In de weken rond de jaarwisseling kijken de medewerkers van Bashers terug op hun persoonlijke gamehoogtepunten van 2008. Vandaag de top vijf van Bart.
5. Lego Batman: de fun voorbij

Lego Star Wars was fantastisch. Het spel was creatief en humoristisch, en er was ontzettend veel te doen. Je kon alles mollen, gebruiken voor punten, unlocks naar verborgen gebieden vrijspelen en transformeren tot een voertuig. Een half-2D en half-3D platformspelletje waarin je ook je medespeler een tik kon uitdelen. Al deze ingrediënten zijn aanwezig in Lego Batman, maar het frivole van Lego Star Wars is eraf. Het beste spel voor de vader-zoon-relatie verrast niet meer. Het is formulewerk geworden, maar tóch het leukste spel voor kinderen dit jaar. Wat zegt dat over het enorme arsenaal aan doelgroepgerichte spellen? Ik vind het jammer dat spellen juist voor de kleinsten niet meer tot de verbeelding (durven) te spreken.
4. Gears of War 2 en Call of Duty 5 in een weekje uit

Gears of War 2 was weer intens. De persoonlijke confrontaties werden omgeruild voor massalere slachtpartijen, maar nog steeds stak de actie met kop en schouders boven de concurrentie uit. Schuilen achter bewegende rupsen, woeha! Maar waar ik het eerste deel nog eens anderhalf keer uitspeelde, bleef het hier bij één keer co-op met een medespeler en een potje hordes vijanden vol lood schieten. Met Call of Duty 5 was het eigenlijk niet anders. De verdraaid toffe singleplayer speelde ik in twee dagen uit – op eenvoudig, want ik raak niet graag gefrustreerd door spellen, daarna pakte ik één keer de multiplayer op en hield ik het voor gezien. Eigenlijk is het van de gekke dat je de twee actiespellen waar je het meest naar uitkijkt samen in één week uitspeelt. Is dat 120 euro waard?
3. iPhone is de handheld van het jaar

Ik teken voor dit platform waarop elke dag (!) nieuwe games verschijnen. Hoewel het absoluut niet in de lijn der verwachting lag toen ik telefonisch een iPhone-abonnement afsloot, blijkt Apple’s telefoontje me briljant te voorzien in mijn behoefte naar een game af en toe. De ontwikkelingen gaan retesnel. In week 40 omarmt iedereen een spel dat er tot dan toe het best uitziet, in week 42 komt er een spel uit dat vloeiender loopt, beter speelt en er nog fraaier uitziet. Enthousiaste kopers laten meteen van zich horen in spelbeoordelingen in de App Store waar de games te koop staan. Als je de verleiding niet kunt weerstaan vaak in die virtuele winkel te kijken, besteed je zo een euro of dertig aan iPhone-spellen. Soms zijn ze op het oog leuk maar blijken ze erg inhoudsloos (Ace Tennis, online speelbaar maar genekt door een slechte besturing), soms leveren amateurs fantastische originaliteiten gratis aan (Scramboni, een Scrabble-variant waarin je live tegen anderen woorden raadt) en mobiele gamemaker Gameloft bewijst zich helemaal op de iPhone. De spellen worden gaandeweg dieper, creatiever en dan opeens is er een echte AAA-titel: Snail Mail, waarin je een slak in de ruimte supersnel langs obstakels op uitdagende parkoersen beweegt. Geweldig. De DS en PSP zijn passé, tegen deze variëteit boksen ze niet op.
2. Alleen verpakking telt bij Boogie Superstar

Is er echt een domme massa? Een enorme groep mensen die een spel koopt op de verpakking? Dan wedt ontwikkelaar en uitgever EA op het goede paard met Boogie Superstar voor de Wii. Het spel is verpakt in een kek doosje, wordt geleverd met een stijlvolle zwarte microfoon en is gedrapeerd in een cartoonuiterlijk dat van Nickelodeon afkomstig lijkt. De aankleding is echt dik in orde. Maar dan het spel. Dat bestaat uit twee delen: karaoke en dansen. En laat beide punten nu rampzalig zijn uitgevoerd. Het dansen is praktisch een paar armbewegingen met een controller in de hand uitvoeren, maar het spel lijkt willekeurig aan te geven dat je te snel of juist te langzaam bent. Alsof het niet goed mág. De feedback is rampzalig. Het zanggedeelte doet er nog een schepje bovenop. Dit bestaat uit tergend slechte covers en telt op zijn hoogst vijf voor Nederlanders herkenbare liedjes. De rest van de vijftig tracks komt uit landen met talen die we niet spreken en dat kun je de doelgroep, duidelijk meisjes van een jaar of twaalf, echt niet aandoen. Dat dit flutspel hier de tweede plek haalt, is mijn gebaar naar de grote uitgevers die eens moeten kappen met het leveren van absolute bagger aan de onwetende menigte. Denk eens op lange termijn: gaan die mensen na drie miskopen überhaupt nog games kopen?
1. iPhone geeft les in online content aanbieden

De marktplaatsen op de PlayStation 3, de Wii en de Xbox 360 zijn statisch. De aanloop op PSN is mondjesmaat en de andere twee marktplaatsen worden alleen geüpdate op aangekondigde dagen. Als ik op Eurogamer lees dat de nieuwste releases slechte oude ports zijn, heb ik geen behoefte online te shoppen. Hoe anders is dat bij de iPhone. Je start de App Store en wordt elke keer verrast door hoeveel spellen er worden aangeboden. Sinds kort zijn er verschillende categorieën in het enorme arsenaal van 1600 spellen. De meest gekochte (en vaak dik in orde zijnde) spellen staan netjes in een aparte lijst. In een andere lijst stromen alle nieuwe games, gratis of niet, standaard binnen. Een zoekfunctie maakt het compleet. Een spel kopen doe je met één druk op ‘koop nu’. Geen bevestiging nodig en het geld wordt direct van je rekening afgeschreven. Niks omslachtig punten kopen waarmee je kan downloaden, gewoon rechtstreeks betalen! Omdat de dollarprijzen keurig zijn overgezet naar euro’s, voelt een betaling nooit onredelijk en neig je niet naar een Amerikaanse App Store. Het meest fantastische is dat ontwikkelaars retesnel inspelen op de ontwikkelingen. Een spelupdate kan in Apples beleid in één dag worden doorgevoerd. Spellen worden razendsnel bijgeschaafd aan de hand van spelerskritieken en als een spel minder loopt dan verwacht, gaat het spel meteen in prijs omlaag. Soms zelfs met meer dan de helft. De kleine ontwikkelaars trekken de grote mee: zelfs EA en Gameloft reageren met prijsverlagingen, zij het subtieler. De marktwerking houdt de App Store razend interessant. Dat twijfelgevalletje voor acht euro is drie weken later opeens een koopje voor 3 euro. Microsoft, Sony en Nintendo: zo hoort het.
