Defensie werft met computergames: “Ik heb je, motherfucker!”



Dit artikel is eerder verschenen in weekblad Revu.

Games zijn stoer en de doelgroep van Defensie gamet. Een plus een is twee… We horen vaak genoeg dat het Amerikaanse leger werft met games, maar hoe zit dat eigenlijk in Nederland? Is Uruzgan een spelletje?

Virtuele soldaten

“Twee minuten nog”, schreeuwt een jonge bevelhebber naar zijn troepen. Heel even staat de veldslag op pauze terwijl het team ongeoefende soldaten hun geweren inspecteert. Daarna barst de strijd weer los. De blikken strak op… het beeldscherm. Terwijl de linkerhand als een bezetene over het toetsenbord ratelt, vliegt de rechterhand met muis en al over het bureau. Een van de jonge soldaten legt aan en vuurt. Headshot!

“Ging goed, of niet? Nu kun je volgende week komen intekenen voor het echte werk.” Landmachtmajoor Ad-Jan van Andel kijkt toe tijdens de virtuele veldslag, waarin twee groepen van vijf spelers elkaar proberen uit te schakelen. Als de gamesoldaten na een wedstrijd van vijftien minuten de virtuele wereld uit geslingerd worden, moeten ze terug naar de werkelijkheid: een gymzaal met baskets en klimmuren, die is omgebouwd tot tijdelijke computerruimte voor de Landmachtdagen, de jaarlijkse open dag van de Koninklijke Landmacht.

De beste virtuele soldaat krijgt een cd’tje met demo’s mee. Kan hij thuis nog even flink oefenen. En heel soms wordt de winnaar even aangeschoten door Van Andel, die de actie van een afstandje in de gaten houdt: “Een positief gesprek of een opmerking kan ze net wat meer prikkelen. Ook als het gaat om daadwerkelijk inschrijven.”

Highschool drop-outs

Het klinkt als een wervingsactie in een gemiddeld Amerikaans winkelcentrum, waar legerfanatiekelingen proberen jonge jongens en meiden over te halen zich aan te sluiten bij het leger. Het ideaalbeeld van zo’n nieuw legerjoch: een highschooldrop-out van om en nabij de 20 jaar. “Hij is niet mislukt, maar ook niet geslaagd en echt nog heel erg aan het zoeken naar wat hij wil”, stelt gameonderzoeker David Nieborg. “En wat doen die jongens allemaal in hun vrije tijd? Die gamen.”

Propagandagame

“‘The most realistic army game ever’ noemt het Amerikaanse leger het door hen ontworpen spel America’s Army,” zegt David Nieborg, onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. “Alsof oorlog precies zo is. Maar dat is niet zo. De game staat bol van Amerikaanse opvattingen. Het leger probeert spelers vóór de strijd begint al te hersenspoelen met de eigen erecode. Vergeleken met de Amerikanen doen we het hier in Nederland echt heel netjes.”

Voeg dat bij het typische, overdreven Amerikaanse patriottisme en de constante oproepen om je toch vooral aan te sluiten bij het leger, en de Amerikanen hebben een sterk wervingswerktuig in handen. Maar het is nog niet genoeg. Het Amerikaanse leger heeft voor 2010 een investering van 50 miljoen dollar op de rol staan. En dat is alleen voor de ontwikkeling van nieuwe computergames.

In zijn onderzoek Tapping into the Popular Culture of America’s Army, the Official U.S. Army Computer Game schrijft Nieborg over de relatie tussen het leger en games. Hoewel hij zich vooral op het Amerikaanse leger en de door dat leger uitgebrachte videogame America’s Army richt, ziet hij ook het Nederlandse leger meer interesse voor videogames ontwikkelen. “Je moet gaan waar je doelgroep zit. Er is geen dienstplicht meer, dus moet je mensen overhalen zich bij het leger aan te sluiten. Dan moet je de voordelen benadrukken. De stoere kant van oorlog dus. Jongens die het leger in gaan, hopen natuurlijk dat ze minstens één keer onder vuur komen te liggen.”

In de gymzaal van het militaire complex in Amersfoort waar de Landmachtdagen gehouden worden, lijkt het benadrukken van die stoere kant aardig te lukken. De hal hangt vol posters, flyers en andere beelden uit Virtual Battle Space 2 (VBS2), de game die Defensie gebruikt voor trainingen.

