Toen ik zeven was speelde ik Super Mario Bros. op de Super Nintendo en verbaasde mij over de puntenteller links bovenin het scherm. Die schoot omhoog bij ongeveer alles wat ik deed. Ik begreep wel dat het de bedoeling was om een zo hoog mogelijk puntenaantal te halen. Maar op die leeftijd vroeg ik me al af: wat is de waarde van een virtueel getal? Waarom zou ik me richten op het halen van punten als er een prinses te redden is? Wat maakt het uit of ik 1.868.900 punten haal, of 2.424.500?
Het was pas toen ik eergisteravond Geometry Wars 2 speelde dat ik me realiseerde dat die ‘puntenobsessie’ komt uit een tijdperk dat ik niet eens heb meegemaakt: de tijd van de arcadehal. Zien dat Samuel in iedere speelstand meer virtuele, nietszeggende punten had (in de verleden tijd ja, want ik heb je in meerdere standen verslagen Sam!) maakte een gevoel in mij los dat men decennia geleden al moet hebben gehad in de plakkerige arcadehallen: de drang om je vrienden te overtreffen. In Geo Wars 2 staat de score van de Xbox Live-vriend waar jouw huidige puntenaantal het dichtst bij zit constant rechtsbovenin het scherm. Samuels gamertag lachte me van daarboven uit, ondanks dat mijn puntenaantal steeds dichter bij het zijne kroop. Het moment dat ik er overheen ging was glorieus.
Wat Pac-Man in de jaren tachtig al losmaakte bij gamers doet Geo Wars 2 opnieuw. En je hoeft er niet eens voor naar een echte arcade.

