Harry Hol speelt al MMO’s sinds de dagen van de tekst-MUDs. In de rubriek Level Up (Voorheen Ding!) bericht hij wekelijks uit de wondere wereld van ‘s werelds massaalste gamegenre.

Age of Conan was het. Warhammer Online was het. Lord of the Rings Online was het. Geen van allen werd het: de WoW-killer. Het is onvermijdelijk. Iedere MMORPG die de afgelopen vijf jaar verscheen, is vergeleken met deze kolos. Meerdere titels kregen al het predikaat ‘WoW-killer’ nog vóór er een enkel abonnement was verkocht. Het ziet er niet naar uit dat deze ongezonde obsessie met de 10 miljoen spelers tellende gigant snel verdwijnt. Deze column gaat over de zin, en vooral onzin, om steeds naar World Of Warcraft te wijzen.
Laat ik voor de zekerheid even beginnen met de volgende boodschap: ik heb geen hekel aan World of Warcraft. Ik vind het een bijzonder leuk spel. Ik beoog ook niet om WoW-spelers te beledigen. Voor je het weet maak ik er een stel kwaad, die vervolgens allerlei giftige insecten onder mijn autostoel willen verstoppen.
Dat gezegd hebbende: wat ben ik World of Warcraft ongelofelijk zat. Wat hangen de spelers ervan me de keel uit. Oh, en ik bedoel dit uiteraard op de meest liefdevolle, positieve manier. Haha! Ik héb niet eens een autostoel!
Ik heb ook niks tegen hyena’s
Het gaat mij er om dat WoW door een grote groep spelers én journalisten wordt gezien als de Heilige Graal van het online gamen. Zó’n succesvol spel, met zó veel spelers, dat zó veel omzet genereert: wie kan daar nog tegen op? Tegelijk is er de ‘hyenasfeer’: het hopen dat de koning ten val komt. Dat die vólgende MMO eindelijk het succes van de anomalie zal overstijgen. Om enkele maanden later even gretig te berichten dat het ook déze keer niet is gelukt.
Positief, zie je?
Maar misschien, heel misschien, gaat het bij massively multiplayer online games niet om een spelletje ‘King of the Hill’. World of Warcraft vervult een hele duidelijke rol: het is een kwalitatief hoogstaande loot-game, waarbij de jacht op steeds betere uitrusting een speler jarenlang met plezier aan het beeldscherm kan kluisteren. Het is een Everquest-kloon. Een verfijning van het werk van Verant Entertainment (nu Sony Online Entertainment). WoW is een excellente, verfijnde en tot in de puntjes verzorgde vertegenwoordiger van dit sub-genre.
Of Burger King… Wat jij wilt…
Maar net zoals je restaurants hebt die Indiaas, Chinees, Frans, Hollands, Vietnamees of weet ik veel wat voor soorten voedsel serveren, zijn er ook MMO’s in allerlei smaken. Steeds maar weer naar WoW wijzen is hetzelfde als McDonald’s noemen tijdens ieder gesprek dat over eten gaat. Oh, en ik heb ook niets tegen McDonald’s. En mijn auto is absoluut geen rode Opel Astra en staat al helemaal niet op de parkeerplaats bij mijn huis. Stop die schorpioenen maar weer weg.
Een spel als Fallen Earth bijvoorbeeld, draait grotendeels om spelervrijheid. Het is een sandboxgame waarin spelers hun eigen personage kunnen samenstellen. Lord of the Rings Online is ook een Everquest-kloon maar bakent zijn terrein af door veel diepgang in het verhaal van de game te stoppen. Warhammer Online excelleert op het gebied van player versus player-strijd.
Het is een zegen dat er ontwikkelaars zijn die dingen willen maken die geen WoW-killer zijn. Die er op uit zijn om andere gebieden van gameplay te verkennen. Uiteraard worden ze daar keer op keer genadeloos voor afgestraft als spelers afkeurend roepen dat het nooit wat zal worden, omdat het niet genoeg op WoW lijkt, of op zijn minst nooit zo’n groot publiek kan vinden.
Wat ritselt daar?
Wat dat betreft werkt WoW als een remmende factor. Investeerders zien de WoW-cijfers en denken dat een MMO alleen succesvol is als hij vergelijkbaar scoort. Dit dreigt de markt enorm te vervlakken, tot we straks écht alleen maar hamburgers kunnen bestellen.
Journalisten, spelers, MMO-gamers: het begint bij ons. Laten we de eerstvolgende nieuwe MMO (of succesvolle huidige exemplaren) alsjeblieft beoordelen op de eigen kwaliteiten. Laten we het woord ‘WoW-killer’ schrappen uit iedere preview of review. En vooral: laten we de game niet meer noemen in ieder MMO-gesprek. Auw! Wat stak m…
