Gerthein Boersma en Rogier Kahlmann maken om beurten je vrijdag onveilig met hun columns.

Een paar dagen terug heb ik iets gedaan wat ik normaliter nooit doe. Ik heb een special edition gekocht van een spel. Het was die van Bioshock 2. Niet eens omdat ik Bioshock nou zo geweldig vind. De box zag er gewoon mooi uit. Er zat een boek en een plaat in, en - niet geheel onbelangrijk - hij kostte maar 20 euro.
Eenmaal thuis pakte ik het gevaarte een beetje nerveus uit. Het had de omtrek van een platenhoes en was versierd met fraai artwork. Terwijl ik het pakket voor mezelf omhooghield keek ik er tevreden naar, maar ook ietwat onwennig. Ik wist eigenlijk niet zo goed wat ik nou met zo’n special collector’s item aanmoest. Een ding wist ik zeker: hij zou niet zomaar tussen mijn stapeltje spelletjes komen te liggen. Nee, deze box mocht aandacht opeisen in de woonkamer.
Eerst liep ik ermee naar het kastje waar ook mijn TV op staat en zette het er rechtop naast. Dit leek mij de perfecte plek voor mijn allereerste collector’s item. Ik ging er tegenover zitten op de bank en bleef er zo even naar kijken, iets waar ik me vreemd genoeg verplicht toe voelde. De tijd verstreek. Een vreemdsoortige mengeling van verveling en lichte spijt bekroop me. Ik bleef naar de doos kijken zoals ik vroeger naar nieuw speelgoed kon kijken. Niets mee doen, niet aankomen. Gewoon kijken en genieten.
Eenmaal besloten daar klaar mee te zijn, stond ik op uit de bank en liep ik op mijn Bioshock 2-collector’s edition af. Voorzichtig, alsof het heel fragiel was, legde ik hem op zijn rug en deed het deksel eraf. De plaat, voorzichtig tussen mijn vingers geklemd, legde ik op de pick-up. Terwijl ik de arm langzaam op het vinyl liet zakken mompelde ik tegen mezelf: ‘Dit is toch écht wel een hele mooie special edition’. Daarna, terwijl de muziek speelde, bladerde ik door het fraai geïllustreerde boek dat erbij zat.
Van screenshots naar wapen- en vijandendesigns turend, vouwde ik langzaam de bladzijden over elkaar heen. Weer praatte ik in het luchtledige om mezelf te overtuigen van mijn geweldige aankoop: ‘Kijk nou toch, Kahlmann! Wat een fantastische box! En voor die prijs!’ Ergens, heel erg diep in mijn achterhoofd, vroeg een ander stemmetje zich af wat ik nu toch weer in godsnaam aan het doen was.
Dat stemmetje negerend haalde ik de plaat van de speler af, deed hem voorzichtig terug in de hoes en pakte ik de doos weer netjes in. Daarna zette ik hem terug naast de TV en ging weer op de bank zitten. Het werd al wat donkerder en ik leek vast te zitten in een soort apathisch staren. Ik vroeg me af of dit nu het begin was van een verzameling. Zou ik straks ook andere collector’s, special en prestige-editions gaan kopen? Waar zou ik ze neer moeten zetten? Spookbeelden van vitrines, verzamelbeurzen en figurines passeerden mijn geestesoog.
Ik stond op, liep weer naar de doos, trok het deksel eraf en groef door de rotzooi heen naar het spelletje zelf, dat ik op de stapel achter het kasdeurtje smeet. De zwarte doos, de plaat en het artworkboek kieperde ik haastig de prullenbak in. Nog een beetje aangeslagen, maar vooral opgelucht mijmerde ik: ‘Dat ging daar bijna even fout’.
