About Bashers Volg @bashers Volg onze feed Volg ons via e-mail Versterk ons team Tip ons

Gamers: “Betere gamejournalistiek is een overbodige utopie”



Het virtuele plein stroomt vol met mensen gehuld in zwarte shirtjes. Schreeuwerige logo’s en olijke paddenstoeltjes. Testosteron overheerst het plein, maar hier en daar prijkt er een dame in de menigte. Natuurlijk óók met een zwart T-shirtje, met daarop de tekst Video games ruined my life… Good thing: I have two extra lives!’. Ja, we hebben te maken met gamers. Sterker nog: gamers die schrijven over games. En masse begint de grote groep te brullen en te tieren: ‘Wij willen gamejournalistiek, wij willen gamejournalistiek!’. Ze wapperen verwilderd met borden en spandoeken. Een revolutie is begonnen.

De gamejournalisten pleiten – na een lange borrelperiode en een klein duwtje door een heus debat – voor èchte journalistiek. Journalistiek met een hoofdletter, incluis gouden vakregels als hoor en wederhoor, check-check-dubbelcheck, objectiviteit, nieuwsgierigheid en natuurlijk het wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe. Maar om de protesterende menigte heen staat een nóg grotere cirkel met mensen. Jong en oud, al dan niet brildragend, met en zonder gameshirtjes: de gamers zelf. Zij schudden hun hoofd en halen hun schouders op.

Is het mogelijk om de ongeveer honderdvijftig gamesites (een mooi voorbeeld van anti-journalistiek: Gamehype telt honderddertig websites en dat zullen ze niet allemaal zijn, dus: plus twintig. Aannemelijk? Ja. Wetenschappelijk verantwoord? Nee. Maar waarom nemen we dit getal klakkeloos over als een vetgedrukt feit?) om te dopen tot journalistieke kunstwerkjes? Misschien. Zeg nóóit ‘nooit’. Maar dat is niet de strekking van dit verhaal. Dat verhaal is immers al vanuit verschillende invalshoeken onder de loep genomen. De vraag is of de klant, de gamer, de gigantische schouderophalende en hoofdschuddende menigte, überhaupt journalistiek verantwoorde teksten wil lezen. Mijn magnum opus (oftewel: eindonderzoek) biedt een ambigu antwoord: nee, maar ja.

Een nieuw, oud verhaal

Volgens het Nationaal Gaming Onderzoek 2009 (TNS Nipo) speelt 70% van de Nederlanders weleens een game. In 2008 was dat gemiddeld zo’n vier uur per week. Gamen wordt alleen maar populairder. De markt is er, zou je zeggen. Maar het merendeel van die 70% zal het een worst wezen hoe een game is gebouwd, of wat een Japanner met te veel ritsen op zijn kleding te zeggen heeft over de toekomst van videospelletjes.

Interesseert het de hardcore gamers (ga je mond spoelen!) wel? Misschien kan het hen ook allemaal geen fluit schelen en willen ze enkel recensies en impressies lezen. Dat is immers al jarenlang de fundering van menig succesvol gamemagazine. Bladen als GMR en (het deels vertaalde) GamesTM publiceerden stevigere artikelen, maar beide bladen liggen nu stevig onder de zoden. Wien Feitz, werkzaam bij F&L (de uitgever van GamesTM), vatte de hele situatie ongecompliceerd samen op een vraag van Niels ’t Hooft: “De vraag of er geen markt is voor bladen die gericht zijn op de oudere gamer lijkt me impliciet al beantwoord.”

De gamer heeft zowel GamesTM als GMR – die volgens hoofdredacteur Jesse Moerkerk stopte door ‘een combinatie van teruglopende verkoopcijfers en matige advertentie-inkomsten’ – hoogstpersoonlijk de ondergang gebracht door de bladen niet te kopen. Gamers blijven namelijk liever hangen bij de grote, oude, herkenbare Power Unlimited. Onder de ‘elite’ van gamejournalisten wordt weleens neerbuigend gedaan over de stijl van de PU. Een sterke, krachtige én informele stijl, die niet geliefd is onder ‘kritische’ gamejournalisten. De lezer smult er echter van, zo blijkt uit mijn onderzoek.

Maar liefst 61% van de 109 ondervraagden geeft aan liever informele teksten te lezen; 68% vindt het heerlijk dat de redacteur nadrukkelijk aanwezig is in de teksten. Dat het merendeel van de gamers de recensie en impressie als favoriet bestempelt (95% kan niet zonder de recensie) en dat de gamer het interview, nieuwsbericht en de column het minst interessant vindt, bevestigt dat diepgang ongewenst is.

