De nieuwe prinsen van Perzië: hoe het staat met games in Iran



Iran

Demonstraties, rellen, vechtpartijen, arrestaties en gewonden; de laatste maanden waren behoorlijk rumoerig in Iran, en dat is nog voorzichtig uitgedrukt. De herverkiezing van Mahmoud Ahmadinejad heeft flink wat stof doen opwaaien in zowel Iran zelf als de gehele Westerse wereld. Ondanks heftige protesten die – mede dankzij nieuwe media als Facebook en Twitter – wekenlang aanhielden, is Ahmadinejad opnieuw aangesteld als president van Iran en is er een ongemakkelijke rust teruggekeerd in het omstreden land.

Een ongemakkelijke rust is het zeker, gezien de schijnbaar kalme, maar eveneens onheilspellende sfeer, die herinneringen op dreigt te roepen aan de DDR. Aan de oppervlakte lijkt er geen vuiltje aan de lucht; mensen doen de doodgewone dagelijkse dingen; ze gaan naar hun werk, doen boodschappen, drinken thee en bezoeken familie en vrienden. Uit verschillende reportages blijkt echter dat onder dit ogenschijnlijk gladde oppervlak toch de nodige beroering bestaat. Mobieltjes staan uit als mensen met elkaar praten, buren worden niet langer vertrouwd en bij het minste of geringste dat verdacht is, worden burgers ondervraagd. Er is nog net geen Hohenschönhausen in Teheran, tenminste niet dat we weten.

Als men bovenstaande omstandigheden in het achterhoofd houdt, is het des te opmerkelijker dat enkele weken geleden Iran voor het eerst in de geschiedenis vertegenwoordigd was op een internationale beurs voor games: de Gamescom in Keulen.

Creativiteit en games in Iran

Overweldigd door het geweld van tientallen Westerse en Aziatische ontwikkelaars met miljoenenbudgetten stond daar een kleine stand van de Iraanse ontwikkelaar RAS Games.Het is moeilijk voor te stellen hoe een ontwikkelaar van games – een medium dat, evenals film en literatuur, creatieve vrijheid vereist om tot bloei te komen – te werk gaat in een samenleving waar deze creatieve vrijheid juist lijkt te ontbreken.

Daarnaast is het een interessante kwestie of Iraanse games de Westerse en Aziatische gameindustrie iets unieks te bieden hebben. Het is geen geheim dat laatstgenoemden zich in een creatieve crisis bevinden, gezien de vele sequels en ongeïnspireerde oorlogsgames die verschijnen. Ontwikkelaars en uitgevers zijn huiverig geworden voor nieuwe ideeën; omdat de ontwikkeling van een game vaak miljoenen kost, is het risico van een nieuwe serie doorgaans te groot. Veel veiliger is het om sequels uit te brengen voor series die zich al bewezen hebben; bovendien kost dit meestal minder geld en tijd.

Wat betreft creatieve vrijheid lijkt er een paradoxale situatie te bestaan in Iran. Aan de ene kant is er al jaren een zogenaamde National Foundation for Computer Games, een instantie die valt onder het ministerie van Cultuur en Islamitische begeleiding. Volgens een artikel uit 2006, waarin de doelstellingen van deze stichting uiteengezet worden, zijn games niet kwalijk. De stichting ziet namelijk in dat games niet alleen maar bedoeld zijn als vermaak, maar wel degelijk een rol kunnen spelen in “the emergence of cultural patterns, advancement of education, [and] development of cultural and scientific features of individuals”. In theorie, althans; de kans is even groot dat dergelijke passages propaganda zijn.

Toch, als je zo af en toe naar het politieke geneuzel over games in de Nederlandse media en politiek kijkt, lijken wij hier qua ideologie niet veel verder te zijn. Ook besteedt Nederland nog vrij weinig aandacht (al begint het te komen) naar games in het onderwijs of in de bedrijfssector, terwijl in studies het nut aangetoond is van games in een educatieve of commerciële omgeving.

