In de weken rond de jaarwisseling kijken de medewerkers van Bashers terug op hun persoonlijke gamehoogtepunten van 2008. Vandaag de top vijf van David.
5. Leuke bezoekjes

Op eigen houtje en voor GMR en De Pers bezocht ik dit jaar een aantal studio’s. Erg leerzaam was het bezoek aan Lord of the Rings Online-ontwikkelaar Turbine, waar drie man drie uur de tijd hadden om mij volledig in te lichten over hun plannen. Het bezoek een paar weken later aan Funspot (zie het laatste nummer van GMR hiervoor), waar het Classic Arcade Museum is gehuisvest, was helemaal goud. Alle oude arcadekasten die je kunt bedenken heb ik in één klap gespeeld. Jammer dat New Hampshire zo ver rijden (en vliegen) is vanuit Amsterdam.
4. Gamefly

Omdat ik dit jaar drie maanden in Boston woonde en natuurlijk niet al mijn Xbox 360- of PS3-games mee had genomen, besloot ik een abo te nemen op Gamefly. Voor maar een tientje per maand kon ik twee games tegelijkertijd thuishebben en voor iets meer zelfs drie. De nieuwste games lagen binnen twee (werk)dagen op de mat en zo kon ik toch mijn werk blijven doen. Ideaal. Waarom is er geen Gamefly in Nederland? Als het tegengehouden wordt door uitgevers en retailers zou dat niet alleen superjammer zijn, maar ook ietwat kortzichtig.
3. Gastnummer voor het European Journal of Cultural Studies

Het publiceren van artikelen is voor een academicus hetzelfde als wat levelen is voor een World of Warcraft-speler: noodzakelijk om verder te komen in je (academische) carrière. Dit jaar mocht ik een speciaal gastnummer (over games) samenstellen voor het (vak)tijdschrift European Journal of Cultural Studies. Zelf schreef ik over het vakgebied van de gamestudies en over mods (modificaties voor pc-games). Andere auteurs schreven over de representatie van Arabieren in games, over het theoretische concept van de magische cirkel en over hoe virtuele werelden bestuurd (moeten) worden. Voor mij het bewijs dat de wetenschappelijke gamewereld volop in beweging is en alleen maar interessanter wordt.
2. Wekelijkse pagina in De Pers

Het was even schuiven: eerst op de vrijdag, toen heel even op de dinsdag, maar vanaf 1 september elke maandag een volle pagina over games. Tel daarbij op dat de redactie van De Pers open staat voor ideeën van hun schrijvers, gerund wordt door professionals en, vooral, gamejournalistiek verkiest boven de makkelijke weg (lees: gamereviews). En daar word ik toch bijzonder vrolijk van. Natuurlijk gaat er wel eens iets mis, maar welke andere krant heeft wekelijks zoveel ruimte voor achtergrondverhalen, analyses en interviews over games?
1. Het MIT-gamelab

Afgelopen herfst was ik gastonderzoeker aan Gambit, een speciaal gamelab van de Amerikaanse universiteit MIT. En dat was heel, heel erg tof. En zeer inspirerend. Stel je voor: dertig onderzoekers (man en vrouw) die zich de hele dag met games bezighouden. Voor hun beroep. En dan niet reviewen, maar heel diep nadenken en discussiëren over spellen. Elke vrijdagmiddag was er een gamemiddag met thema’s als ‘parkourgames’, ‘Soviet-games’, ‘Wild West’, ‘Pirates’ en natuurlijk ‘Made in Boston’. Elk denkbare platform was aanwezig en elke week stond ik dan ook versteld van de enorme kennis die deze übernerds met zich meedragen. Als er een hemel is voor (serieuze) gamers, dan ziet hij eruit als Gambit.