Maar een klein groepje biedt dapper weerstand

Maar het antwoord is toch ambigu oftewel dubbel? Dat klopt. Je kunt de procentuele aantallen immers ook omdraaien. 39% heeft tabak van al die informele teksten van de ‘elite’. 32% wil niet meer lezen wat de kat van de redacteur van een bepaalde game denkt en of het beestje een drolletje deponeert op de hoes. Het merendeel (van de ondervraagden) is hoog opgeleid en wil dan ook serieus worden genomen. Het is toch zo’n, pak ‘m beet, 1/3e die verandering wenst. Dat is niet niks.

En natuurlijk, veel ondervraagden missen weinig tot niets in de huidige gamebladen (“meer Wii-nieuws” of “ik wil meer lezen over de PSP”), maar er is dus ook een deel dat wél smacht naar diepere berichtgeving. Zij schrijven dat “zelfkritiek en objectiviteit bij redacteuren volledig ontbreekt” en dat zij te veel “joligheid” hanteren. “Diepgang” en “serieusheid” ontbreken veelal in de huidige bladen. Een deel mist diepgaande interviews, scherp geschreven columns, verfrissende reportages en interessante achtergrondverhalen. Slechts één iemand durft te stellen dat hij nog steeds veel recensies en impressies mist. Gelukkig maar één persoon.

Ook een mening: “Gamebladen zijn met de komst van het internet niet meer nuttig. Als ik iets wil lezen kan ik zo naar Google gaan.” Dat is waarschijnlijk een van de redenen waarom bladen op het randje van de afgrond balanceren. Hierdoor hebben uitgevers er steeds minder geld voor over om de redactie daadwerkelijk op pad te sturen om een reportage of achtergrondverhaal te laten schrijven. Om over de prangende telefoonrekening maar te zwijgen. Hoor en wederhoor is een duur grapje, zeker wanneer je het persbureau wilt overslaan en rechtstreeks met de bron (een buitenlandse ontwikkelaar) wilt spreken. En wie betaalt voor duurdere journalistiek? De uitgevers in ieder geval niet…

De klant past waarschijnlijk ook, die geeft aan absoluut niet meer dan vijf euro te willen betalen voor een blad. Wat dat betreft hebben Feitz en Moerkerk gedeeltelijk gelijk. De markt is er (voorlopig!) niet groot genoeg voor. En van het grote gros gamers hoeft het ook allemaal niet zo nodig. “De gamer houdt van de oude vertrouwde genres,” schrijf ik in mijn aanbevelingen. En dat is ook zo, anders zouden de huidige gamebladen en –websites zich niet zo krampachtig vasthouden aan oude gewoontes. Maar misschien, héél misschien, zijn wij gamers net als boeren. Wat de boer niet kent, dat vreet-ie niet. ‘Boer’ blijkt dan een legitiem synoniem voor ‘gamer’. Dat verklaart meteen die overvloed aan Harvest Moon-titels die we maar blijven slikken.

Plus: het is heel natuurlijk om ‘nieuwe’ dingen te wantrouwen en te weigeren. Mensen vinden het vertrouwde al snel prima. Wij mensen zijn van nature conservatief. Het was Henry Ford die zei: “If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses.” Maar Ford luisterde niet naar zijn klanten. Hij begon een autofabriek… Wellicht moet een select groepje journalisten zich Ford wanen en gewoon diepgaandere artikelen door de strotten van de gamers douwen. Dan weten ze hoe lekker die ‘exotische’ genres kunnen smaken en leven we allemaal nog lang en gelukkig.

Even eerlijk doen…

Zoals elk menselijk onderzoek is ook dat van mij niet perfect. Er zijn altijd minpunten. Zo was het tijdsbestek een groot probleem: in anderhalve maand kun je onmogelijk in één klap de mediawensen en -eisen van gamers analyseren. Dan moet je keuzes maken. Wie ondervraag je en hoe? De keuze viel al snel op de enquête. Zo bereik je veel mensen in een korte tijd en kun je gericht vragen stellen. Maar dan nog: wat zijn 109 gamers wanneer 70% van de Nederlandse bevolking videogames speelt? En misschien nog belangrijker: wie zijn die 110 gamers? Omdat ik hen heb gevonden op drie grote gamingsites (Insidegamer, Gaming Only en de You-familie) zijn ze natuurlijk absoluut niet representatief voor de gehele kudde. Sterker nog: dat ze zich op de ‘standaardwebsites’ begeven, zegt eigenlijk al genoeg. Waar zijn de lezers te vinden die wél graag diepere artikelen lezen? Bij de bladen? Op Engelstalige websites? Op Bashers?

Ruwe kantjes genoeg, maar het onderzoek schept toch een klein beetje duidelijkheid. En een klein beetje duidelijkheid is altijd nog duidelijker dan totale onduidelijkheid.

Share

27 reacties

  1. Wormpaul · 22-1-2010 · 13.15 uur

    Stefan Popa van SonYou.nl?