Toch veel problemen

Deze ogenschijnlijk liberale houding van Iran zou tot genoeg mogelijkheden en creatieve vrijheid moeten leiden. Dit lijkt echter niet geheel het geval te zijn; abstracte concepten en ideologieën monden vaker niet uit in praktische besluitvorming. Helemaal niet in landen waar corruptie en vriendjespolitiek aan de orde van de dag is. Amir Tarbyatjoui, manager van het bedrijf dat de stand in Keulen beheerde, erkent dit; hij meldt dat er simpelweg te weinig investeerders zijn. Sterker nog, Shahab Sabzi van Gamersland.ir (de grootste Iraanse website over games) stelt dat er van een liberale houding ten opzichte van games weinig sprake is: “Iranian computer game developers face numerous limitations and restrictions which prevents them from bringing all of their dreams to life”.

De zaken worden nog lastiger door de gecompliceerde relatie tussen de Verenigde Staten en Iran. Vooral het omstreden atoomprogramma van Iran zorgt voor problemen, zoals het ontbreken van financiering, aandacht vanuit de media en een platform om de games aan het publiek te tonen. Zonder financiering is het schier onmogelijk voor een opkomende industrie om games te ontwikkelen die zich kunnen meten met Westerse games, erkent Sabzi: “Today there are several small game developers which work with the least possible budget. Therefore, under current circumstances we do not expect Iranian computer games to be successful in the international market.”

Bovendien zijn zowel aandacht in de media als een platform om de game aan het publiek te tonen essentieel om vervolgens de game ook daadwerkelijk te verkopen. Door het ontbreken van deze stimuli dreigt de Iraanse gamesindustrie in een vicieuze cirkel terecht te komen. Illustratief voor deze problemen is Bahram Borgheai, de man die aan het roer staat bij RAS Games. Hij ziet met lede ogen aan dat het waarschijnlijk niet mogelijk is om met een Iraanse stand op een van de belangrijkste beurzen van de industrie te staan: de Electronic Entertainment Expo, oftwel de E3 in Los Angeles. Hoewel de Gamescom in Keulen internationaal wel goed bezocht wordt, heeft het simpelweg niet de allure en impact van de E3.

Perzische potentie

Jammer. Ondanks politieke instabiliteit, omstreden atoomprogramma’s, verdachte verkiezingen en een Stasi-sfeer, kunnen Iraanse games wel degelijk iets unieks toevoegen aan ons huidige assortiment. Helaas is de enige game die wat bekendheid geniet in het westen een kort schietspel genaamd Special Operation 85, waarin je Iraanse atoomwetenschappers moet bevrijden uit Amerikaanse handen. Het moge natuurlijk duidelijk zijn waarom juist deze game aandacht heeft gekregen. Ook is de herkomst van het spel vaag, evenals of het wel om een volledige game gaat en niet slechts een politiek statement. Bovendien, zo legt Sabzi uit, is er onder jongeren helemaal geen behoefte aan politiek in games: “Computer games and politics are two separate areas and most gamers are not fond of mixing them.”

Veel interessanter is daarom een franchise als Quest of Persia, een serie games die veel lof heeft geoogst in het Midden-Oosten. De franchise is uniek in zijn opzet, waarbij alles Perzisch is, van de muziek tot aan de omgevingen. Volgens de ontwikkelaars is een van de belangrijke speerpunten van Quest of Persia dan ook dat er een uniek, representatief en historisch accuraat beeld wordt gecreëerd van de Perzische cultuur (Iran behoorde vroeger tot het Perzische rijk; Perzisch is ook nog steeds de moedertaal van Iran).

Deze cultuur kan een belangrijke bijdrage leveren aan zowel de Westerse als de Aziatische game-cultuur, zo beargumenteert Borgheai: “Veel Westerse ontwikkelaars teren vooral op Griekse, Noorse en Romeinse mythologie, terwijl Iran een geheel eigen mythologie heeft; eentje die nauwelijks als basis dient in games.” Sabzi ondersteunt dit: “Iran is an ancient country with a rich history and mythology. […] Using historical events or mythologies as a backbone can have an enormous effect on the development of the computer game industry in Iran, and introducing Iranian games to the international audience.”

