Dit is een uitgebreide versie van een column die eerder verscheen in Het Financieele Dagblad.

Het is precies een week geleden. Ik twijfel of ik naar het Bashers/Xi-debat over gamejournalistiek moet gaan. Ik ben namelijk geen journalist. Een paar jaar geleden schreef ik wel voor een paar gamesites die ik leuk vond en verdiende er wat gratis games mee. Ik was een omhooggevallen schoolkrantredacteurtje, alles om geen krantenwijk te hoeven doen. Nu ben ik internetontwikkelaar en zelfstandig ondernemer, en is redactiewerk een hobby die ik mag beoefenen bij de krant. Uiteindelijk besluit ik: toch maar even kijken hoe de pro’s het doen.
Apart wezentje
David opent het debat sterk met een korte introductie over de huidige stand van zaken. De gamejournalist is een apart wezentje. Hij loopt voorop met technologie en is online goed vertegenwoordigd. Niels en Jan knikken. Niet voor niets zijn er meer dan 150 gamesites in Nederland. De zaal puilt dan ook uit, hoofdzakelijk met schuchtere blanke mannen van rond de 25. Allemaal hebben ze een grote mond en praten ze constant door het debat heen. Ik pas er beter tussen dan ik in eerste instantie had gedacht.
Uitgever Jurrie begint zijn frustraties te ventileren. Jarenlang zijn ontwikkelaars bezig om een game te maken. Ze draaien overuren, weekenden, en snijden alleen op zondag het vlees thuis. Boehoe. Eindelijk ligt die rotgame in de winkel en dan schrijft een onoplettende loonslaaf een slechte recensie. Dan kook je over en bel je natuurlijk voor uitleg.
Hoofdredacteuren zouden op zo’n moment simpelweg moeten vertellen in welk lichaamsdeel hij zijn commentaar kan steken, maar soms ligt het gevoeliger. Soms schrijf je over titels die ook op je site worden geadverteerd. Je bent dus in discussie met je klant en je onderwerp tegelijkertijd. Dit leidde eerder al tot Gerstmann-gate, met een storm van kritiek als gevolg. Je wilt dus af van die afhankelijkheid, zonder je bron van inkomsten te verliezen.
Magere gamesites
En dan nog de kwaliteit van de geschreven stukken. Als journalist moet je ‘context’ bieden: een invalshoek die waarde toevoegt voor de lezer buiten de standaardpreview of -review. Je bent een recensent, maar hoe voeg je meer toe dan alleen een cijfer of vijf sterren? Zomaar een persberichtje kopiëren, daar wordt toch niemand vrolijk van?
Een van de mannen in de zaal heeft het antwoord. “Ik heb een gamesite en mijn bezoekers willen veel liever een uitgekauwd persbericht in een kort nieuwsitem dan lange verhalen,” zegt hij trots. Ik zucht zo hard dat de rest van de zaal het ook kan horen. Ik zucht om het leven van de vraagsteller. Om de magnetronmaaltijden die hij eet, het feit dat zijn favoriete drankje Heineken is en om dat café in zijn geboortedorp waar hij elke vrijdag klokslag acht uur binnenstapt.
Als je dit nu leest en je bent deze persoon: het is niet te laat! Er kan zoveel meer. Dit soort drang naar middelmatigheid en kopieergedrag is precies de reden waarom er zoveel magere gamesites zijn in Nederland.
Enorme kansen
Het is dit tegenstrijdige gevoel dat bij mij blijft hangen aan het einde van het debat. Aan de ene kant zijn journalisten nou eenmaal meestal geen ondernemers en is vernieuwing moeilijk. Aan de andere kant liggen er enorme kansen om andere manieren van inkomsten te vinden en nieuwe soorten inhoud te brengen aan andere doelgroepen. Kijk naar Gamekings (videocontent met karakter), Bashers (journalistieke diepgang) of buiten de gameindustrie naar nrc.next (opinie en achtergrond).
De talentjes in de gamejournalistiek die dat oppakken, kunnen op een daverend applaus rekenen. Dus, ondernemende gamejournalisten, man of vrouw, meld je vooral in de reacties.
