![]()
Rogier op vrijdag.
Ik heb sinds kort een iPad. Ik wilde er eigenlijk niet eens een. Vorige week ben ik tijdens het hardlopen door mijn enkel gegaan. Dat voorval kluisterde me niet alleen aan de bank; het wekte ook ouderwets verwengedrag op in mijn ouders. “Hier, je mag hem houden”, zeiden ze. Mijn ogen werden er vochtig van. Aan de andere kant: zelf hadden ze daarmee meteen een excuus om een iPad 2 te kopen, zo zijn ze dan ook wel weer.
Toen ze weg waren was ik alleen met mijn iPad. Ik was nooit zo positief over Apple. Dacht altijd dat het te beperkt was. Iets voor mensen die een computer willen maar niet weten waarom. Ik dacht je met Apples niets kon behalve je kamer mooi maken. En de iPad, dat leek me de computervariant van een salontafelboek. Iets waarvan het bezoek kan zeggen: ‘Oh ja, mooi hè, zo’n iPad. Ja, mooi hè. Inderdaad heel mooi. Echt mooi.’ Enzovoorts.
Maar toch, ik werd stiekem ook wel een beetje opgewonden toen ik hem eindelijk in handen had. ‘De Apple-experience’, zo verwoordde collega Harry Hol dat gevoel in een column. Toen wist ik bij God niet waar hij het over had, maar daar zou snel verandering in komen. De ‘appelervaring’ was binnen enkele seconden ook eindelijk van mij. Eerst moest hij aan.
Wat er volgde was inderdaad waanzinnig. Het begon allemaal bij het menu, waar zulke stijlvolle icoontjes op pronkten dat ik eindelijk bevangen leek door het Apple-design. ‘De Apple-experience.’ Zei ik dat nou echt hardop? Hoeveel tijd verstreek er al starende naar die icoontjes. Mijn wijsvinger ging er instinctief op af. Wow! Ik sleepte het icoontje over het menuscherm! Fantastisch!! Beter nog: als ik ermee naar de rand ging, verschoof het scherm waar ik hem daar ook nog even heen en weer kon zwiepen. Het voelde allemaal zo heerlijk intuïtief, zo…. zo Apple.
En al die tijd dat ik icoontjes aan het verschuiven was over het menuscherm had ik hem nog niet gezien. Gewoon eroverheen gekeken. Terwijl het zo’n geweldige vinding is; iets dat de iPad helemaal afmaakt: nog een knop! Aan de onderkant zit ‘ie, als je die indrukt ga je terug naar het beginscherm.
De uren in die middag, daar op de bank, bestonden uit het drukken op die knop, naar het menu gaan, icoontjes schuiven, in en uit mapjes doen en weer op die knop drukken. Het was bedwelmend. Onder de betovering was ik. Zo erg zelfs dat ik besloot dat ik er zo snel mogelijk een column over moest schrijven. Maar mijn been bleef helse pijnscheuten stuwen. Ik kon geen kant op. Achter mij - net buiten handbereik - stond mijn laptop op de eettafel. Iets overtuigender en echt hoorbaar, zei ik:
“Fuck!”