Helaas zitten eerder genoemde problemen een doorbraak van dergelijke games in de weg, en dat is zonde. Games zijn bij uitstek een medium dat mensen in het algemeen, en jongeren in het bijzonder, een bepaald beeld kan schetsen, waarbij ze spelenderwijs een cultuur verkennen en informatie aangeboden krijgen.

Iraanse games zouden bijvoorbeeld het beeld dat wij in het westen voorgeschoteld krijgen van Iran kunnen aanvullen, zodat er een completer en gebalanceerder beeld ontstaat. Lokale games als Quest for Persia voorzien hierin door hun realistische weergave van de Perzische cultuur en het culturele erfgoed van Iran, iets wat in Westerse media en games amper belicht wordt. Zo bezien kunnen de Iraanse games voor de Westerse wereld een vergelijkbare rol op zich nemen als documentaires: ze bieden een toegankelijk venster naar een andere cultuur.

Nu nog toekomstmuziek

Vooralsnog lijkt er echter weinig schot in de zaak te zitten; Westerse media hebben het feit dat Iran een stand had op de Gamescom wel opgemerkt, maar besteden er vrij weinig aandacht aan. Het blijft bij het vermelden van de aanwezigheid, zonder dieper in te gaan op de games die het land te bieden heeft, terwijl het daar juist om gaat. Wellicht dat de Engelse vertaling van Quest of Persia daar enigszins verandering in kan brengen, want zolang er geen aandacht wordt gegenereerd in het Westen, blijft financiering uit en lijkt het een welhaast onmogelijke opgave voor de Iraanse gamesindustrie om tot bloei te komen.

Een pijnlijk voorbeeld hiervan is Orient: A Hero’s Heritage, een Iraanse game. Ook deze game was voorzien van traditionele muziek, stemmen en omgevingen. De website kende een uitgebreide beschrijving in het Engels. Alleen onder het kopje ‘sponsors’ was het akelig leeg en de game is dan ook niet meer in ontwikkeling.

Demonstraties, rellen, vechtpartijen, arrestaties en gewonden zijn dus niet de enige zaken die Iran te bieden heeft. Zeker, het land heeft een verdacht atoomprogramma en een omstreden regering (met vreemde ideeën over de Holocaust). Het land lijkt bovendien in angst te leven op dit moment, stil gehouden door een bedreigende sfeer. Maar dat weerhoudt culturele pioneers als RAS Games en Quest of Persia er niet van om op een culturele manier wél toenadering te zoeken tot een industrie die een steeds prominentere plek in ons dagelijks leven inneemt. Dat is prijzenswaardig, en verdient op zijn minst wat meer aandacht in de media dan slechts de signalering van aanwezigheid. Immers, als er op politiek gebied geen bruggen gebouwd worden, betekent nog niet dat er op cultureel niveau geen gedeelde passies te vinden zijn.

Dit artikel is in minder uitgebreide vorm verschenen is in Xi 18.1.

7 reacties

  1. Stone · 24-11-2009 · 15.28 uur

    Allereerst; erg goed artikel, met veel plezier gelezen.

    Ik kan mijn voorstellen dat je als bedrijf graag meesterwerken zou willen maken die kunnen concurreren met de gears of war, halo, killzone of met de B-games categorie. maar als je niet beschik over de budget moet je er ook niet aan beginnen. daarom snap ik niet zo goed wat ze doen op de gamescon?

    Bollywood zie je ook niet op het Cannes Festival. zij konden niet concurreren met de Hollywood-budgetten en zochten daarom naar hun eigen niche. Met succes! Dat zal dit bedrijf ook moeten doen. Richt je op de game-markt in het Midden-Oosten. maak game in het Arabisch, op een platform die daar geschikt voor is. dat zal waarschijnlijk niet het discje in de winkel model zijn. maar een flash game portal, of een FTP MMO achtig iets. leer daar je vak, finetune je ideeën, en bouw een budget op. en probeer daarna misschien eens een internationaal avontuur.

  2. Ellen de Lange-Ros · 24-11-2009 · 21.01 uur

    Mooi artikel. Leuk om hier op in te gaan.

