De hoogtepunten van het afgelopen gamejaar, volgens de medewerkers van Bashers.
5. De aankondiging van Transformers: War for Cybertron

Op conceptwerk en een gerenderde trailer na is er weinig van deze game bekend (zelfs Dhr. Roding kielhalen voor extra info leverde weinig op). Maar kijk nou toch! Cybertron! Geen mensen! Optimus die met z’n energonbijl een Decepticlone door midden klieft! Gemaakt door de mensen achter The Bourne Conspiracy! Een verhaallijn gebaseerd op The Great War zelf! Het transformatiegeluidje! Ik wil gewoon zo graag dat deze game perfect wordt. De PS2-game Transformers was een goede start en dit kan de overtreffende trap worden.
Het is dat de lanceerdatum nog niet bekend is, anders zou ik de dagen tot de release letterlijk aftellen. Zonder dollen een van de hoogtepunten van het jaar (wat op Transformer-gebied ook wel mocht na die vreselijke ‘B’-film ergens halverwege 2009).
4. Volledig digitaal met de PSP

De PSP Go mag dan een beetje een dure aanfluiting zijn, wat het impliceert is dat allerminst. Sinds de lancering van Sony’s compleet digitale disitributiesysteem, heb ik langzaam al mijn UMD’s ingeruild (op de UMD-film Transformers: The Movie na natuurlijk) en ben ik overgestapt op enkel downloads. Alsof mijn PSP een glorieus tweede leven begint!
Oude PS One-klassiekers, compleet nieuwe titels, exclusieve PSN-games en goedkope Minis. Met een goede 30 games op m’n 16 GB-geheugenkaartje is de vaste plek in mijn rugzak van de Nintendo DS in beslag genomen door de PSP. Van Vagrant Story tot Tetris en van Pixeljunk Monsters Deluxe tot Monster Hunter Freedom Unite. De PSP begint zijn droom als draagbaar entertainmentsysteem nu pas echt waar te maken. En het beste is dat je er absoluut geen PSP Go voor nodig hebt.
3. De elegantie van bordspellen

Bordspellen zijn mijn roots. Als kind zat ik zelf ganzenbordvariaties in elkaar te knutselen en forceerde ik familieleden mee te spelen (terwijl de regels on-the-fly werden getweakt). Dat videogames langskwamen was dan ook vooral voor mijn familie een opluchting. Bordspellen verdwenen naar een tweede plek, maar echt uit het oog ben ik ze nooit verloren.
Dit jaar ging echter alles los met een heuse bordspellenrevival onder vrienden. Hoogspanning, Carcassonne, Katan, Red November, Caylus, Tobago, Munchkin, Finstere Flüre en zelfs Dungeons & Dragons kwamen weer boven water. Ergens zijn die spellen zelfs beter dan games. Ze zijn misschien minder op de ervaring gericht (met uitzondering van laatstgenoemde), maar de elegantie in hun regelsystemen en de manier waarop het gamedesign zo angstaanjagend dicht op het materiaal zit is prachtig. Dat ik dat alles kon delen met een hoop vrienden dit jaar was een geweldige ervaring. Dat er een nieuwe Bashers-column uit voortkwam was de kers op de taart.
2. Online co-op in Borderlands

Sinds ik Gauntlet II op de NES leerde kennen, ben ik altijd op zoek geweest naar iets wat het kon vervangen in modernere tijden. Phantasy Star Online kwam bijvoorbeeld dichtbij, maar miste de vrije slag die Gauntlet in zich had. Het was zo erg dat het beste sinds Gauntlet II… Gauntlet II bleek te zijn, als heruitgave op het PlayStation Network! Maar toen was daar ineens Borderlands.
Een eerstepersoonsschietspel met rollenspel-elementen, zo werd het aangekondigd, en met Fallout 3 in m’n achterhoofd keek ik argwanend naar deze titel. Eenmaal thuis verslond dit monsterlijke spel zonder al te veel tegenstribbelen een slordige 40 uur in korte tijd, waarvan het gros samen met vrienden. Jawel, dit was de spreekwoordelijke Gauntlet III waar ik zo lang naar had gezocht: met z’n vieren hordes monsters neerknallen met een constante stroom aan nieuw schietijzerspeelgoed. Wat maakt het dan uit dat het einde als een tang op een varken slaat? Met zoveel meerspelerlol heb je geen verhaal nodig. En Borderlands had als hoogtepunt op nummer 1 gestaan, ware het niet dat er daarna nog iets anders langskwam…
1. Demon’s Souls

Als je dit leest: dit is geen game voor jou. Speel dit spel maar niet. Je kan het niet aan. Je zal gaan huilen op het moment dat je voor de dertigste keer doodgaat en weer terug naar af moet in de allereerste wereld. Je zal er krachttermen uitgooien als je na 6 uur spelen nog steeds de eerste baas niet hebt ontmoet. Je zal de disk in tweeën willen breken omdat je knoppenramtechniek weinig uithaalt tegen een 10 meter hoge reus. Je zal de makers vervloeken op het moment dat een andere speler een dolk in je rug plant.
Je zal krijsen, omdat je geen flauw idee hebt in welke volgorde je de vijf werelden moet uitspelen. Je zal niet verder durven te gaan op het moment dat je enkel een belletje in de verte hoort omdat je wéét dat je over een paar minuten dood zal zijn. Je geeft het bij voorbaat al op als een vuurspuwende spin de tunnel waar je doorheen moet in lichterlaaie zet. Je zal zuchten op het moment dat twee samoeraiskeletten je in luttele seconden vakkundig ontdoen van je levenspunten. Je zal tandenknarsen als een enkele speer je net teruggekregen lichaam doet oplossen.
Je zal opkijken als een uitwijkmanoeuvre je naar de rand van de afgrond slingert en je duizenden opgespaarde zielen midden in vijandig gebied dumpt. Je zal onthouden dat die rode gevulde ‘tomaatplanten’ je meteen vergiftigen als je ze ook maar aanraakt en je hooguit een minuut geven terwijl je in allerijl de wereld probeert te verlaten. Je zal ontdekken wat de zwakke plek is van die vreselijk irritante lachende tovenaars en ze naar de hel sturen. Je zal jezelf voor je kop slaan omdat je overmoedig bent geworden en 50 levels later alsnog sterft in de eerste wereld.
Je zal je kop door de muur willen rammen omdat je wraakactie die daarop volgde er nu voor heeft gezorgd dat de eerste, zwakste vijanden je onderuit haalden. Je zal met zwetende handen ergens in een hoekje achter een pilaar weggedoken zitten terwijl een drakengod snuivend de omgeving afschuimt. Je zal een oorverdovend “YES” eruit gooien als je eindelijk die ridder met rode ogen met de grond gelijk maakt.
Je zal wederzijds respect opbouwen met die andere speler, die je spel binnendringt en vechtend tot op het scherpst van de snede een half uur als sneeuw voor de zon doet verdwijnen. Je zal de vele personages redden en doden om hun zielen, krachten en uitrusting aan de jouwe toe te voegen. Je zal sterker worden. Je zal leren. Je zal winnen. Je zal een New Game+ starten en glimlachend het eerste bericht op de grond lezen: “The true Demon’s Souls starts here…” Je zal weer sterven.
Nee, dit spel is niet voor jou. Speel dit spel maar niet.
