
Afgelopen woensdag vond in het Crea Theater in Amsterdam het Bashers/Xi-debat over gamejournalistiek plaats. Het concept: zet vier invloedrijke personen uit de Nederlandse gamewereld bij elkaar, geef ze een pittige stelling en kijk wat er gebeurt. Hoewel niet alle deelnemers met het mes tussen de tanden discussieerden, kwamen er duidelijk twee problemen in de gamejournalistiek naar voren: onafhankelijkheid en diepgang - of beter gezegd: het gebrek daaraan.
De vier sprekers:
- Jan Meijroos (professioneel gamejournalist)
- Niels ‘t Hooft (debatleider, professioneel gamejournalist)
- David Nieborg (gameonderzoeker, schrijver en game-expert)
- Jurrie Hobers (vicepresident sales & marketing bij Codemasters)
Gerechtvaardigde kritiek
Nadat iedereen aan tafel zich had voorgesteld, luidde David het debat in met een presentatie over zijn visie op gamejournalistiek. Hij straalde hierbij vooral positiviteit uit, want zo slecht doet de gamejournalistiek het volgens hem helemaal niet. De gameonderzoeker hoopte op een debat over een langetermijnvisie, oftewel: waar moeten gamejournalisten over schrijven?
Dit leidde al snel naar de rol van PR bij de nieuwsgaring. Bepalen zij niet teveel de agenda van de gamejournalist? Aangeleverd materiaal mag best gebruikt worden, vond David. “Het wordt goed gelezen. Wie ben ik dan om te zeggen dat het slecht is?” Tussen neus en lippen door vallen de termen ‘perstrip’, ‘gratis games’ en ‘druk uitoefenen’. En vooral dat laatste zorgt voor veel discussie.
Diezelfde uitgevers adverteren namelijk in de media die kritisch moeten zijn over hun product. Marketingman Jurrie is duidelijk over zijn beleid: een journalist mag kritiek leveren, zolang er maar geen feitelijke onjuistheden in het artikel voorkomen. Toch raakt het hem wanneer er kritiek op ‘zijn’ game verschijnt. “Als een product wordt neergesabeld, dan doet dat pijn”, maar terechte kritiek is in zijn ogen gerechtvaardigd. Volgens Jan is er in Nederland echter geen sprake van affaires à la Jeff Gerstmann – de recensent die al dan niet gedwongen moest vertrekken na een kritisch Kane & Lynch-artikel. Tot zover de discussie over onafhankelijkheid. Volgens de debaters kennen we die problemen in Nederland niet.
Gebrek aan diepgang
Het debat richtte zich snel op het gebrek aan diepgang. Waarom worden er voornamelijk (p)reviews en nieuws geschreven? De mainstreamjournalistiek moet het medium games nog oppakken, vinden de deelnemers. Gamejournalisten moeten kennelijk voor een breder publiek dan enkel gamefanaten schrijven. Jurrie stelde dat slechts een beperkte groep interesse heeft in dit soort artikelen. David was fel in zijn reactie: “Absoluut niet mee eens. Papa’s en mama’s van gamende kinderen willen het wél weten.”
Jan en David waren daarna eensgezind in hun verklaring waarom gamejournalistiek een ondergeschoven kindje in de krantenwereld is. Hoofd- en eindredacteuren hebben te weinig kennis van games. “De mensen die de beslissingen maken, doen daar niet aan”, vond David. Jan was zelfs nog scherper in zijn formulering: “Bij krantenredacties wordt neergekeken op het fenomeen games.”
Uiteindelijk beslist de lezer welke inhoud er in de krant komt, volgens Jurrie: “Als het publiek er is, was die content er wel. Het feit dat de content er niet is, is het bewijs dat er geen vraag naar is.” Niels aanvaardde die verklaring niet. “Ik vind het een pessimistisch idee dat van de 9,3 miljoen gamers er niet genoeg mensen zijn die achtergrond willen.” En eigenlijk was dat wel de tendens van het debat: het ligt vooral niet aan ons, de journalisten.
Huilend op knieën
Realistisch als ik ben, had ik niet verwacht dat elke gamejournalisten huilend op zijn knieën zou zakken en zou toegeven dat ook zij deel van het probleem uitmaken. Een gamejournalist is nu eenmaal financieel afhankelijk van uitgevers. Inderdaad, degene waar je kritisch over hoort te schrijven, is dezelfde die ervoor zorgt dat je elke maand je huur kunt betalen. En geef toe, soms is het makkelijker om een simpele mening over een spel te geven dan diepgaand onderzoek te plegen voor een achtergrondartikel. Dat is de realiteit, maar dat geef je niet zomaar toe. Je moet je geloofwaardigheid behouden voor de lezer.
Graag zie ik een vervolg van deze debatavond, omdat deze journalistieke discussie hopelijk tot nieuwe inzichten leidt. Ironisch genoeg ging het debat grotendeels over diepgang, terwijl ik dat juist in de argumenten en voorbeelden van de deelnemers miste. Voor een eerste keer debatteren over gamejournalistiek mag je misschien ook niet meer verwachten dan een algemene analyse. Maar voor een volgende editie lijkt het me nuttig om één onderwerp te pakken. Gamejournalistiek is namelijk niet zo onafhankelijk als werd voorgesteld. En wellicht zijn gamejournalisten wel te lui om een achtergrondartikel te schrijven. Wie zal het zeggen?