    Het is interessant om te bedenken of er uit zo’n andere cultuur ook hele andere games zullen voortkomen. Ik ben alvast heel benieuwd naar de games die op termijn in het Midden Oosten, of andere gebieden worden gemaakt. Hoe zit het bijvoorbeeld met de gamesindustrie in Afrika? En komen er al games uit China die op de eigen cultuur zijn gebaseerd? Wie weet daar meer van?

  3. Vlad Micu · 24-11-2009 · 21.31 uur

    Erg goed geschreven Jesse!

    Ik had dezelfde gedachtes over het rijke potentieel van games uit die regio toen ik een paar Iraanse devs sprak op GamesCom (http://www.gamert.nl/nieuws/gc09_iran_is_er_ook.html). Ze waren zo aardig om twee van hun Quest for Persia games te geven. Eentje was nog niet vertaald. De ander, was vertaald, erg rauw en onvolmaakt, maar vertelde toch een uniek verhaal uit hun geschiedenis met erg veel potentieel. Gelukkig hebben ze tenminste dat National Foundation for Computer Games, want in Roemenië zijn ze zelfs zo ver nog niet…

  4. David Nieborg · 25-11-2009 · 15.41 uur

    Kijk, dit is game journalistiek :)! Interessant zeg, las laatst een (wetenschappelijk) paper over de Turkse game industrie, daar hebben ze vooral een groot gebrek aan investeerders.

    In 2006 schreef ik iets soortgelijks (over Iran), “Commandant Bahman” voor de Folia: http://www.gamespace.nl/journalism/folia_59_39/. Er is niet veel veranderd zo lijkt het.

  5. Babette Egges · 27-11-2009 · 13.21 uur

    Ontzettend goed en interessant artikel! Wat me vooral erg aansprak in je artikel is dat je d.m.v. een game (Quest of Persia) een uniek en representatief beeld van een cultuur over kan dragen. En dan op een interactievere manier dan wanneer je een boek leest. Op die manier krijgt zo’n game een veel grotere meerwaarde dan alleen ‘een leuk spelletje spelen’. Aan dit soort games zou veel meer aandacht moeten worden gegeven, en dan maakt het niet uit op welk deel van onze aardbol ze zijn ontwikkeld.

  6. Guan van Zoggel · 27-11-2009 · 15.14 uur

    Wat een interessant artikel! Ik ben het volkomen met je eens dat games uit landen zoals Iran een kans horen te verdienen in de internationale markt, alleen vanuit cultureel perspectief. Meteen na je artikel ben ik ook op zoek gegaan naar meer informatie over Quest of Persia en vanuit antropologisch standpunt ben ik erg geïnteresseerd in deze game. Het klopt dat zulke producten meer leveren dan vermaak: ze leren je iets over bijvoorbeeld over de culturele historie van een natie. Technisch zag het er minder geweldig uit, maar ik zou het desondanks best een kans willen geven.

    Nu ik dit gelezen heb vind ik het ook jammer dat ik op de Gamescom geen bezoekje heb gebracht aan stands zoals die van Iran. Nu spelen we voornamelijk games die afkomstig zijn uit Japan of Amerika, dus de games uit landen als Iran of Afrika, zoals Ellen al aangeeft, zullen andere fundamentele kenmerken hebben dan wat we nu gewend zijn. En zoals we inmiddels al weten is anders niet per definitie slechter.

    Respect Jesse! ;)

  7. Vlad · 28-11-2009 · 18.49 uur

    Als iemand Quest of Persia II (Engels) of III (Arabisch) eens wil uitproberen, heb ik ze hier nog liggen. De Engelse versie is eigenlijk te beschrijven als een dappere ‘poging’, maar het was de installatie en eerste twintig minuten aan gameplay wel waard.

Volg de reacties op deze post via RSS

Plaats een reactie

Registreer je als vaste gebruiker. Heb je dit al eens gedaan, log dan in.

Hou de discussie menselijk en inhoudelijk. Reageer bij voorkeur onder je echte naam, met je foto als avatar (via Gravatar).

Toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>