Op maandag schrijft Rogier Kahlmann over games in de breedste zin van het woord. Niemand is veilig voor Kahlmann, vooral hijzelf niet.

De beste tijd voor een fanatiek gamer is de periode waarin de laatste spelcomputers net een paar maanden uit zijn. Zo’n tijd waarin de nieuwste set-ups de Bart Smit inrollen en kinderen eromheen doen samenscholen. En wij, de twintigers en dertigers die financiële afhankelijkheid van ons af hebben geschud, hoeven dan niet te verlangen naar die nieuwste droommachine, neen, wij hebben hem allang thuis staan.
Het mooiste aan die periode vind ik de nieuwe schappen voor de laatste games, die in platenzaken en speelgoedwinkels worden ingedeeld. Een apart vak wordt opeens ingericht voor een vier- of vijftal spelletjes dat het alleen doet op die nieuwste computer die bijna niemand heeft. Opeens begint het weer te gonzen in de platenzaken en de interesse bij de kids lijkt langzaam naar dit kleine stapeltje games te verschuiven. En als de demo set-ups daar zijn hebben ze voor de ouwe Xbox of Playstation opeens helemaal geen oog meer.
Ik zoek die kinderen altijd op, de jongsten die vol zitten met verlangen maar niet vermogend genoeg zijn om hun begeerte te stillen. Dan sta ik even achter ze als een reus en als ze dat nieuwste spelletje, dat ze nooit zullen kunnen kopen, voor de zoveelste keer hebben vastgepakt en grondig hebben bestudeerd, dan buig ik voorover om mijn volwassen schaduw over hen heen te slaan. Met een sierlijke beweging trek ik dan dat next-gen spelletje langzaam onder hun neus vandaan waarna ik er rustig mee naar de kassa loop en het afreken. In mijn ooghoek voel ik de onhoudbare afgunst van de jeugd. Ik voel ze kijken, vol jaloezie, vol ontzag. Het is heerlijk en maakt het leven van de fanatieke gamer pas echt leuk.
Niets is echter blijvend en na enkele maanden brokkelt het plezier der leedvermaak langzaam af. Het eerste signaal, of nee, de eerste klap in het gezicht van elke ‘early-adopter’ is zonder twijfel de prijsverlaging. Opeens is dezelfde console waarvoor we net nog honderden euro’s neertelden, drastisch in prijs gedaald. En niet alleen voelen we ons dan bekocht, nee, het ergste is nog dat onze exclusiviteit wordt aangetast. Iedereen begint plotseling dezelfde computer te kopen, de ooit kleine schappen breiden zich uit, spelletjes worden goedkoper en uiteindelijk zien we de kinderen, van wiens leed we zo-even nog genoten, zelf een next-gen spelletje kopen. Het zijn geen fraaie taferelen, ze kunnen zelfs deprimeren. Geniet ervan, zo lang als het duurt.
