Herman Dijkstra woont in Utrecht, is getrouwd en heeft twee katten. Maar hij houdt niet van katten en zijn vrouw niet van gamen. Maandelijks lees je hoe Herman zijn hobby combineert met de beslommeringen van alledag. Games gaan voor het meisje, toch Herman?
Het voelt alsof ik langdurig onder hoogspanning sta. Het zijn gevoelens van stress. Ik sta uren te springen, in het midden van de kamer, op het ritme van tikkende verwarmingsbuizen. Jumpstyle! Daarna voel ik me leeg en lusteloos. Ik sleep mijzelf van dag naar dag en ’s avonds verveel ik me. Soms ga ik om elf uur al naar bed en tel ik de bloemetjes op het dekbed, deel ik deze door het aantal haken van het slaapkamergordijn en vermenigvuldig ze daarna met het aantal spijlen van mijn bed. Om elf uur hoor ik helemaal in niet in bed te zijn. Normaal zit ik tot diep in de nacht te gamen. Recent is dit alles veranderd. Ik ben rusteloos, sensitief en barst soms zomaar in tranen uit…
Het is allemaal vorige week begonnen toen mijn vrouw riep: “De TV doet raar!” Ik hoor het dagelijks nagalmen in de spelonken van mijn overspannen geest. Haar stem kwam niet uit de slaapkamer, waar een klein tv’tje staat, maar uit de gamekamer. In de gamekamer staat mijn trots. Een high definition plasmatelevisie met een doorsnee van honderdzes centimeter! Dit is de tv die mij voor het eerst een next-gen game-ervaring heeft gegeven. Nu was zijn beeld zwart. Hij knisperde en kreunde nog wat na. Er was letterlijk en figuurlijk geen enkel lichtpuntje meer te vinden.
Gelijk belde ik de fabrikant. “Welkom bij de technische servicedienst. Op dit moment zijn wij niet bereikbaar.” Ik weet nog dat ik uren lang gespannen, om het kwartier, de tv elke keer aan en weer uit zette. Dagen later werd het duidelijk dat het aan de printplaat lag. Reparatie was te kostbaar en ik kreeg het advies om een nieuwe te kopen.
En nu? Het gaat niet goed met mij, dat mag gezegd worden. Ik kwijn weg. Ik wil gamen en mis mijn dagelijkse hoeveelheid pixels. Het is alsof de training ’omgaan met teleurstellingen’ keer op keer wordt afgelast en dat ze het nodig vinden om mij hierover steeds persoonlijk te berichten. Tussentijds heb ik wel bij mijn vrouw een investeringsaanvraag voor een nieuw HD-tv ingediend. Zij heeft de aanvraag in beraad. Dit heeft even tijd nodig. Het is immers geen pakje boter wat je koopt.
De dagen gaan voorbij en ik raak steeds verder geïsoleerd. Ik heb stress, enorm veel stress. Stress ontstaat niet alleen wanneer wij te veel prikkels krijgen, zoals in periodes waarin wij intensief, hard en langdurig werken. Stress ontstaat ook wanneer er sprake is van te weinig prikkels. Dit is de andere kant van het spectrum. De kant waar niemand het over heeft. Het niet kunnen omgaan met een gebrek aan prikkels, saaiheid en verveling. Ik ondervind aan den lijve dat dit een ondergewaardeerde vorm van stress is.
Vaktherapeut Hans West zegt hierover: “Je zou kunnen zeggen dat wij als mensen een zekere ‘prikkelhonger’ hebben. Als wij in ons leven onvoldoende geprikkeld worden, of dus te eenzijdig geprikkeld worden, dan wordt deze ’prikkelhonger’ onvoldoende gevoed. Er ontstaat gespannenheid en onrust. ”
Er zijn verhalen bekend van mensen die langdurig afgesloten zijn geweest van licht en geluid. Zoals ik afgesloten ben van het game-universum. Deze mensen gaan op een gegeven moment lichtpatronen zien, geluiden en stemmen horen. Onze geest kan nu eenmaal niet tegen volledige afzondering. De geest beschermt zichzelf door hiervan een eigen invulling te maken.
En dat is nu precies waar ik last van heb. Je zou kunnen zeggen dat er bij mij geen sprake is van ‘prikkelhonger’ maar van ‘pixelhonger’! Mijn vrouw reageerde opgelucht: “Dus je hebt geen dure tv nodig om te gamen? Pixelhonger, noem je dat toch? Als de huidige situatie maar lang genoeg duurt gaat je geest, voor de ontstane situatie, een eigen oplossing zoeken. Hij beschermt zichzelf door hiervan… tja hoe zei je dat? Door een eigen invulling te maken? Nou… laat die zenuwinzinking maar komen! Gisteren in de stad zag ik schitterende, exclusieve rode laarzen waarvan ik de prijs niet hardop kan uitspreken!”

