Don’t be hatin’ – Waarom de game-industrie zo vijandig wordt




Beeld uit There Will Be Blood.

De game-industrie vergelijkt zich graag met de filmindustrie. Die vergelijking wordt vooral vaak gezocht om de buitenwereld te laten weten dat gaming heus een groot, volwassen en cultureel relevant medium is. Dat die onzinnige spiegeling nog steeds nodig is, is natuurlijk jammer. Nog vervelender is dat de game-industrie momenteel meer overeenkomsten lijkt te vertonen met gangsta rap dan met film. Minus drive-by shootings tussen rivaliserende ontwikkelaars.

I have a competition in me, I want no one else to succeed”. Deze zin wordt in een sleutelscène uitgesproken door Daniel Plainview, de hoofdpersoon in de film There Will Be Blood. Plainview werkt zichzelf vanuit het niets op tot een zakelijk ongelooflijk succes in de olie. Zijn tragiek is echter dat hij daar geen bevrediging uit haalt. Het is voor hem niet genoeg om zelf succesvol te zijn, hij wil anderen zien falen. Liefst mede door zijn toedoen.

Dit sentiment kan ook in de game-industrie steeds vaker geproefd worden. Zo is het bijvoorbeeld voor Peter Vesterbacka, CEO van Rovio (die lui van Angry Birds), blijkbaar niet genoeg om zelf een ongelooflijk succes te boeken; andere platformen en gametypes moeten in een roes van onoverwinnelijkheid dood verklaard worden. Omgekeerd schamen tientallen succesvolle consolegame-ontwikkelaars zich er niet voor te verklaren dat ze de Zynga’s van deze wereld het liefst zo snel mogelijk in elkaar zien storten. Of neem een wannabe social gaming-netwerk als Hi5 dat eigenlijk vooral in het nieuws komt wanneer ze Facebook de grond in willen trappen.

Haters be hatin’

Er kruipt zo langzamerhand nogal wat vijandigheid  in, echt waar, een industrie die vroeger een stuk relaxter was. Die vijandigheid wordt nog eens versterkt, omdat een groot deel van de game-industrie blijkbaar een groot aanhanger van de George W. Bush Doctrine is geworden. Die luidt kort samengevat: “Either you are with us, or you are with the terrorists.”

Het lijkt er tenminste op dat in het internationale gamesdebat iedereen lijnrecht tegenover elkaar staat. Een genuanceerde mening is zelden te horen. Je vindt ‘1 Euro-Apps’ een hemelse revolutie of het is de grootste bedreiging voor de game-industrie ooit. Je bent indie of een commerciële uitbuiter. Je vindt social games veredelde Skinner-boxes of het is de casual gamerevolutie die gaming eindelijk écht mainstream maakt. Alle serious games zijn gesubsidieerde troep, etc. Het is East side of West side, bitch. Het lijkt erop dat de fanboy flame wars zijn overgeslagen naar de professionele game-industrie.

Terwijl bij al die wederzijdse doodverklaringen en vijandigheid een bekende, aan Mark Twain toegeschreven, uitspraak past: “The reports of my demise are greatly exaggerated”. Neem bijvoorbeeld premium Triple A-games of de traditionele gamesretail. Die worden inmiddels bijna dagelijks doodverklaard, maar zullen naar alle waarschijnlijkheid nog jaren bestaan. De meeste overlijdensberichten in onze industrie zijn daarom vooralsnog als die op Twitter: Te vroeg of te hard van stapel lopend.

Toch is er is wel wat aan de hand natuurlijk.

Feestje

Degene die een ander graag ziet falen, de dood toewenst of de revolutie uitroept, voelt zich meestal bedreigd, heeft wat te verkopen, of beide. Om met dat eerste te beginnen: dat velen in de game-industrie zich bedreigd voelen, is niet onterecht. De professionele game-industrie is heel divers aan het worden, maar gaat momenteel ook door een crash, eufemistisch ‘transitie’ genoemd. Alles en iedereen die je (potentieel) het brood uit de mond stoot, of je eens zo betrouwbare business aantast, kun je inderdaad als een bedreiging ervaren. Die zie je inderdaad liever falen.