    Mooi artikel, goede boodschap met duidelijke uitleg waarom dingen zijn zoals ze nu zijn en op korte termijn niet zal veranderen (volgens jouw conclusie als ik die goed lees)

    Maar 1 ding vind ik toch wel beetje denigerend;

    [quote] Het merendeel (van de ondervraagden) is hoog opgeleid en wil dan ook serieus worden genomen [/quote]

    Als je laag bent opgeleid (of middelmatig in mijn geval, MBO afgerond) betekend het niet automatisch dat je dan niet serieus genomen wilt worden, ik wil graag serieus genomen worden ongeacht mijn opleiding of achtergrond.

    Gezegd is gezegd, artikel zelf blijft goed :-)

  2. Rogier Kahlmann · 22-1-2010 · 13.20 uur

    Mooi artikel!

    Ik weet zeker dat de behoefte er is, alleen is de goede gamejournalistist een beetje zoals de atheist: hij bestaat maar kan zich niet organiseren. Ik heb bij elke Nederlandse site, zelfs de meest verdorven, wel een of twee schrijvers gezien die veel in hun mars hebben. Als die misplaatste loyaliteit eens zou verdwijnen…

  3. Arjan · 22-1-2010 · 13.24 uur

    Mijn tips om van je eigen stuk een journalistiek verantwoord stuk te maken:

    - Zorg voor een eenduidige (en volledige) bronvermelding
    - Concretiseer je inleiding
    - Maak je tekst oprolbaar, het is nu erg onsamenhangend
    - Gebruik geen moeilijke woorden om ze vervolgens uit te leggen, laat ze dan maar weg
    - Schrijf je tekst in een eenduidige stijl. Begin niet met een sfeerverslag om te eindigen met een optelsom van onverklaarde analyses en statements

    Zo, vervelend he? Er zijn zo ontzettend veel regels en kenmerken waar je op moet letten wil je een volledig journalistiek verantwoord product plaatsen. En daar is binnen traditionele media wellicht een kleine plek voor in de (nabije) toekomst maar zal zeker niet snel in de smaak vallen bij een (jong) internetpubliek.

    De transitie in de gamejournalistiek die ik voor me zie behelst een periode waarbij er meer vraag naar- en meer plaats is voor ‘halfstijlen’. Oftewel crossmediale producten waarbij er gefaseerde content wordt aangeboden die een mix bevat van achtergrondinformatie en traditionele content, waarbij het de keuze van de consument is om te lezen wat hij interessant vind of waar hij voldoende aan heeft.

    Zo kan je op een digitale wijze beide publieke bedienen en zal er sneller een opening plaatsvinden voor de niches. Bijkomend voordeel is dat een uitgever makkelijker kan onderzoeken welke content populair is en weet zich met deze onderzoeksgegevens beter te profileren in de markt. Dat levert meer revenue op en de cirkel is rond.

  4. Robert Gaal · 22-1-2010 · 13.26 uur

    Wat voor onderzoek heb je nou precies gedaan? Hoe heb je mensen opgeroepen, en waar? Het is jammer dat je de weinige details die je hierover deelt past in de laatste alinea neerzet. Dat had een hoop duidelijkheid gegeven bij het lezen van het merendeel van je artikel. Mij is ook ooit verteld dat 368 het magische aantal personen is waarbij een onderzoek relevant wordt geacht. Hoe kijk je daar tegenaan?

    De probleemstelling is wel interessant natuurlijk. Mijn commentaar hierop kun je hier lezen. De quote van Henry Ford spreekt me dan ook ontzettend aan :)

  5. sloes · 22-1-2010 · 13.40 uur

    Bedankt voor een klein beetje duidelijkheid, maar haal je je eigen stukje niet onderuit door zelf al aan het einde te zeggen dat de ondervraagden “natuurlijk absoluut niet representatief voor de gehele kudde” zijn?

  6. Luke van Velthoven · 22-1-2010 · 13.45 uur

    Mooi stukje, heer Popa, maar je moet wel bij ons blijven hoor (;-)). Ik blijf het jammer vinden dat de GMR er niet meer is. Voor dat blad had ik mijn abonnement op de PU wel opgezegd. Nou ja, eigenlijk niet, want mijn ouders betalen (zonder dat ze het weten?) mijn PU. Ik denk persoonlijk dat het artikel en de al gegeven reacties het geheel goed samenvatten: dat ‘oude vertrouwde’ blijft een gouden formule, maar er zijn heus wel mensen die wat meer diepgang willen. Begin wellicht klein, met zoiets als Bashers, en bouw het uit.

  7. Stefan Keerssemeeckers · 22-1-2010 · 13.48 uur

    Vond persoonlijk veel artikelen in GamesTM ont-zet-tend slecht vertaald. Was op een gegeven moment zelfs reden, voor mij, om het blad niet meer te lezen.

  8. Stefan Popa · 22-1-2010 · 14.29 uur

    Daar moet ik je gelijk geven, beste naamgenoot, maar feit is dat GamesTM wel ‘andere’ (diepere) artikelen publiceerde. Dat was een goed plan, maar sloeg helaas niet aan. (Overigens werd niet alles vertaald; er werd ook origineel werk geschreven. Ik kan het weten, want ik heb er ook een bijdrage aan geleverd ;)!)

