
Gamers durven hun trouwe knopjesmedium wel eens te vergelijken met een fatsoenlijke film, een lekkere plaat of een goed boek. Jazeker, wij spelen elke dag kunst. Hoewel films nog wel eens het voordeel van de twijfel krijgen, staat of valt een boek met de titel. Maar een game mag alles heten. Hoe onorigineler hoe beter: gooi een paar woordjes in een generator en de hoes kan naar de drukker. Zonde.
Epische missers
En ja, daar erger ik me aan. Hoewel het product games in eerste instantie gemaakt is om jou en mij te entertainen, herbergt elke game wel een stukje kunst in zich. Dat wil niet zeggen dat games gelijk zijn aan literatuur, maar wel dat het verre familie van elkaar is.
Maar hoe kan ik mijn vriendin en familie overtuigen van deze kunstvorm als er titels in mijn (virtuele) kast staan als Project Rub, F.E.A.R. 2 Project Origin en Call of Duty World at War Zombies II? Het web staat vol met lijstjes en de top zoveel van absurdste gamenamen ontbreekt geenszins. Ik ben heel dankbaar dat ik titels als Sticky Balls, Irritating Stick, Princess Tomato in Salad Kingdom, Spanky’s Quest, Ninja Baseball Bat Man en Touch Dic aan me voorbij heb laten gaan in mijn gamecarrière.
Ook de E3 die momenteel aan de gang is laat zien dat er bijzonder oncreatieve namen uit die creatieve gamebreinen rollen. Het epische Nintendo doet een Epic Mickey met Kirby Epic Yarn (alleen dan nog dramatischer) en Ubisoft laat Rayman terug naar zijn wortels gaan in Rayman Origins.
Dit is opmerkelijk te noemen voor een creatieve branche. Het stikt in de schappen van de nietszeggende gametitels. Goede namen lijken per definitie niet te bestaan. Nee, toch wel: Guns of the Patriots. Het is niet denderend, maar het zeker wel een degelijk opschrift. Helaas is het in deze industrie gewoonte om ook de serie te verwerken in het logo, compleet met een nummertje zoveel (en, wellicht wat twijfelachtig om deze erbij te nemen maar ik doe het toch, de slogan): Metal Gear Solid 4 Guns of the Patriots Tactical Espionage Action. Waarom toch?
Het Carlos Ruiz Zafón-model
Als je met onbeantwoorde vraagstukken zit opgescheept die je in eerste instantie niet kunt beantwoorden, luidt de oplossing bijna altijd: geld. Zo ook hier. Maar zorgt het afdrukken van de serienaam echt voor zoveel extra verkopen? Waarom niet gewoon die grijze grijns van Snake op de voorkant en de ‘subtitel’ al het werk laten doen, zodat de game lekker pakkend klinkt? Of denk je eens in: Samus Aran op haar maagdelijk witte Wii-hoes en dan met grote letters niets anders dan Other M. Bam!
Misschien zorgt deze manier van handelen voor een versterking van het kopiëren van boxart, een trend die nu al een tijdje zichtbaar is en nog verder zal toenemen. Een ontwikkeling die ook al jaren in de literatuur in versterkte vorm te bespeuren valt (het Carlos Ruiz Zafón-model: dat boek met die mooie lantaarnpaal op de cover). Publishers zullen de hoes van goedverkopende games – die de klant natuurlijk in zijn hoofd heeft geprent – met een kleine twist hergebruiken voor eigen succes.
Het belangrijkste is dit: betere gametitels zouden er automatisch voor zorgen dat het medium een stapje stijgt op de kunstladder. En daar zou ik heel gelukkig van worden. Als een boektitel als Sneeuwdorp van ene Niels ’t Hooft straks een gelijke vindt in de gameindustrie zou dat toch prachtig zijn? Want Farmville zou wel een heel grievende en onrechtvaardige zielsverwant zijn.
Mijn naam is haas
Maar wie ben ik? Mijn naam is haas. Ondergetekende heeft officieel helemaal geen verstand van naamgeving. Mijn enige verdienste is een compliment van mijn ex-docent associëren, die me toevertrouwde dat ik ‘het belang kende van goede hoofdstuktitels en de kunst van naamgeving onder de knie had’. Maar dit oncontroleerbare feit maakt mij nog geen kenner. Ik ben slechts een nederige boodschapper. Het is vooral aan de heren en dames uit de gameindustrie om hun nek uit te steken. Uw naam staat op het spel.
