Games over journalistiek: Global Conflicts en On The Ground Reporter



Dit artikel verscheen eerder in nrc.next.

Dit is bizar, staat in een mail van een vriend: “Ze hebben nu al een game over je gemaakt.”

Inderdaad bizar, denk ik, als ik het bestelde pakketje met de computergame Global Conflicts: Palestine openmaak. “Je speelt de rol van freelance journalist die zojuist is aangekomen in Jeruzalem, gewapend met een pen, een notitieblok en scherpe tong die je moeten helpen de uitdagingen aan te kunnen die in het verschiet liggen.”

Palestine is een spel uit 2007, zo blijkt, en maakt deel uit van een serie games waarin het werk in conflictgebied centraal staat. De website vermeldt: “Can you make the world a better place?” Wie wil dat niet, een game spelen die gaat over je eigen baan. Tot nu toe dacht ik dat realistische videogames gaan over het leven van voetballers, soldaten of autocoureurs. Nu mag mijn eigen beroepsgroep, journalist in wat zo eufemistisch ‘conflictgebied’ heet, zich tot deze elite rekenen.

Sensatiezucht

Er zit een zweem van sensatiezucht in: je eigen werk naspelen, zoals Arjen Robben misschien ‘s avonds thuis wel FIFA 2009 speelt. Maar ik ben ook nieuwsgierig. Wat maakt volgens de Europese makers van een computerspel een journalist in het Midden-Oosten goed? Een journalist scoort geen doelpunten en voor zover ik weet neemt niemand de tijd op die ik aan een artikel besteed. Hoe meet je of een journalist goed is? Willen ze dat ik partij kies, of juist dat ik tot in het absurde toe neutraal blijf? Wie weet gaat het goed, en kent het slepende Midden-Oostenconflict toch een winnaar.

Zes opdrachten moet ik uitvoeren. Mijn naam: Diwan Massoud, journalist van een krant met de naam Global News. Een streng kijkende man die, zo blijkt al snel, de hele dag van hot naar her rent. Opdrachten voor verhalen krijg ik van een schimmige figuur in een wit pak, een zekere Henry Fullbright. Ik mag kiezen: wordt het ‘De militaire inval’ of ‘Het checkpoint’? Ik kies voor het verhaal ‘Mohammad en de kolonisten’. Henry Fullbright geeft me opdracht “het leven in de nederzettingen te onderzoeken”. Er gaan verhalen, zegt hij, dat joodse kolonisten bezit hebben genomen van een Palestijns stuk land.

Klusjesman

En daar loop ik dan, door een virtueel Jeruzalem en Palestijns Abu Dis die, het moet gezegd, mooi zijn vormgegeven. Je herkent de typische gebouwen met witte stenen, de taxi’s met chagrijnige chauffeurs, de groene Palestijnse vuilcontainers langs de kant van de weg.

Ah. Ik ben een soort klusjesman. De Israëlische officier en de Palestijnse dorpsbewoner vragen me om allerlei gunsten. Als ik ze help, zo blijkt, krijg ik extra waardering. En dat betekent: meer informatie, betere contacten, pakkender quotes.

Vol enthousiasme gooi ik mij op mijn rol van fixer. Het neefje van de legerofficier ophalen van school? Tuurlijk, doen we! En ach, zegt ze, loop dan meteen even langs het legermuseum. De legerofficier heeft een schema met de openingstijden nodig. Geen punt, ik moest er toch langs. Mijn krediet bij Israël, zo blijkt uit een grafiekje onderin, schiet omhoog. Soldaten laten me door bij controleposten, het gaat geweldig.