    Beste Luke, ik ga helemaal nergens heen hoor! Niels en Bashers staan mij toe artikelen te publiceren die niet op andere sites passen. Dit (artikel) heeft bijvoorbeeld niets te zoeken op You. En ik geef je helemaal gelijk: het oude vertrouwde ís nog steeds een gouden formule, maar Bashers is misschien wel een voorbode voor hoe het ook kan.

    En Sloes, natuurlijk doe ik dat :)! Maar, zoals het kopje al beschreef, is het wel zo eerlijk. En volgens verschillende onderzoeksmethodes hoor je ook je eigen minpunten aan te geven. Dat geeft duidelijkheid. En ik wil jullie, de Bashers, duidelijk maken wat ik heb gedaan. En wat ik verkeerd heb gedaan. Want daar leren we allemaal van, nietwaar? Robert Gaal schrijft ook al dat het ‘magische getal’ ligt bij 368. Wat mij betreft begint het daar pas. Hoe meer mensen, hoe duidelijker de bevindingen. Ik had niet het geld en de tijd om mijn onderzoek uitgebreider te doen. Dit zijn de bevindingen tot nu toe en die wilde ik graag delen :)!

    Arjan: je bent totaal niet vervelend hoor. Zonder kritiek komt niemand verder. Er zitten prima tips tussen. Ik zal je kritiek meenemen voor het volgende stuk, ondanks dat ik het niet overal mee eens ben. (Gelukkig maar, want het zo ongezond zijn willen we het 100% eens zijn.) Ik denk overigens dat jouw visioen inderdaad waarheid zal worden en dat de toekomst een mixje wordt. Feit is wel dat we dan toch nog iets harder ons best moeten doen én onszelf wél journalisten moeten noemen (lees: zo gedragen) én wél het onderste uit de kan moeten halen.

    Rogier: er is toch een beetje behoefte aan ‘eenheid’. Ik zie Bashers als het levende bewijs ;)!

    Ik geef je helemaal gelijk Wormpaul. Mijn excuses! Die zin is erg ondeugdelijk geformuleerd. Ik bedoelde het absoluut niet denigrerend, integendeel. Ik probeerde te zeggen dat het merendeel hoog is opgeleid en behoefte heeft aan meer dan alleen ‘deze game is bagger’ of interviews (lees: kleine vraaggesprekjes) met vragen als ‘wat ging er door u heen toe u de game maakte?’ Twee voorbeelden waar ik me deze maand nog schuldig aan heb gemaakt, overigens.

    En die Stefan Popa ben ik inderdaad, Wormpaul ;)! Die Stefan Popa die zijn diploma journalistiek op zak heeft, verschillende sites heeft opgericht (en zich schuldig heeft gemaakt aan simpele gamejournalistiek) zoals het helder blauw met roze DS-Gamer (voorloper van NinYou) en SonYou. Daarnaast schreef ik wel eens wat voor jouwXbox360 Magazine, GUNK, GamesTM en nu dus ook voor Bashers. En ik houd een persoonlijke site bij (zie profiel). O ja, er ligt ook een manuscript vol fictie bij een aantal uitgevers (te verstoffen?).

    (Niels vertelde me dat er wat vragen waren over wie ik ben, dus, zie het verhaal hierboven ;)!)

  9. Damian van Damme · 22-1-2010 · 18.42 uur

    Fijn dat ik je heb ‘geholpen’ bij het onderzoek (lees: het invullen van de enquête). Het artikel is - zoals ik van je gewend ben - zeer vermakelijk doch diepgaand. Keep up the good work, Popa! ;)

  10. Jesse Zuurmond · 22-1-2010 · 18.43 uur

    Goed initiatief om hier onderzoek naar te doen, Stefan!

    Toch twijfel ik een beetje aan de overtuigingskracht van de resultaten.

    Volgt de conclusie ‘de gamer wil over het algemeen niet journalistiek verantwoorde teksten lezen’ uit de premissen ‘een meerderheid leest liever informele teksten’ en ‘een meerderheid vindt subjectiviteit prettig’? Wellicht, maar ik denk dat subjectiviteit en informaliteit niet per definitie gelijk staan aan journalistiek verantwoord.

    Ook denk ik niet dat de opmerking dat diepgang niet gewenst is, volgt uit de constatering dat het interview, nieuwsbericht en column het minst interessant zijn.

    Het is denk ik vooral terminologie die moeilijkheden voorzaakt (naast de problemen die je zelf aanstipt). Immers, diepgang staat volledig los van het type artikel. Een interview is niet per definitie diepgaand, net zoals dat een recensie ontzettend diepgaand kan zijn.

    Wat is diepgang eigenlijk? Journalistiek verantwoord staat niet gelijk aan diepgaand. De bottom line is volgens mij dat het gewoon ontzettend lastig om onderzoek te doen naar een vraag als ‘is er behoefte aan betere gamejournalistiek’ in Nederland.

