeen. “Als ik maar mooi en intelligent overkom maakt het niet uit wat ik zeg”. Een goede journalist moet goed kunnen schrijven EN op een volledige en ethische manier informatie verspreiden. Een kritische ingesteldheid is daarbij van essentieel belang. Kritisch, in de eerste plaats tegenover jezelf. Het gaat hier misschien maar om games, dat neemt niet weg die basisregels van belang blijven.

    Ik ben wel akkoord met Jurjen dat recensies nooit objectief kunnen zijn. Maar het is vooral de manier waarop je je oordeel staaft denk ik dat je wel slecht of goed werk kunt afleveren. Ik hou enorm van game recensies waarbij de schrijver me niet alleen zegt of hij de game goed of slecht vindt, maar ook op een sublieme wijze de redenen voor dat oordeel kan blootleggen. Dat is in mijn ogen het verschil tussen knappe journalistiek en pretentieus gelul.

    Sorry als ik wat agressief uit de hoek kom :)

  32. David Nieborg · 19-11-2008 · 22.57 uur

    @ Jurjen. “Wat niet wegneemt dat dit een zeldzaam interessante discussie is, zolang we maar niet verwachten ‘er uit te komen’.” Exact, dat is het, na een week diep nadenken hierover denk ik dat er (als het gaat om mainstream recensies schrijven) niet zo snel een oplossing is voor problemen als tijd, geld, toegang etc.

    Ik vind je punt over games en beleving ijzersterk, maar toch blijft dat in de praktijk lastig. Zeker voor schrijven voor een krant. Dat kan iets persoonlijks zijn, maar hoe ik het ervaar is dat film- tv- en game reviewers voor kranten zich standaard “uit een stuk schrijven”, dus zelden “ik vind” of “en toen deed ik X” opschrijven. Laat staan dat ze vertellen hoe tof ze een perstrip vonden. Dat kan voor de PU goed en is iets waar de doelgroep op zit te wachten. Maar ik vraag me af of krantenlezers dat ook waarderen?

    (Wat vinden jullie? — ik heb deze stijlvorm zelden in kranten gezien).

    Over game journalistiek. Hoe ik het zie, je hebt kritiek (recensies/reviews) & journalistiek (interviews, verslagen, analyses). Die tweede vorm is journalistieker, in mijn ogen, dan die eerste.

    Bijvoorbeeld, in een stuk wat ik schreef over Obama & games was ik heel kritisch over Obama (hij zegt dat ouders de TV uit moeten zetten en de games weg moeten leggen), terwijl hij wel in diezelfde games adverteert. Dat is een journalistiek stuk waar feit & opinie sterk gescheiden zijn. Persoonlijk ben ik namelijk diep onder de indruk van Obama. Ik denk wel dat er zoiets als game journalistiek is, of moet zijn. Maar dat is dan geen game recensie schrijven, maar bijv. een developer (kritisch) aan de tand voelen, of een trend beschrijven. NB. Kritisch betekent niet altijd negatief natuurlijk, maar houdt in dat je ook vragen stelt die mensen niet willen/durfen beantwoorden.