“We zijn hier eigenlijk vooral om te laten zien wat we doen. Deze simulatoren – we noemen ze geen games – gebruiken we ook in het dagelijks leven om te trainen voor echte oorlogen. We leren samenwerken in werelden als deze”, aldus Van Andel, die glimlacht naar de volgende gamewinnaar die voorbij komt lopen met een gewonnen demoschijfje in de hand. “Maar het is aan de andere kant wel enigszins waar dat we VBS2 op de Landmachtdagen ook gebruiken om jongeren enthousiast te maken voor het leger. Daar draaien zulke open dagen natuurlijk ook om.”

Overtuigingskracht

Het gebruiken van games om nieuw personeel te werven is een strategie die is overgewaaid uit de Verenigde Staten. Bij het Franklin Mills winkelcentrum in het Amerikaanse Philadelphia staan bijvoorbeeld grote, sterke pc’s en spelcomputers te brommen. De onderliggende boodschap: speel een game en je weet hoe het is om in een oorlog te zitten. Dat de pc’s opgesteld staan in het Army Recruitment Center is extra makkelijk. Zo kunnen fanatiekelingen meteen intekenen. Kennelijk werkt het. Games hebben een enorme overtuigingskracht. Dat komt omdat je echt intensief bezig bent. Je zit er veel meer in dan wanneer je er alleen maar over leest of het op televisie ziet. De Tweede Wereldoorlog was nog nooit leuk, totdat Call of Duty op de markt kwam.

Terreurgames

In de simulatiegame Virtual Battle Space 2 zijn wij de westerse troepen die de kwade terroristen uit moeten schakelen. Een standaardscenario, niet alleen voor simulatie, maar ook voor de commerciële oorlogsgames. Behalve als we het internet afstruinen voor speciale aanpassingen, de zogeheten mods.

Na het installeren van zo’n mod voor het populaire strategische oorlogsspel Battlefield 2, rennen we ineens rond als een islamitische vrijheidsstrijder die de Amerikaanse indringers moet vernietigen. De mod in kwestie is een projectje van de technische tak van Al Qaida. Het doel is hetzelfde als dat van bijvoorbeeld America’s Army: zieltjes winnen voor de heilige oorlog. Maar dan voor de andere partij dus.

Steeds meer organisaties grijpen wereldwijd naar games. Het bekendste voorbeeld is misschien nog wel Hezbollah. De game Special Force en zijn opvolger Special Force 2 vliegen in Libanon de winkels uit. Gamers spelen de strijd na die Hezbollah tussen 1982 en 2000 tegen Israël voerde. Geheel belicht vanuit het perspectief en de opvattingen van Hezbollah natuurlijk.

Maar met het gebruiken van games als wervingsmiddel moet op zijn minst voorzichtig omgesprongen worden, vindt CDA-Kamerlid Raymond Knops. “Uruzgan is geen spelletje. Mensen moeten niet denken dat het hetzelfde is, en dat is wel een beetje de boodschap die zulke games tijdens wervingsdagen overbrengen.”

Samen met zijn collega Mirjam Sterk stelde Knops Kamervragen aan minister Rouvoet van Jeugd en Gezin en staatssecretaris Jack de Vries van Defensie over het gebruiken van gewelddadige games tijdens wervingsevenementen. “Het is leuk dat je als Defensie heel cool en leuk wilt zijn om veel jongeren te trekken. Van die jongens moet Defensie het hebben. Maar ze moeten wel voorzichtig zijn. Vooral op plekken waar heel jonge kinderen komen. Zij zien het verschil nog niet tussen werkelijkheid en games.”

Het gebruiken van games op open dagen van Defensie geeft volgens CDA’er Sterk een verkeerd beeld aan de bezoekers. “Onze mensen die uitgezonden worden leren vooraf op een verstandige manier met geweld omgaan. Games doen dat juist niet. Ik snap het dilemma van Defensie wel. Zij hebben ICT’ers nodig, en een groot deel van hen gamet. Maar ik denk niet dat dit de juiste manier is. Het valt op dat Defensie steeds vaker aanwezig is bij evenementen waar jongeren zijn. Dit is daar een onderdeel van. Maar het brengt wel risico’s met zich mee. Er zijn genoeg andere manieren om jongeren te benaderen.”

Het Wetboek van Strafrecht biedt volgens zowel Knops als Sterk de oplossing. De games zouden verboden moeten worden, omdat het tonen van schadelijke afbeeldingen aan jongeren onder de 16 jaar niet mag.