    Ook omdat je onderzoek doet naar een wens naar iets wat er nog amper is in Nederland, wat je overigens goed illustreert met de anekdote over Henry Ford.

    Gelukkig zijn de meeste Bashers wel zo gepassioneerd, dat zelfs zonder de behoefte van gamend Nederland gepoogd wordt diepgang te zoeken, wat dat dan moge zijn :-D

  11. Harry Hol · 22-1-2010 · 19.59 uur

    Een paar punten:

    Het feit dat de meerderheid van de Nederlanders niet geïnteresseerd is in kwaliteitsjournalistiek, wil niet zeggen dat er dus geen behoefte is aan kwaliteitsjournalistiek. Behoefte en algemene interesse zijn twee verschillende dingen.

    Net zoals in iedere specialistische industrie is er in de gamesindustrie behoefte aan gedegen verslaggeving, maar niet iedereen die wat met games te maken heeft, wil dat allemaal lezen

    Gamejournalistiek is precies hetzelfde als sportjournalistiek. Het is voor 99% van de geinteresseerden een vorm van amusement die een aanvulling is op hun hoofdgerecht (wedstrijd kijken). Slechts een klein deel is geïnteresseerd in de kwaliteit van de journalistiek. Die leest Hard Gras. De rest VI. Respectievelijk Edge en PU in onze branche.

    Bij het uitoefenen van mijn vak als journalist wil ik kwaliteit leveren waar ik in eerste instantie zelf achter kan staan. Ik ben er van overtuigd dat als ik iets schrijf dat kwaliteit heeft, er veel mensen zijn die dat willen lezen. Als ik dat niet zou geloven zou ik ‘maar wat aanrommelen’ en daarvoor kom ik mijn bed niet uit. Ik neem dus zelf serieus wat ik schrijf en daarmee de lezer. Ik ga niet zitten wachten tot een lezer roept ‘was er maar kwaliteit’. Dat doet hij niet.

    Als laatste punt: Voor ik over games schreef was ik een gamer. Ik wilde recensies lezen van sites die ik vertrouwde om te bepalen waar ik mijn geld aan uit zou geven, en om te weten waar ik allemaal naar uit kon kijken. Dat was voor mij de belangrijkste reden om een blad als EGM te kopen. Eerst de reviews, dan de previews, en uiteindelijk pas de features. Waarom zou ik verwachten dat andere gamers opeens anders redeneren dan ikzelf deed? Alleen maar omdat ik, Harry, het zo leuk vind om features te schrijven, wil niet zeggen dat daarmee de gemiddelde gamer opeens met mij mee verandert.

  12. sven · 22-1-2010 · 20.58 uur

    Leuk stuk en leuk onderzoek Stefan.

    Ik ben hoger opgeleid, zeg niet dat ik serieus genomen wil worden, maar zoek vaak, steeds vaker wel die artikelen en die informatie op welke mij net dat stukje meer diepgang bieden.

    En dan als ik na een weekje werken of na het sporten thuis op de bank plof kan ik ook enorm genieten van een PU. Ik zal dus nooit hard een scheiding kunnen maken tussen vermaak en joligheid óf vermaak en diepgang. Hang van m’n bui af. Ik zie dan ook graag zo’n modus zoals Arjan hem omschrijft, oftewel gefaseerde content.

  13. Thymon AW · 22-1-2010 · 21.22 uur

    Dit artikel doet me eindelijk eens nadenken waarom je over een genot als games wel of juist niet diepgaande analyses en verslaggeving wil.

    Waarom wel? Al vele jaren heb ik games zelf en de industrie daarachter willen leren kennen. Je moet wat praktische zaken en wil wat technisch dingen weten, je krijgt in bladen al snel oordelen over graphics en later achtergronden hoe deze technisch gerealiseerd worden. Maar dan komen er alleen maar meer aspecten kijken. Hoe wordt een game gemaakt, hoe wordt een game gedistribueerd. Daar keek ik in de jaren negentig naar. In de 21e eeuw kwamen er nog meer aspecten bij. Zoals in 2001: Hoe geniet je van een game? Iets wat Niels ‘t Hooft in het Art in Games boekje toelichte. Ook werd ik geconfronteerd met de sferen waarmee games beleeft konden worden: de Japanse “feel” (o.a. door GameSen en wat otaku’s die ik leerde kennen) en ik ging de arcadehallen eens opzoeken (o.a. in Breda, Den Haag, Londen, Warschau, Duitsland en zelfs even in Tokio). Games kan je industrieel benaderen maar ook heel breed ervaren.

    Je geniet van games zoals ook van andere dingen in het leven. Maar.

    Waarom wil je achtergronden NIET weten?

