
Onder de motorkap van Killzone 2 zit een game engine van miljoenen regels code. Critici bejubelen misschien de sexy grill en de glimmende lak, maar de echte magie schuilt in de motor. Met behulp van de geavanceerdste wis- en natuurkunde wordt zestig keer per seconde berekend hoe schaduwen vallen en hoe de kogels afketsen van muren.
Volgend schooljaar begint de Universiteit Utrecht met het opleiden van de nieuwe generatie digitale ingenieurs die de spelmotoren van de toekomst gaan ontwerpen. Dan gaat namelijk de richting Gametechnologie van start, die voor iedereen met een vwo-diploma en kennis van de hogere wiskunde toegankelijk is.
Gat in de markt
Gametechnologie is de eerste universitaire richting op Nederlandse bodem die zich specifiek richt op het ontwikkelen van games. Over het verschil tussen de bestaande HBO-opleidingen en Gametechnologie zegt Mark Overmars, geestelijk vader van de opleiding: “HBO-studenten leren werken met bestaande technologie.” Hij voegt daar niets aan toe, maar het verschil is duidelijk: studenten Gametechnologie ontwikkelen de technologie van de toekomst.
De Universiteit Utrecht lijkt met deze studie in spelontwikkeling in een gat in de markt te zijn gesprongen. “Het loopt storm,” zegt Frank van der Stappen, een van de docenten en vormgevers van het curriculum, met een brede glimlach. “Vorig jaar hadden we rond deze tijd 48 aanmeldingen voor Informatica. Nu hebben we voor Informatica en Gametechnologie al 128 aanmeldingen.”
Jongensdromen
Het enthousiasme voor de nieuwe opleiding was zichtbaar op de recente open dag. Bijna 200 jongemannen schuifelden afwachtend tussen de uitgestalde Playstations en pc’s. Velen waagden zich aan een potje Ratchet & Clank of namen deel aan de lawaaierige Guitar Hero competitie, gepresenteerd door publiekstrekker Jan Meijroos. Killzone 2 was tot mijn verbijstering overigens nergens te bekennen.
De meeste jongens werden verenigd door één droom: mee te kunnen werken aan de volgende Halo of Grand Theft Auto. Op die droom werd gretig ingespeeld door het promotieteam van de universiteit.
Toch gaven van der Stappen en Overmars expliciet aan dat zij niet verwachten dat iedereen die Gametechnologie studeert aan games gaat werken. “Gamebedrijven hebben niet zulke goede secundaire arbeidsvoorwaarden,” zegt Overmars. “Misschien willen sommigen wel een auto van de baas.” Daarom benadrukken beiden steeds dat je met Gametechnologie alle kanten op kan: van grafische toepassingen en virtuele werelden voor brandweeroefeningen tot de robotica.
Stap vooruit
Dat is op zich niet zo vreemd. Gametechnologie vloeit namelijk direct voort uit Informatica. Vijf jaar geleden werd de Informatica Master ‘Geometry, Imaging and Virtual Environments’ al ‘Game & Media Technology’. Voor Overmars is deze studie een logische vervolg op bestaande onderzoeken aan de UU, zijn GATE-project en de gamegerichte Informatica Master. De belangrijkste vernieuwing zit hem eigenlijk in de naam. “We hebben in Nederland een richting met ‘game’ in de naam,” zegt Overmars trots. “Dit was tien jaar geleden nog ondenkbaar.”
De oorsprong van de richting zie je ook terug in het vakkenpakket: het verplichte deel is hetzelfde als Informatica. Overmars noemt deze vakken “anders ingekleurd”. Zo beginnen studenten bij het programmeren in C# in XNA in plaats van een algemenere taal. Het vrije deel wordt voor een deel ingevuld met vakken over het maken van games. Op dezelfde manier wordt tijdens de driekwartjaar die elke student vrij krijgt om een andere minor te doen, sterk aangeraden om een gamedesignminor te doen in samenwerking met studenten van de HKU.
Informatica met een smaakje
Is een studie Gametechnologie met zo’n nadruk op breedte dan wel echt een studie over games? Ik suggereer aan van der Stappen dat het “informatica met een smaakje” is. Er valt een kleine stilte en dan antwoordt hij: “Zo zou je het kunnen zeggen.”