Bijzondere wervingsactie

Twee weken na de Landmachtdagen begin juni, klinken er schoten vanuit twee enorme loodsen van een militaire basis in Coevorden. Ook dit keer zijn ze virtueel. Van het militaire materieel dat normaal in de loodsen ligt opgeslagen, is niets meer te zien. Kilometers kabel verbinden honderden pc’s en beeldschermen met elkaar. Daartussen zitten een slordige vijfhonderd gamers verstopt. Allemaal voorzien van een headset en met tientallen literflessen Red Bull binnen handbereik.

Het is een LAN-party, een bijeenkomst waar gamers samenkomen om virtueel oorlog te voeren. Ze komen vanuit het hele land en sleuren hun eigen computers mee. In de gamewereld is het een bekend fenomeen. Maar in dit derde weekend van juni is het wel de eerste keer dat een dergelijke LAN-party mede georganiseerd wordt door de Landmacht. Een ‘bijzondere wervingsactie’ noemt de website van de Landmacht het zelf. Tussen de games door wordt er tijdens de LAN-party met echte pistolen gezwaaid. Gewoon, om gamers eens te laten weten hoe dat nou voelt. Tussendoor kunnen de gamers nog even een potje paintballen of meedoen aan het ochtendreveil. Want een soldaat moet ook fit zijn.

Staatssecretaris van Defensie Jack de Vries noemt de LAN-party in zijn antwoord op Kamervragen van Knops en Sterk een pilot, “om te bezien of via dit evenement jongeren die tot de specifieke IT-doelgroep behoren, geïnteresseerd kunnen worden voor IT-functies bij Defensie.” Volgens De Vries wordt het evenement momenteel geëvalueerd. “De door de deelnemers meegenomen games zijn daarvan onderdeel.”

“Werven is een vies woord”, vindt Landmachtwoordvoerder Detlev Simons. “Dat woord suggereert dat we op slinkse wijze jongeren proberen over te halen zich aan te sluiten bij het leger. Dat is niet zo. We zijn heel transparant. We hebben geen verborgen agenda’s.” Het inzetten van games op LAN-party’s en de Landmachtdagen maakt volgens Simons onderdeel uit van een bredere strategie. “Bij grote sportevenementen sturen we ook onze sportinstructeurs. Dat is normaal in onze aanpak. We laten zien hoe we werken en waar we trots op zijn. En we zijn enorm trots op onze simulatiesoftware.”

De ruim vijfhonderd gamers die aanwezig zijn op LAN-macht zijn dé doelgroep van het leger. Al dat virtuele geschiet en oorlog voeren geeft fanatieke gamers, volgens onderzoek van TNO, een beter tactisch inzicht en leert hen volgens onderzoek van de universiteit van Rochester beter richten. Dat weet ook Defensie. Een middagje bladeren door de verschillende gamemagazines en –websites die Nederland rijk is, laat verrassend veel advertenties van Defensie zien. “We willen niet specifiek gamers enthousiasmeren,” aldus Simons, “maar ze bevinden zich wel precies in de doelgroep die wij ook willen aanboren.”

Onmisbare training

Tarin Kowt. Een stad midden in de woestenij. En de plek waar de Nederlandse soldaten van de ISAF-missie in Afghanistan gelegerd zijn. Speciaal daarom werd de plek nagebouwd in Virtual Battle Space 2. De simulator lijkt in alles op een computergame: prachtige omgevingen, veel verschillende missies met een wapenarsenaal om u tegen te zeggen. Maar toch is het volgens defensiewoordvoerder Detlev Simons geen spelletje.

“Het spel is maar één derde deel van de training. Voordat het spel gespeeld wordt, krijgen de soldaten eerst een uitgebreide briefing, met daarin de missie. En naderhand wordt de gespeelde missie uitvoerig doorgesproken bij de After Action Review. De bevelhebber kijkt mee, dus die kan zien waar het mis gaat. Wie er bijvoorbeeld slecht communiceert. Zo kunnen we heel gericht trainen. Zelfs in hartje juli kunnen we in het besneeuwde Tarin Kowt van de winter rondlopen. Het is onmisbare training.”

Uiteindelijk solliciteren van de vijfhonderd gamers op LAN-macht enkele tientallen voor een functie bij de Landmacht. Volgens Nieborg is dat logisch. “Niet alle gamers zullen een carrière bij Defensie zien zitten. Maar als slechts een klein deel van de gamers zich aansluit, hebben ze de investeringen al terugverdiend. En ze besparen niet alleen geld op jongeren die zich aanmelden, maar ook op jongeren die na het spelen van een game ineens niet meer bij het leger willen omdat ze het gevaarlijk vinden.”

