De allereerste casual hitgame



Stefan Popa op zondag.
Beeld: Paul Veer.

Iedereen in de klas had er een. Ik uiteindelijk ook, terwijl ik in het begin zei dat het maar ‘meisjesdingen’ waren en dat ik genoeg had aan ‘mijn mooie blauwe Game Boy’. Maar hoe kan een onschuldig kind de kracht van het bezittend publiek weerstaan? Daarnaast piepten ze zo schattig om eten of een douche. Ik smolt net zo goed voor de apparaatjes, als de meisjes waar ik verliefd op was.

De juf scheen het als enige maar niets te vinden. Maar die was ook zwanger. Ze had manlief aan het werk gezet om een prachtige babykamer te bouwen. Dat vertelde ze als het haar beurt was in het kringgesprek. Ik vond baby’s maar niets, hetzelfde gold voor het dagelijkse kringetje, dus ik graaide naar mijn broekzak om mijn kleine vriend snoepjes te geven. Bliep, zei hij. ‘Inleveren’, zei zij, midden in haar verhaal over luiers. Dat ding hoorde in mijn laatje, mopperde ze, alsof ik dat niet wist. Ik weigerde hem af te geven: ‘Dan gaat mijn Tamagotchi dood, juf!’

De dood

Een halve dag verzuim kon het einde maken aan het leven van mijn digitale vriend. Het was een lelijke eend, maar wel mijn lelijke eend. Achteraf vermoed ik dat het een kruising was tussen een woerd en een feniks, want het beest herrees constant uit de dood – die ik hem bracht door hem te verwaarlozen óf goed te verzorgen. Dood ging hij hoe dan ook, waarvan ik de ouderdomsdood prefereerde.

Dat scheen voor wat commotie te zorgen in de jaren negentig. Mogen kinderen wel zo vroeg met de dood geconfronteerd worden? En ouderdom oké, maar verhongering omdat zij het ‘beest’ geen eten geven? En ook dat je het beest zijn gebrek aan discipline kon bestraffen als een Chinese gymnastiekcoach viel niet helemaal in goede aarde. Gelukkig maar. Commotie omtrent een game verraadt een knoepert van een game; zie een GTA of Mortal Kombat.

Iedereen speelde voedde op

The Sims bestond nog niet. Het waren de Japanse Tamagotchi-apparaten van Bandai die goedbeschouwd de eerste jongens en meisjes, jong en oud, verenigden als gamers. Het hele speelplein werd bezet door voorovergebogen korte silhouetten die onophoudelijk knopjes indrukten.

Behalve ik. Ik trapte verveeld tegen een bal en haalde hem daarna op, omdat er niemand aan de andere kant stond. Om kwart voor drie kreeg ik pas mijn eend terug van de juf. Hij was verwaarloosd. Hij had honger. Hij zwom in de stront. Hij wilde spelen, maar voordat het zover was, moest ik hem straffen. Hij luisterde niet meer. Ik had helemaal geen zin om zo’n verwende eend te verwennen. Stom beest. Stomme juf. Ik drukte met mijn passer in de reset-knop en was blij toen een ei op het scherm verscheen. Het was een kwestie van afwachten tot het ei uitkwam. En de volgende morgen zou ik mijn Tamagotchi in mijn laatje bewaren.

5 reacties

  1. Roland van Hek · 15-4-2012 · 13.07 uur

    “Commotie omtrent een game verraadt een knoepert van een game” *kuch* Postal-rotzooi *kuch*

  2. Jasper Driessens · 15-4-2012 · 16.08 uur

    Hadden jullie passers op de basisschool?

  3. Stefan Popa · 15-4-2012 · 20.43 uur

    Jullie niet dan? Of waren het van die prikpennen? Kan ook nog hoor. Mijn geheugen is niet altijd even sterk.

    En nou ja, Roland, knoepert mag van mij ook negatief zijn.

  4. Sven · 16-4-2012 · 20.14 uur

    Leuk, daar is hij weer, het verboden woordje: casual.

    Ik vond tamagotchi toch behoorlijk hardcore. Nog zo’n verboden woordje.

  5. Stefan Popa · 17-4-2012 · 11.10 uur

    Oeps.

Volg de reacties op deze post via RSS

Plaats een reactie

Registreer je als vaste gebruiker. Heb je dit al eens gedaan, log dan in.

Hou de discussie menselijk en inhoudelijk. Reageer bij voorkeur onder je echte naam, met je foto als avatar (via Gravatar).

Toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>