    Ik denk dat niet iedereen games wil “(OVER)analyseren”. Ik vergelijk het met andere grote verschijnselen in mijn leven:

    Voetbal: Je kan tactisch wat dingen over het spel toegelicht krijgen, maar analyses en discussie die uren duren bij Studio Voetbal, wie zit daar op te wachten?

    Sex: Je wil iets meer weten over sex, hoe je ervan kan genieten, maar in hoeverre wil weten hoe dat allemaal in elkaar zit? Je wil immers genieten.

    Eten: Wil iedereen weten hoe zijn favoriete gerecht in elkaar zit? Waar al die ingrediënten vandaan komen? Ik niet. Misschien wil ik hooguit weten of het goed is voor mijn lichaam (en wat de prijs is…)

    Muziek: De meeste mensen zetten maar wat op en gaan muziek niet analyseren. Echt gevoel hebben ze er niet voor: velen willen het gratis krijgen en illegaal downloaden.

    En zo ook met…

    Films en Games: Je wil gewoon genieten van die game of de film. Je kijkt, vind het tof of niet, verder geen discussie.

    Ik denk dat dat gewoon het denkpatroon is van de massa. Wat nou diepgang? Het is maar een spelletje. Dat denken ze.
    Voor jullie is het je leven en je professie, of iig een verdergaandere passie dat bij de meeste games, dan mag je ook zeker diepgang brengen in games en entertainment.

    Wanneer je liefde en passie hebt voor muziek en/of games ga je er passievol mee om, betaal je er eerlijk voor en denk je er over na.

    …..

    Zo ook met voetbal, sport, sex, eten, drinken, films, enz. enz. enz.

  14. Joris · 22-1-2010 · 23.15 uur

    Ga er niet inhoudelijk op in, maar wil wel even zeggen dat het een interessant en, vooral, goed geschreven artikel is. Leuk ook om op Bashers eens de andere kant van het verhaal te horen. ipv vanuit de toren te roepen dat het volk iets anders wil eten, het volk zelf eens vragen of ze verandering van spijs op prijs stellen.

  15. Bart de Boer · 22-1-2010 · 23.27 uur

    @Thymon ik denk vooral dat gaming nog niet een cultuur kent met breed gedragen sterren zoals ander vormen van entertainment. Zolang dat niet gebeurt is er denk ik niemand van buiten de gamewereld die zich interesseert in het wel en wee van Miyamoto, terwijl je dit al sneller ziet met de filmindustrie en boeken. Ik bedoel dus dat om het beroep regisseur of schrijver al veel meer mysterie hangt dan gameontwikkelaar

  16. Thymon AW · 23-1-2010 · 0.33 uur

    @ Bart:
    Waarom moeten er dan “sterren” zijn? Hoe zie je dat? Wat bedoel je? Dat ze bij de volgende editie van Idols op zoek moeten naar een game figuur?
    Die filmsterren worden onder de loep genomen omdat ze mens zijn, voorbeeldfunctie kunnen hebben enz. enz.
    Maar wij hebben toch gewoon sterren als Mario, Sonic, Lara Croft, Master Chief, Banjo, Donkey Kong, Mega Man, Solid Snake. Wat wil je dan meer? Hebben we real life acteurs nodig?
    In Japan werkt een medium als animatie ook gewoon.
    In games is het de bedoeling jezelf een beetje interactief te houden en soms zelfs te ontplooien. Ik hoorde Todd McFarlane ooit refereren naar video games waarin hij de statement maakte “you can be Superman!” (het gaat niet om die foute game, maar het idee dat je alles kan).
    Ik bedoel maar: is het interessant te weten wie Steven Spielberg, James Cameron en anderen zijn voor het grote publiek? Ze worden genoemd, sommige namen blijven hangen.
    Ik geloof dat er om het beroep game-ontwikkelaar juist wel mysterie hangt. Alleen weet de massa nog niet veel grote namen van personen, dat toegegeven, maar is dat nodig? Mensen roepen (wanneer ze een titel niet noemen) “die nieuwe film van James Cameron” en niet “die nieuwe film van Columbia Tristar”. Bij games roepen ze “die nieuwe avonturen game van Nintendo” of “Die nieuwe shooter op de 360”.
    Er moet een weg gevonden worden om een games interessant te analyseren voor het grote publiek. Gamekings en de PU trekken die typische tieners. Misschien zou een dagelijks game-discussieprogramma ergens na 22:30 interessant zijn. Daar zou een Blammo maar eens proberen aan te beginnen. Gamekings doet in principe slimme dingen om info toegankelijk te brengen op hun gamekings.tv site. De brievenmaandag biedt letterlijk en figuurlijk wat mensen vragen, andere thema’s als Hardware woensdag en de reviews worden vrij serieus en op interessante wijze gebracht. Vaak een beetje op zijn puberale manier, maar so be it.

  17. mika74 · 23-1-2010 · 7.51 uur

    ai ai ai, ik raak de draad kwijt.
    Is er een onderzoek geweest “of de gemiddelde game-web-site-bezoeker zit te wachten op beschrijvingen van onderzoeken over meetings over game-journalistiek?”
    Alhier mijn nul-hypothese: “nee”.