Virtueel dood

In de tot gamehal omgebouwde opslagloods klinkt het na drie dagen schieten en knallen nog steeds alsof er een flinke oorlog gevoerd wordt. Veel gamers dragen dan wel headsets, maar toch laten ze zich in hun enthousiasme meesleuren. “Ik heb je, motherfucker!” klinkt het vanachter een toetsenbord. Een paar stoelen verderop schiet het beeld op zwart. Virtueel dood!

Als ik je neerschiet, ben je dood. Het is een waarheid als een koe. Maar die zie je niet terug in games, ook niet in de games die Defensie gebruikt tijdens hun wervingscampagnes. Doodgaan zou het meteen een stuk minder leuk maken.

En dat is volgens Nieborg net het grote probleem wanneer games door het leger gebruikt worden voor werving. “Je moet er terughoudend mee zijn in het gebruik. Oorlogsgames trivialiseren conflicten. Het is altijd het ‘Goede tegen het Kwaad’. Er is weinig ruimte voor nuances. Games wekken de indruk dat oorlog eerlijk is. Dat iedereen evenveel wapens heeft en dat de groepen van gelijke sterkte zijn, maar dat is niet zo. En in games draait oorlog altijd om geweld. Maar oorlog is veel meer dan dat. Het draait toch vooral om het heropbouwen van een land. En dat aspect krijgen gamers niet te zien. Die zien alleen het geweld.”

5 reacties

  1. Jesse Zuurmond · 4-3-2010 · 22.26 uur

    Tof artikel! Ik vind het wel een twijfelachtige ontwikkeling. De militaristische ideologie wordt zo slinks verspreid onder jongeren, al denk ik inderdaad dat het stukken minder direct, zwartwit en moralistisch is als America’s Army.

    Slaat die ‘bredere strategie’ waar over wordt gesproken niet meer op het merk Defensie aanprijzen bij jongeren (door creatie van positieve associaties), dan over legertraining?

  2. Vincent Leeuw · 4-3-2010 · 23.30 uur

    Hoe kan je dat verkeerd vinden? Tenzij je er van overtuigd bent dat games daadwerkelijk verregaande invloed hebben op mensen. ;) Toch maar een rode knop?

  3. Rogier Kahlmann · 5-3-2010 · 9.06 uur

    Ik snap ook niet hoe dit effect kan hebben. Je wordt toch vooral lethargisch van gamen?

  4. Jesse Zuurmond · 5-3-2010 · 17.29 uur

    America’s Army is anders behoorlijk succesvol als recruteringstool van het Amerikaanse leger. En ja, als er dankzij een game jongens al dan niet indirect worden betrokken in een voortslepende oorlog, vind ik dat verkeerd.

  5. arthur vince · 13-5-2012 · 12.35 uur

    allemaal vooroordelen over wat voor schadelijke gevolgen zo’n game heeft of dat dit de juiste manier is om te werven, een gamer gamed vanuit zn belevingswereld. en Soldaten worden getraint hiermee om te gaan op een juiste manier. Tijdens de keuring al en AMO vallen velen af die niet goed om kunnen gaan met agressie of alleen vanuit de gamerswereld “”willen knallen”.Als een gamer het idee krijgt het in het echt willen doen, en de intensie heeft in het leger te willen is dat zijn eigen keuze. Ik ben ook een gamer (shootergames zoals Arma2, en niet Cod)en zit al 4 jaar bij de Natres. En ja ik kom uit een militair traditie gezin en het was gewoon dat je als jonge broekie intresse kreeg in het leger.Je begint met modelbouw, shootergames, en je eindigt als parttimer soldaat bij de Natres. Mijn bewuste keuze. En idd het echte werk is heel anders, maar net als rijsimulaties en vliegsims leer je wel op bepaalde situaties te handelen zonder echt gewond te raken, dus elke simulatie werkt, mits het niet te Hollywood achtig is als Cod modernwarfare e.d.

Volg de reacties op deze post via RSS

Plaats een reactie

Registreer je als vaste gebruiker. Heb je dit al eens gedaan, log dan in.

Hou de discussie menselijk en inhoudelijk. Reageer bij voorkeur onder je echte naam, met je foto als avatar (via Gravatar).

Toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>