  33. Jurjen · 20-11-2008 · 9.09 uur

    Hoi David,
    Jaa, je hebt gelijk, natuurlijk is mooie, goede, objectieve gamesjournalistiek heel goed mogelijk - zoals in het door jouw aangegeven stuk - en is het aan ons (als eerste of tweede generatie mensen met spelbeschrijven als broodwinning in Nederland) om dit soort dingen naar een hoger niveau te tillen. Dat ‘echt’journalistieke werk vind ik ook wel interessant, en ik ben ook van plan om hier zelf meer tijd in te gaan steken.
    Maar het mooiste van ‘ons’ vak vind ik het opinie/recensie-element. Juist doordat je als speler zo diep met de content wbent verweven, is het subjectieve element en de persoonlijke, emotiononele betrokkenheid bij de spelwerelden enorm.
    Ik werp veel vragen op, omdat ik nieuwsgierig ben hoe anderen hierover denken. Maar het antwoord op deze kwestie wat ik (voorlopig) het meest logisch vind, is dat spelbesprekingen in kranten en ‘gewone’ weekbladen meer de vorm van columns zouden moeten hebben. Dus met de belevingswereld van de schrijvende persoon als referentiekader, waarin dus ook melding wordt gedaan van het feit dat de kinderen het wel leuk vonden, en dat het tien keer afgaan bij de derde eindbaas zo frustreerde dat de bespreker daar is afgehaakt. Ik denk dat dit eerlijker en ethischer is dan de huidige vorm van reviewen in kranten - waarin de vorm van boekrecensies en filmrecensies min of meer is gekopieerd - waardoor de achteloze lezer denkt dat er een objectief oordeel over het hele product wordt geveld (wat dus in ruim 92 procent van de gevallen niet, eh, het geval is).
    Ik heb helemaal niets met koken, maar las altijd met plezier de columns van de enthousiaste kok Piere de Wind in Revu over verschillende dingen die je in de mond kunt doen.
    Ik denk sowieso dat schrijvers van gamerecensies beter inspiratie kunnen opdoen uit culinaire recensies dan de vorm van boek- en filmbesprekingen nabootsen.
    En tenslotte moet ik zeggen dat ik de spelbespreekvorm voor kranten van Niels heel erg leuk vind, zoals in dat stuk over motion sickness in Mirrors Edge, en over dat opgeblazen gedoe van Silicon Knights. Alleen moet daar dan een waardering in sterren bij?

  34. Frederik · 20-11-2008 · 12.55 uur

    Ja ik denk dat mijn mening eigenlijk niet zover van die van David ligt, alleen heb ik me met dat ‘kritische’ misschien wat te abstract en kort door de bocht uitgedrukt. Kijk, mijn idee van journalistiek is dat het nooit of te nimmer objectief is en kan zijn. Die teksten zijn door mensen gemaakt en er zit dus altijd een bedoeling achter. Enkel al door de selectie van waarover je gaat schrijven heb je al iets subjectiefs gedaan. Op zich kan je daar niet onderuit. Maar je kan het wel inperken door je constant kritisch op te stellen. Door altijd goed te beseffen dat je subjectief een tekst aan het opstellen bent die het publiek (of een aanzienlijk deel ervan) als een objectief verslag van de werkelijkheid zal aanzien. Concreet wil dat zeggen dat je moet inzien dat de grote van je artikel, de elementen waar je meer of minder klemtoon op legt en de beeldspraak heel veel invloed hebben op de interpretatie van je lezers.

    Ik denk bijvoorbeeld dat de openheid van Niels over zijn Too Human review een duidelijk teken is van kritische zin. Het feit dat hij het een paar maand later in de groep smijt wil zeggen dat hij ergens al zelf aanvoelde dat het niet juist zit om zo een tekstje te schrijven. Ergens moet ik ook wel zeggen dat als ik mijn idealistische naïviteit opzij schuif ik inzie dat er in de realiteit veel situaties zijn waarbij je niet aan kwaliteitscriteria kan beantwoorden. Zoals David, aanhaalt moet je om te beginnen de middelen hebben. Met dalende budgetten en een wil bij de lezers om steeds sneller informatie te hebben kan je moeilijk verwachten dat gamejournalisten dezelfde kwaliteit kunnen afleveren.

  35. Niels ’t Hooft · 20-11-2008 · 13.07 uur

    Hmm, ik sta op zich nog steeds achter het stukje over Too Human, maar ik vind het wel een heel interessante discussie. Het is goed dat die gevoerd wordt. Als ik al een nieuw inzicht heb opgedaan, is dat het stukje misschien beter tot zijn recht was gekomen zonder score eronder, en met meer ruimte. Om die Denis Dyack te interviewen, etc. Maar goed, dat behoorde allemaal niet tot de mogelijkheden. Gezien de beperkingen die ik had op het moment van publicatie, ben ik nog steeds tevreden met de gemaakte keuzes. Maar het is altijd goed om daar even hardop over te twijfelen :-)

Volg de reacties op deze post via RSS

Plaats een reactie

Registreer je als vaste gebruiker. Heb je dit al eens gedaan, log dan in.

Hou de discussie menselijk en inhoudelijk. Reageer bij voorkeur onder je echte naam, met je foto als avatar (via Gravatar).

Toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>