    Kom op zeg, dat elitair ge-ouwehoer, dat hebben we de laatste tijd toch al genoeg gehad? Ben persoonlijk meer ge-intrseerd in “product reviews” ofzo.

  18. sven · 23-1-2010 · 14.01 uur

    @Mika:
    Is jouw nulpunt hypothese nou van kracht op de vraag of het onderzoek heeft plaatsgevonden, of dat het antwoord op deze hypothese met NEE kan worden beantwoord?

    Verder zeg je:
    “Kom op zeg, dat elitair ge-ouwehoer, dat hebben we de laatste tijd toch al genoeg gehad?”

    Doel je hiermee op de vraag of mensen zitten te wachten op diepgang in gamesjournalistiek, of op het artikel an sich?

    Wat jij als elitair ge-ouwehoer bestempeld, is voor andere wellicht net dat stukje meer diepgang, welke hun kijk op games kan veranderen of juist bevestigen. Hoe leuk kan het zijn om nog meer uit een game te halen door te begrijpen wat iemand er mee bedoeld heeft? Of waarom een developer of publisher kiest voor een bepaalde strategie. Voor mee levert dit meerwaarde op. Meerwaarde waardoor ik het begrip “games” en de mensen die er mee werken, meer ga waarderen en begrijpen.

    Jou uitspraak vind ik dan ook bagatelliserend en wellicht alleen op jou van toepassing.

  19. Luke van Velthoven · 23-1-2010 · 20.40 uur

    Voor allebei is natuurlijk wat te zeggen. Ik hoef nu ook weer geen voetbal-achtige praktijken te zien in ‘ons’ wereldje. Games zijn er in de eerste plaats om te spelen.

  20. Bart de Boer · 23-1-2010 · 21.35 uur

    @Thymon

    Nee ik heb het niet over sterren in de zin van de maker. Dus de ‘echte’ muzikant, maar ook een regisseur, acteur, schrijver noem het allemaal maar op. Inderdaad sterren waar mensen zichzelf mee kunnen identificeren. De gamewereld heeft dit niet, enkel als je je interesseert ken je namen als Cliff Bleszinski, Miyamoto of een Kaz Hirai. Al deze mensen hebben kennelijk niet het vermogen uit zichzelf om een icoon van de game-industrie te worden in de entertainmentindustrie. Kortom het gaat mij om het naar buiten treden.

    Bij alle andere vormen van entertainment hoef je je vaak niet eens te verdiepen om te weten wie wie is. Een voorbeeld, een gemiddeld kind weet inmiddels wie een Reinout Oerlemans of Kluun is, maar zodra je de bekendere namen uit de gamewereld vraagt, is het enige wat je terug krijgt een lege blik. Het is dat in zichzelf gekeerd zijn van de gamewereld dat deels voor die cyclus zorgt en deels voor de afwijzende status van andere media richting games. Voorbeeld hierbij is natuurlijk de E3 die nergens aandacht krijgt. Vorig jaar zag ik alleen Keulen opduiken in journaals en dat was een paar seconden.

    Nog een voorbeeld van hoe briljant de gamewereld in zichzelf gekeerd is, is in mijn ogen de advertentiestrategie. Afgezien van enkele doelgroepenbladen of kanalen zie je weinig reclames buiten de traditionele gamemedia. Ik ben diep van binnen van mening dat een hele campagne op een site weinig tot geen effect heeft. De gamer die daar komt en zich verdiept, weet al wat er te halen valt en zal niet snel vallen voor een reclame. Helemaal niet als hij er cijfers bij kan lezen. Waarom dan toch altijd adverteren bij die media en niet eens verder kijken naar beïnvloedbaarder publiek.

    Het enige bedrijf dat naar mijn mening naar buiten weet te treden is Nintendo. Dankzij de Wii en de Ds hebben zij een achterlijk groot publiek weten te bereiken dat verder nooit gamed. Je ziet dan ook dat uigevers als EA en Ubisoft geen idee hebben hoe ze met een nieuwe markt moeten omgaan. Nintendo wel, gezien de verkoopcijfers van relatief oude titels als Mario Kart en dergelijke. Om als game-industrie aan te sluiten bij de entertainment industrie moet het roer om en daarbij zijn enkele iconen die daartoe kunnen dienen naar mijn mening nodig.

    Ik hoop dat het zo wat duidelijker is wat ik bedoelde.

    Ow en over je Idols opmerking, je kan natuurlijk wel de Idolgame zoeken en de makers de sterrenstatus geven, of een licentieovereenkomst voor die game :P

  21. Harry Hol · 23-1-2010 · 23.39 uur

    De videogame industrie heeft wel degelijk sterren met ‘global appeal’. Mario? Sonic? Lara Croft? Het maakt niet uit dat ze niet echt zijn. Dat is Pamela Anderson ook niet.