Interessant is dat die bedreiging niet alleen gevoeld wordt door de gevestigde console en PC-retailpartijen, maar ook al door de relatieve ‘nieuwkomers’. Het lijkt erop dat alle partijen op hetzelfde feestje staan waar net een horde onuitgenodigde gasten is binnengekomen, en iedereen ziet dat er toch echt te weinig bier in huis is.

Bovendien, succes dat snel komt, kan ook zo weer verdwenen zijn in deze industrie. Neem bijvoorbeeld muziekgames die door een heftige boom/bust cycle zijn gegaan. Ook Peter Vesterbacka weet dat de waarschijnlijkheid dat ze het succes van een Angry Birds kunnen reproduceren nagenoeg nul is. Een perfect storm waarin je met een al bestaand gameconcept tientallen miljoenen kunt verdienen, doet zich niet vaak voor. Een Zynga zal om andere, pure statistische redenen, nooit een game kunnen maken die hoger piekt dan Farmville.

Couldn’t give a shit

Dan komen we bij dat andere argument voor de luide doodverklaringen: men heeft wat te verkopen en probeert op deze manier de aandacht op zich te vestigen. Dat geldt voornamelijk voor de relatief nieuwe toetreders op de markt of bedrijven die besloten hebben het roer radicaal om te gooien. Maar wat schiet je ermee op om in de pers controversiële uitspraken te doen? De gemiddelde Angry Birds-speler of virtuele boer couldn’t hoogstwaarschijnlijk give a shit. Je echte klanten bereik je er dus niet mee.

Wat het publiekelijk preken van totale market disruption hopelijk wel doet, is het aantrekken van investeerders. In markten waarin heftige veranderingen plaatsvinden, kan veel geld worden verdiend. Zo denken veel investeerders, en niet onterecht. Voor nieuwe toetreders in de gamesmarkt op zoek naar kapitaal kan het dus geen kwaad om te roepen dat de concurrentie ten onder gaat, en het ruim baan is voor nieuwe businessplannen en -modellen. Veel, niet alleen gamesbedrijven, lijken op deze manier vooral bezig zichzelf te verkopen. Wie wil er niet een deel van die tientallen en honderden miljoenen funding proberen binnen te hengelen voor het circus weer verder trekt? Sommige opportunisten zien de potentiële investeerder zelfs als de echte, zo niet de enige klant.

Media

Het is de games(vak)media verwijtbaar dat ze te veel aandacht besteden aan pseudo-controversiële uitspraken en het kritiekloos opschrijven daarvan. Daarbij de achterliggende agenda’s van zulke uitspraken negerend. Controverse is voor media natuurlijk extreem aantrekkelijk. Het zorgt voor een makkelijke kop en game-industrienieuws wordt zelden breed doorgeëchood, zeker in Nederland, tenzij er een faux conflict of andere negatieve insteek is. Okee, goed nieuws is geen nieuws, maar specialistische media mogen wel wat terughoudender zijn met het berichten over dit soort uitspraken. Anders kun je net zo goed alle persberichten van zo’n bedrijf integraal overnemen.

Het is bovendien opvallend dat de ‘nieuwe’ toetreders in de game-industrie die echt waarde toevoegen zich vaak veel stiller houden. Die lijken weinig behoefte te hebben om anderen publiekelijk de grond in te trappen of success te willen boeken ten koste van een ander. Denk aan een Popcap of Three Rings bijvoorbeeld, die in korte tijd meerdere succesvolle titels over een breed scala aan platformen hebben uitgerold, en van nieuwe en oude businessmodellen gebruik maken.

De grootste schreeuwers, die revolutie prediken, zijn vaak degenen die het minst overtuigd zijn van hun eigen kracht. Of die hebben wat te verkopen. Als een nieuwe-media goeroe die roept dat alles nu toch echt helemaal anders wordt, en je een sukkel bent als je niet meedoet.

