Op maandag schrijft Rogier Kahlmann over games in de breedste zin van het woord. Niemand is veilig voor Kahlmann, vooral hijzelf niet.

Vorige week stond ik in de rij om een spel af te rekenen bij een gamewinkel. Voor mij stonden een moeder van een jaar of veertig en haar zoon. Hij was denk ik net tien jaar oud. Voor zijn neus had de verkoper zojuist een grote, groene doos neergezet. Hij keek er smachtend naar. Zijn moeder trok haar portemonnee en ik realiseerde me wat er zich voor mijn neus afspeelde.
Deze jongen kreeg een Xbox 360 van zijn moeder. Ik werd sentimenteel van dit plaatje; ik moest denken aan de dag dat ik samen met mijn moeder een Nintendo kocht en op eenzelfde manier met mijn neus boven de toonbank stond, terwijl zij afrekende.
Het jochie had zelf ook wat gespaard en mocht van dit zakgeld een spelletje kopen. Hij viste wat verfrommelde biljetten uit zijn zak, legde het spel op de toonbank en smeet daar snel zijn geld op, alsof hij het wilde bedekken voor zijn moeder. Ik leunde iets naar voren om te kijken wat hij had uitgezocht: aan de randen van het hoesje kon ik zien dat het GTA IV was.
Dit jochie wilde zo snel mogelijk afrekenen, vóórdat zijn moeder zou zien dat hij een spel kocht dat hij eigenlijk niet mocht spelen. Ze keek naar hem, liet haar hand naar het spel glijden en hij barstte bijna uit elkaar van spanning. Maar ze ging niet voor het spel. In plaats daarvan, aaide ze hem over zijn bol, trots dat hij zolang zijn snoepgeld had op kunnen sparen voor zijn eigen spelletje. Ik hoorde de ontlading van zijn kant.
Maar zijn lijdensweg was nog niet voorbij. De verkoper pakte het hoesje nu op om de disc erbij te zoeken. Even keek hij ernaar, en toen naar zijn moeder. Ik zag de verkoper twijfelen, maar hij zei uiteindelijk niets: hij wilde zijn spel kennelijk liever kwijt dan het juiste ding doen.
Toen de 360 was afgerekend, en GTA bijna in handen van het jochie, besloot ik in actie te komen. Op het moment dat de verkoper het spel in de handen van het jongetje duwde, helde ik naar voren en griste ik het uit zijn kleine vingertjes. Zijn moeder keek mij verschrikt aan, maar kon niets uitbrengen. Ik wende mij tot haar en duwde het kind met mijn heupen weg. “Weet u wel wat uw kind koopt”, vroeg ik haar. Ze schudde nee. “Weet u wel dat het in dit spel mogelijk is om een prostituee op te pikken, haar te neuken en dood te rijden om zo het geld terug te krijgen?” Ze durfde niets anders uit te brengen dan een verontwaardigd: “Nee, dat wist ik niet”. Ik ging verder, nu met geheven stem. “Weet u wel, dat je in dit spel mensen door het hoofd kan schieten en beroven? Wist u dat mevrouw!” Ze kromp ineen en haar zoontje kwam nu naast haar staan. Ik zag hem mij doodwensen, maar ik negeerde dat. “Ik verwijt u niets mevrouw, maar weet dat computerspellen niet meer alleen voor kinderen zijn. Uw zoon maakt daar misbruik van.”
“Welk spel is dan wel voor hem geschikt”, vroeg zijn moeder mij. Ik kon een vileine glimlach maar met moeite bedwingen. “Goed dat u mij dat vraagt mevrouw”, zei ik en ik liep meteen naar achter. “Ik zal deze meteen even terugzetten”, terwijl ik olijk met het doosje naar het jochie zwaaide.
Ik liep naar de rij games en liet mijn blik glijden over de collectie. Moeder, kind en verkoper keken me afwachtend aan. Ik kwam terug met lege handen. “Wat u eigenlijk moet doen is een Wii kopen”, zei ik. “De 360 heeft maar weinig spellen die geschikt zijn voor uw zoon.” Ik zag hem aan de broek van zijn moeder trekken. Ze keek boos naar beneden. “Even niet nu, deze man heeft gelijk.” Ik keek hem aan, onze blikken kruisten en ik richtte mij weer tot zijn moeder.
“De Wii heeft een heleboel kindvriendelijke en leuke spellen. Bovendien krijgen ze er hun beweging van. Ik wil u best adviseren hoor.” De moeder twijfelde even. “Maar hij wil zo graag een Xbox”, mompelde ze. Ik wendde mij tot de verkoper. “Vertel mevrouw hier even welke console het geschiktst is voor jonge kinderen.” Hij wilde zich duidelijk niet in de discussie mengen en zei bijna onhoorbaar: “De Wii.” Ik vroeg hem dat te herhalen, maar dan iets harder.
De moeder, nu overtuigd van mijn gelijk, beval de verkoper de 360 weer terug te nemen en een Wii te pakken. Het jongetje begon te schreeuwen. “Het is dit of niets!”, riep de moeder terug, waarna hij verstomde tot een chagrijnig grommen. “Zal ik er een leuk spelletje voor hem bij zoeken”, vroeg ik vriendelijk. Ik liep naar de rij Wii-games en kwam terug met Big Brain Academy. “Kijkt u eens”, zei ik. “Leuk, én verantwoord.”
De vrouw bedankte mij voor mijn hulp en liep met een Wii, Big Brain Academy en een boos kind weer de winkel uit. Bij de uitgang groette ik haar nog even en stak ik, buiten haar gezichtsveld, mijn middelvinger naar het joch op. Goed doen voelt goed, dacht ik bij mezelf.