  22. mika74 · 24-1-2010 · 7.11 uur

    @sven
    @sven
    Ik bedoelde eigenlijk.
    Ik vind het een slecht artikel.
    Ik vraag me af, wie erop zit te wachten?

    De diepgang van een web-site mag m.i. wel het nivo van gamekings overstijgen. Dus het verslag van niels en david over Xi was voor goed en voldoende diepgang voor me.

    Maar dit artikel? Spreekt me niet aan en ik zal eens een onderzoekje opzetten onder mijn gamevrienden, wie deze content wel kan diggen.

    eerlijk is eerlijk, ben zelf ook meer van het nivo “project anal” van samual.

  23. Stefan Popa · 24-1-2010 · 11.00 uur

    ‘De videogame industrie heeft wel degelijk sterren met ‘global appeal’. Mario? Sonic? Lara Croft? Het maakt niet uit dat ze niet echt zijn. Dat is Pamela Anderson ook niet.’

    Haha, die is goed :). En het is natuurlijk ook meteen de waarheid.

    En Mika, de 21 reacties boven je geven eigenlijk wel het antwoord op je vraag: zij zitten klaarblijkelijk wel te wachten op dit artikel ;).

  24. bas · 24-1-2010 · 18.25 uur

    Mika: Een gouden term: elitair ge-ouwehoer. Vaak verward met ‘diepgang’ en ‘kwaliteit’.

    Onafhankelijk van dit artikel trouwens, maar een trend. Het lijkt wel of deze generatie niks meer kan, alleen maar klagen over ons vak of interesse!

  25. Zhero · 24-1-2010 · 18.27 uur

    @Bart, dat ligt meer aan de media en de maatschappij die films en muziek etc als iets belangrijkers zien dan gaming. Daarnaast weet het grootste gedeelte van de filmkijkers (de ‘mainstream’) ook niet wie nou die film heeft gemaakt of geschreven. Al komen die inderdaad sneller in de aandacht dan dat een gameicoon als Kojima of Miyamoto dat bijvoorbeeld komt.

    Wat betreft je advertentiestrategietheorie ben ik het ook met je oneens. Ik denk dat je de invloed van advertenties op gamesites niet moet onderschatten. Er zijn inderdaad veel goed geinformeerde gamers op gamesites, maar er zijn ook genoeg die in de winkel aangekomen kopen wat ze kennen (onbewust bijvoorbeeld door een advertentie of doordat het zoveel aandacht krijgt). Het is denk ik gewoon niet rendabel om te gaan adverteren in kranten of algemenere tijdschriften of sites. Ik denk dat dat ook wel onderzocht is. Al zijn er natuurlijk altijd uitzonderingen (grote campagnes van LittleBigPlanet en Killzone in o.a. De Pers geloof ik).

    Sterren zoals jij die beschrijft (dus buiten Lara, Mario en Sonic..) zijn in ieder geval niet het probleem, die komen er vanzelf wel als gaming breder geaccepteerd wordt door het grote publiek, wat al steeds meer gebeurt de laatste jaren.

  26. Ellen · 25-1-2010 · 9.47 uur

    Tja, ik vind het artikel vlees noch vis. Het is geen gedegen onderzoek, maar ook geen sterke column. Wat mij betreft is het daarom geen goed voorbeeld van sterke gamejournalistiek.

  27. Bart de Boer · 25-1-2010 · 23.23 uur

    @Zhero

    gaming is dankzij Sony al heel erg hard uit zijn niche gerukt met de PlayStation 1. Sinds die tijd is er al heel veel veranderd in de industrie. Er wordt nu net gedaan of de Wii verantwoordelijk is voor de casual influx, maar niet is minder waar heel veel casual gamers komen gewoon van de PS2 naar de Wii gefladderd. Sony heeft deze groep in mijn ogen afgeschrikt met een vage duostrategie met de PS3.

    @Harry
    Sterren hoeven inderdaad niet echt te zijn, kijk bijvoorbeeld naar de Simspons of South Park. Het is echter de enorme marketing eromheen met broodtrommeltjes en allerhande andere rotzooi die het bredere publiek weet te raken. Op die manier gaat een entertainment product leven en worden de sterren vaak sterren. De naam wordt namelijk groter en dan ontstaat vanzelf de behoeft om de achtergrond te kennen en er meer over te weten komen. Op dit moment is er 1 serie die dat heeft weten te bereiken en dat is Pokemon. In die zin moeten sterren dus echt zijn. Helaas betekent deze groei ook dat degenen die de achtergrond brengen bekender worden (zoals een Albert Verlinde bijvoorbeeld)

image Volg de reacties op deze post via RSS

Plaats een reactie

Je kunt ook inloggen of je registreren als vaste gebruiker.

Wil je ook een plaatje bij je reactie, koppel dan een Gravatar aan je e-mailadres.

Toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>