Geen partij kiezen

Na een half uur klusjes opknappen kom ik eindelijk aan mijn werk toe. Dat verhaal over de kolonisten wacht. Ik tref een oude Palestijnse boer, wiens akker deels in bezit is genomen door joodse kolonisten. Vanaf een berg worden we met stenen bekogeld door hun kinderen. Hij wil wel praten, want ik heb net zijn zoon met een klusje geholpen. Op zijn akker is een nederzetting verrezen. Mijn sympathie voor de Palestijnen is volgens het grafiekje wat aan de hoge kant, dus mooi dat ik nog een kritische vraag voor de boer paraat heb: “Dat is allemaal wel erg, meneer, maar u heeft zelf ook niet veel aan uw akker gedaan, hè?”

Dit kan wel eens als een controversiële game ervaren worden, schrijven de makers in een bijbehorend boekje. Ze benadrukken dat ze geen partij willen kiezen, maar de verhalen van de gewone mensen om wie het conflict gaat in beeld wil brengen.

Complexer

Al spelend bekruipt me het gevoel dat dit een game met ook een andere boodschap is: denk je te weten hoe het Israëlisch-Palestijns conflict in elkaar zit, blijkt dat alles op de grond toch weer ingewikkelder is. Of nog erger: het is onmogelijk om aan goede informatie te komen. Een oplossing hebben de makers ook: een beetje dealen, een beetje wheelen, iedereen af en toe zijn zin geven en dan weer keihard ondervragen, en je bent vanzelf een objectief journalist.

Daarmee wordt het aloude misverstand bevestigd dat de waarheid altijd precies in het midden ligt – wat meestal niet het geval is. Het leven van een correspondent bestaat natuurlijk niet alleen uit het rennen naar gevaarlijke plekken. Het is vooral ook veel lezen, maar daar krijg je bij dit spel weinig punten voor. Overigens: na uren rennen van Palestijnen naar kolonisten heb ik maar twee van de negen punten verdiend.

On The Ground Reporter

Gek genoeg blijft het niet bij één spel-met-een-missie, waarin een commentaar op het werk van de journalist zit . Vlak nadat ik Palestine heb gespeeld, krijg ik van iemand anders een link naar de online game On The Ground Reporter: “Check hoe ver jij het schopt als reporter in een conflictgebied.” In dit spel word ik door Aart Zeeman naar Darfur gestuurd. Het spel is ontwikkeld door Press Now en Radio Darfur, een radiozender waarbij Zeeman is betrokken. Zeeman zelf spreekt me toe: “Er komen veel te weinig berichten uit Darfur. Er is een grote behoefte aan reporters.”

Ik moet met mijn notitieblok, driehonderd dollar en telefoon naar de stad Kornoy, waar rebellen en regeringstroepen vechten. Ik spreek de taal niet, dus ik moet eerst op zoek naar een tolk. Ik raak gewond, mensen willen niet met me praten. Het wordt niks. Treurig, maar dit komt in mijn ogen dichter in de buurt van het dagelijks werk in conflictgebieden dan Palestine, waar ik half corrupt mijn verhaal bij elkaar regel. In On The Ground Reporter zit, net als in Palestine, een geestige paradox: ik bak er niks van, maar ik ben toch onmisbaar.

Meer artikelen van Guus

    Eén reactie

    1. Jesse Zuurmond · 6-1-2010 · 21.21 uur

      Interessant artikel, Guus. Hopelijk biedt Next in 2010 meer van dergelijke artikelen.

      Wat ik me afvraag is waarom deze games niet meer aan het publiek aangeprezen worden. Je vertelt zelf al dat het als journalist herkenbaar is; dat geeft bij mij het idee dat er dan voor de vakgroep weinig toegevoegde waarde is.

      Voor publiek lijkt het mij een perfecte vorm van transparantie waarvoor Luyendijk heeft gepleit; laat (jonge) lezers via een game kennismaken met de dagelijkse praktijk van journalisten, inclusief al haar problemen.

    Volg de reacties op deze post via RSS

    Plaats een reactie

    Registreer je als vaste gebruiker. Heb je dit al eens gedaan, log dan in.

    Hou de discussie menselijk en inhoudelijk. Reageer bij voorkeur onder je echte naam, met je foto als avatar (via Gravatar).

    Toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>