Elke woensdag post Joost Rietveld over actuele businessberichtgeving uit de gameindustrie.

In vergelijking met 2008 is er in 2009 minder geïnvesteerd door investeringsmaatschappijen in de traditionele developmentsector van de videogamesindustrie. In 2009 werd er in 25 videogame bedrijven geïnvesteerd met een monetaire waarde van $153,7 miljoen, waar er in 2008 nog in 35 bedrijven werd geïnvesteerd met een waarde van $214 miljoen, aldus PricewaterhouseCoopers. De reden van minder investeren is dat investeringsmaatschappijen door de financiële crisis meer risico-avers zijn geworden. Als creatieve industrie is de videogamessector een industrie die gedreven wordt door ‘hits’, waarvan de mate van succes voorafgaand aan productie moeilijk te voorspellen is, noch makkelijk te verklaren achteraf. Een logische stap dus, maar wat zijn hiervan de gevolgen?
Minder risico, focus op hits
Aangezien gamedevelopers en uitgevers in grote mate afhankelijk zijn van deze investeringsmaatschappijen voor het rond krijgen van de financiering voor hun projecten, drukt deze ontwikkeling nogal een stempel op deze bedrijven. Investeerders willen een zekerder rendement op hun beleggingen, wat videogameontwikkelaars en uitgevers ertoe leidt zich toe te leggen op hits, games met een groot budget, veel marketing en een zo groot mogelijke doelgroep, veelal in de vorm van sequels op zichzelf reeds bewezen titels. Zo heeft Ubisoft onlangs laten weten zich te gaan focussen op haar grote franchises, als bijvoorbeeld Assassin’s Creed en Prince of Persia, waar elke 12 tot 18 maanden nieuwe iteraties van moeten verschijnen. Geheel naar het voorbeeld van Call of Duty overigens.
Minder creativiteit, minder innovatie
Hoewel de focus op blockbusters het risico voor investeringsmaatschappijen deels wegneemt, heeft het een vergroot risico voor developers en uitgevers, namelijk een gebrek aan innovatie met mogelijk ernstige gevolgen voor de industrie op den duur. Elk jaar een iteratie op een succesformule uitbrengen en hier vooral niet te veel van afwijken heeft per definitie met exploitatie te maken. Dit is wat de investeringsmaatschappijen willen: een veilige, platgetrapte route naar een voorspelbaar inkomen. Uitgevers die zich hier teveel door laten leiden verliezen de ontwikkeling van nieuwe franchises, oftewel innovatie, uit het oog. Dit laatste heeft per definitie met exploratie te maken. De spanning tussen exploratie versus exploitatie is een welbekende binnen de innovatieliteratuur, willen bedrijven langetermijnsucces behalen dan dient er een balans tussen deze begrippen te bestaan.
De consequenties
Daar de grote studio’s veelal worden ingezet voor de ontwikkeling van blockbusters, hebben deze spelers komende jaren weinig te vrezen, los van beperkte vrijheid tot creativiteit. Naast een algehele tendens minder te innoveren hebben de gevolgen van bovengenoemde ontwikkeling vergaande consequenties voor middelgrote studio’s in het specifiek. Deze studio’s hebben moeite met het aantrekken van vermogen voor hun minder grote, veelal innovatieve projecten met als gevolg dat veel van deze studio’s failliet gaan of worden ingelijfd door een grote uitgever.
Wanneer exploratie succesvol geschiedt heeft dit groei tot gevolg. Een sector met veel ruimte voor exploratie en groeipotentie is casual en mobile gaming zoals bijvoorbeeld op Facebook en de iPhone. Er is momenteel dan ook een verschuiving gaande van talent dat de grote studio’s verlaat en voor zichzelf begint in dit segment van de videogamesindustrie. Recente start-ups van ex-Activision- en Rockstarwerknemers zijn hiervan het bewijs. Laat dit segment nou net de sector zijn waar investeringsmaatschappijen in investeren: het deel wat ze minder beleggen in de traditionele developmentsector. De vraag is nu niet of maar wanneer exploitatie ook in deze sector de overhand op exploratie zal verkrijgen.