Laat media daar dus wat terughoudender in zijn, en laten journalisten en game-ontwikkelaars vooral niet verdergaan met het creeëren van een soort turf war. Daar hebben we hele leuke games voor.

6 reacties

  1. koningwoning · 9-5-2011 · 14.48 uur

    goed stuk.
    Heldere uitleg.

    Het enige wat ik nog miste is: waaorm is het slecht voor de gamesindustrie?
    Als het toch niet door de massa wordt gezien en alleen door gamesjournalisten, investeeerders en mensen binnen de industrie…. wat is er dan zo erg aan?

    ERen goeie bitch-fight heeft de kans om opgepakt te worden en viraal te gaan.
    Zou dat dan kwaad kunnen en zo ja, hoe?

    Ben dus wel benieuwd naar je mening hierin

  2. Arjen · 9-5-2011 · 14.53 uur

    Leuk artikel.

    Ik denk dat vooral heen en weer beledigd/geschreeuwd wordt door bedrijven die eigenlijk best dicht bij elkaar zitten en dus in elkaars vijver dreigen te vissen, terwijl ze die vijver mogelijk ook nog kleiner zien worden.

    De echte revolutionairen prediken geen toekomstbeelden waarin anderen falen of zaken verdwijnen, maar toekomsten met nieuwe games en ervaringen, die dikwijls prima naast vertrouwde delen van de industrie werken. Tetris wordt na 200 ‘inggrijpende’ en ‘revolutonaire’ veranderingen ook nog steeds gespeeld.

  3. Wesley · 9-5-2011 · 15.07 uur

    Ik denk dat het, net zoals in de gangsta rap, vanwege marketingdoeleinden ook een beetje wordt aangedikt.

    Dr Dre heeft zogenaamd “beef” met Jay-Z. Dat verkoopt goed. Echter, wie even wat verder kijt dan zijn neus lang is komt er achter dat Jay-Z weleens een tekst schrijft voor dr Dre en dat Dr Dre weleens een beat in elkaar draait voor Jay-Z. Met die “beef” zal het dus wel meevallen.

    Vergeet niet dat de game community barst van de fanboys die helemaal wild worden van geluk wanneer CEO van hun favo bedrijf een sneer uitdelen naar een concurrerend bedrijf. Het zou me niks verbazen als de CEO’s in kwestie lachen in hun vuistje wanneer ze met een whiskey en dure sigaar samen verkoopcijfers vergelijken.

  4. Maarten Brands · 9-5-2011 · 15.57 uur

    @Wesley. Dat laatste klopt inderdaad wel een beetje. Op een (peperdure) gamesconferentie als DICE, waar bijna uitsluitend high-level game executives rondlopen, gaat het er best gemoedelijk aan toe. En als je bij bedrijf A ontslagen wordt, moet je natuurlijk wel voor bedrijf B inhuurbaar blijven :)

    @koningwoning. Het zou momenteel voor de gamesindustrie beter zijn als er een meer constructieve houding bestaat tussen bedrijven en ontwikkelaars. Het is zwaar weer, en iedereen staat voor grote uitdagingen. Dan is het beter om een open debat te voeren dan elkaar afbranden, denk ik.

  5. Niels ’t Hooft · 9-5-2011 · 16.15 uur

    Of zoals professor Barabas al opriep (in De snorrende snor): “Bemint elkander!” ;-)

  6. Robert August de Meijer · 10-5-2011 · 8.13 uur

    Van mij mogen de grote bedrijven lekker veel drama veroorzaken. Dat is in ieder geval leuker dan hun spellen.
    Zolang de indie/kunstenaars vriendelijk tegenover elkaar blijven, vind ik alles best.

Volg de reacties op deze post via RSS

Plaats een reactie

Registreer je als vaste gebruiker. Heb je dit al eens gedaan, log dan in.

Hou de discussie menselijk en inhoudelijk. Reageer bij voorkeur onder je echte naam, met je foto als avatar (via Gravatar).

Toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>