![]()
Robert op woensdag.
In het kader van de Bashers-terugblikken op 2011, vertelt Robert vandaag over zijn beste en slechtste spellen van dit jaar.
Eerst de slechtste!
3. Encyclopedia Fuckme and the Case of the Vanishing Entree
Anna Anthropy vind ik een geweldig iemand vanwege haar ‘gender-bending’. Zij maakt het kicking-rad om van je seksualiteit te genieten, wat dat ook mag zijn. Toen ik las dat Leigh Alexander zeer te spreken was over Encyclopedia Fuckme, dacht ik even dat het ging om de eerste dating-sim die niet ging over het zoveel mogelijk partners verzamelen (waarbij je partners simpele formules zijn, en jij een slaafse boodschapper van mooie woorden en cadeaus), maar echt een gepassioneerde uitwisseling van gevoelens voor elkaar. Boy was I dissapointed! In The Case of the Vanishing Entree date je geen mens, maar een psychopaat. Tevens speel je niets dat op een mens lijkt: je kiest louter tussen verschillende uitingen van geilheid of angst. Uiteindelijk ‘win’ je door op het einde de hand van de ander af te bijten met je vagina. Doe je dat niet, dan word je als hoofdgerecht opgegeten. Ik vond het nogal stom. Maar wat het spel slecht maakt is hoe de BDSM-relatie wordt weergegeven: gevaarlijk, gestoord en vooral niet vrijwillig. Hollywood geeft al te vaak het beeld dat BDSM raar is; ik had gehoopt dat een indie-computerspelmaker een authentiek beeld zou geven.

Er is al genoeg pulp. Een spel over liefde, dat zou pas origineel zijn
2. Duke Nukem Forever
Voor de duidelijkheid: grappen over verkrachting, abortus of homoseksualiteit zijn niet grappig. Ik schreef een column over hoe ik me voelde toen Duke Nukem terug van weggeweest was.
1. Call of Juarez: The Cartel
Hoe maak je een spel nog slechter dan een met ‘Capture the babe’-modus? James Portnow en co. leggen dat precies uit. In het kort: De illegale handel tussen Mexico en de VS verdient een betere representatie. Dit spel is een klap voor Mexico, prostituees, racisme en computerspellen.
En nu de beste!

Daar istie weer! Dat krijg je als je steeds mooie spellen maakt
3. Chain World
Nou valt er een heleboel te zeggen over Chain World. Dit artikel beschrijft de meeste dingen die je zou moeten weten. Wat ik wil toevoegen is dat het status van Chain World een teken is van ons tijdperk: hoe wij juist door democratisering toch hiërarchieën maken. Als ik na ga welke kunstwerken een goddelijke status hebben (hadden?), dan zie ik hoe wij afspreken dat de kracht uit de hemel komt, een plek die ver weg is en moeilijk te bereiken is. Dit spel daarentegen, krijgt haar kracht van de mensen die het werk hebben gebruikt. Dus goddelijke kracht is nu niet van goden, maar van mensen. Dat klinkt aan de ene kant mooi, maar aan de andere kant, Chain World heeft ook die kracht dankzij hoe weinig mensen het mogen ervaren. Er is er immers maar één, en als er meerdere er waren zouden wij er niet zoveel om geven. Wat zegt dat over de verhoudingen tussen de vele mensen die Chain World willen spelen, en de enkele ‘priesters’ die Chain World mogen aanraken? Ontstaat er dan niet een verdeling onder de mensen, waarbij sommigen dichter bij het goddelijke mogen komen dan anderen? Als wij in staat zijn om onze eigen goddelijke krachten te maken, waarom moet het exclusief zijn? Jason Rohrer heeft misschien een wijze les gegeven. Ik heb ook overwogen om het het slechtste spel van het jaar te benoemen.
2. The Stanley Parable
Stanley en zijn avonturen zeggen bijzonder veel over interactieve verhalen. Je weet dat je het over kunst hebt wanneer het werk alles duidelijk maakt binnen twintig minuten, en iemand anders twintigduizend woorden nodig heeft om dat te beschrijven.

In 2011 was er tenminste één iemand die niet vergeten was dat het gaat om keuzes maken
1. Lifetime
Lifetime is niet bepaald een goed spel. Eigenlijk zou ik, wilde ik mijn best doen om zo objectief mogelijk te zijn, The Stanley Parable moeten benoemen tot het beste spel van 2011. Maar ik erken dat korte top drie lijstjes maken over spellen die nog geen jaar oud zijn volkomen subjectief is. Daarom zet ik het spel bovenaan omdat het de meeste indruk heeft gemaakt op mij. De meeste mensen zullen Lifetime poep vinden. Het ziet er amateuristisch uit, het muziek is een beetje té, de keuzes zijn soms onduidelijk, het einde is flauw, en het verhaal is zo simpel dat het stom aanvoelt. En toch…
Er is een scène waar in je tegen het grafsteen van je vrouw praat. Je hebt het over de naam van jullie kleinzoon en andere typische dingen die je zou willen delen met degene waar je jarenlang alles mee gedeeld hebt. Uiteindelijk zeg je, “tot volgende maand”, alsof je al zo vaak bent langs geweest. Wat kan je anders doen voor iemand die al gestorven is? Je loopt het kerkhof uit, maar voordat je de bus pakt, zie je een bos bloemen liggen op een bank. Niemand anders is in de buurt. Je krijgt de keuze om de bloemen, die eigenlijk niet van jou zijn, op te pakken. Dat deed ik, al hoefde het niet van het spel. Vervolgens liep ik terug naar het graf van mijn vrouw en legde ik de bloemen neer. Dit hoefde ook niet van het spel, maar ik deed het toch. Ik bleef nog een tijdje staan bij het graf. Ik wilde wat meer tijd met haar spenderen. Dat hoefde ook niet van het spel, maar ik vond het toch belangrijk om het te doen.
Soms doe je onlogische dingen in het leven; je doet ze omdat je gewoon vindt dat zij gedaan moeten worden. Als The Stanley Parable aangeeft waarom het zinloos is om spellen te spelen, geeft Lifetime aan waarom het toch zinvol is.
