
Voor je verder leest een krachtig citaat van Kotaku’s Brian Crecente:
“My interest is not in making sure that Sony has positive news or that the timing of their news is correct, my job only is to inform the readers of news as quickly and accurately as I can.”
Wie dit onzin vindt kan hier beter stoppen (en sowieso misschien maar stoppen met het lezen van nieuws in het algemeen).
Afgelopen woensdag kregen Nederlandse gamejournalisten een e-mail van Hit-PR, het PR-bedrijf van Konami. Niels en collega’s twitterden verbaasd over de inhoud van de mail. Want wat stond erin?
“Konami heeft een Non Disclosure Agreement (NDA) opgesteld, die ondertekend dient te worden door iedereen die gebruik maakt van de vertrouwelijke informatie en het materiaal van Konami.”
Voor de volledigheid, de NDA is hier te downloaden als PDF-bestand.
Ik zeg: collegagamepers, teken het niet. Ik zal dit hieronder verder uitleggen maar mijn bezwaar is dat journalisten gevraagd wordt om álles wat Konami opstuurt als vertrouwelijk te beschouwen. En ja, dat maakt dit een principezaak, want het gaat (veel) verder dan vergelijkbare verzoeken.
Oké, het is augustus en er zijn zaken die véél erger zijn dan luie uitgevers die proberen zich in te dekken tegen journalisten die wel eens hun werk zouden kunnen doen (zie de uitspraak van Crecente). Maar toch. Het is een typisch voorbeeld van hoe de gamejournalistiek zich op dit moment verhoudt tot de industrie, het is een discussie waard, en wellicht hebben gamers er ook een mening over.
NDwha?!
Even wat context. NDA’s zijn een veelvoorkomend verschijnsel in de gamejournalistiek. Bij perstrips, bij de bruikleen van debugconsoles (om games op te testen) en bij previewdiscs (vroege versies van games) krijg je regelmatig een contract onder je neus geduwd dat je per direct dient te tekenen. In deze contracten staat dan dat je niets “geheims” of “vertrouwelijks” mag vertellen voordat je daar toestemming voor hebt gekregen.
Op zich is het bestaan van NDA’s te begrijpen. De (financiële) belangen in de gameindustrie zijn enorm: voor een game als Grand Theft Auto IV zijn de investeringen aanzienlijk. Uitgevers willen voorkomen dat materiaal uitlekt, wat direct financiële schade, al is het maar een schommelende beurskoers, tot gevolg kan hebben. Full disclosure: ik heb ook wel eens een NDA getekend, met de nodige tegenzin. Zeker bij het ontvangen van previewdiscs snap ik het ergens nog wel.
Naast NDA’s zijn er ook embargo’s, een soort gentlemen’s agreements, informele (dat wil zeggen niet-juridische) afspraken tussen gamejournalist en uitgever/PR-persoon, dat er niet voor een bepaalde datum geschreven mag worden over een bepaalde titel. Voor de niet-gamepers: in e-mails staat dan zoiets als: “Hier heb je plaatjes van game X. Embargo 11 augustus 2pm EST.”
Embargo’s zijn aan de orde van de dag en werken verbazend goed. Dit is te begrijpen, want als je je niet aan deze spelregel houdt, twijfelen PR-medewerkers, overigens vaak de vriendelijkheid zelve, geen seconde om je op de beroemde zwarte lijst te zetten. Met andere woorden, als jij je niet aan embargo’s houdt en (vaak exclusief) materiaal publiceert voordat anderen dat doen, word je voortaan uitgesloten van toegang tot toekomstig materiaal. De redenering is dan: we hóéven het je niet te geven. Als journalist ben je vrij afhankelijk van de PR-bedrijven, dus je respecteert de belangen van het bedrijf. In de praktijk eerder te vaak dan te weinig.
Journalistiek?
Voor de goede orde, ook al zien veel van onze collega’s zichzelf totaal niet als (game)journalist, ‘echte’ journalisten willen nog wel eens lak hebben aan embargo’s. Neem Prinsjesdag en de miljoenennota. Ook daar zit (of zat) een embargo op. Toch publiceerde NRC erover: “NRC Handelsblad tekende niet voor de embargoregeling en verkreeg de informatie naar eigen zeggen via eigen nieuwsgaring. ‘Besluiten over voorgenomen beleid, die voor de burger belangrijk zijn, horen zo snel mogelijk bekendgemaakt te worden’, lichte de hoofdredactie toe.” Terecht. Volgens goed journalistiek gebruik gaat het publiekelijk belang boven het belang van, in dit geval, de politiek.
De NDA van Konami is in meerdere opzichten problematisch. Hoewel de gamejournalistiek in veel gevallen een verlengstuk is van de PR-machine van de gameindustrie, zo blijkt ook uit onderzoek, zouden gamejournalisten toch vrij moeten kunnen opereren en moeten kunnen zeggen wat ze willen, in principe. Ik leef niet in een sprookjeswereld en besef dat vrije nieuwsgaring in de gamejournalistiek een fabeltje is. Maar er zijn natuurlijk grenzen.
De NDA van Konami gaat wel heel ver. Gebruikmaken van “vertrouwelijke informatie en materiaal” van Konami is een ontzettend vage formulering. Konami bepaalt dan wat dergelijk materiaal omvat. Bij previewmateriaal snap ik het nog, daarvan wil je niet dat er (vroegtijdig) gelekt wordt. Maar alle andere informatie?
Let wel, normaal teken je een NDA op het moment dat je iets gaat krijgen. Een spel, informatie, etc. En nu zou je iets moeten tekenen om… om… ja, waarom eigenlijk? Om Konami (en persbureau) te vriend te houden? Als het maar niet is, beste collega, omdat “het nu eenmaal zo werkt” of omdat je te lui bent om na te denken voordat je ergens een handtekening onder zet (als dat zo is, dan heb ik hier nog wel een stapeltje liggen dat je mag tekenen).
Legale wartaal
Tweede punt van kritiek is het contract zelf. Ik ben geen advocaat, maar zelfs met wat gezond verstand kom ik hier niet uit:
“IN CONSIDERATION of the sum of £1 and other good and valuable consideration the receipt and sufficiency of which we acknowledge and in order to induce you to provide us with preview and review copies of certain video games (the “Games”) we hereby undertake”.
Het contract dat veel van onze collega’s ongetwijfeld zullen tekenen is uitermate vaag en formaliseert zaken die helemaal niet juridisch vastgelegd zouden moeten worden. Teken je het contract niet, dan krijg je voortaan niets meer van Konami.
Nogmaals, ik zeg: teken het niet. Voor afzonderlijke games en previewmateriaal in het bijzonder is het nog te begrijpen. Maar zomaar je rechten als journalist weggeven zonder dat je weet waarvoor, voor welke games, voor welke informatie en met welke gevolgen en ook nog eens zonder directe meerwaarde: ik zou er wel drie keer over nadenken.
Ik zeg dit niet om Konami te pesten. Ik vind wel dat men verdergaat dan alle andere uitgevers, althans van wat ik heb meegemaakt. Het is geen halszaak, de wereld vergaat niet, maar het is wel een teken aan de wand. Om in herhaling te vallen: dit soort contracten scheppen een precedent en precedenten zijn, zeker in de juridische wereld, van belang. Je moet er toch niet aan denken dat alle uitgevers dit soort ongein uit gaan halen.
Scoops
Het is ook niet zo dat er dagelijks uit de school geklapt wordt en uitgevers ten onder gaan aan het verspreiden van “vertrouwelijke informatie en materiaal” door gamejournalisten. Wij (gamejournalisten) hebben weinig in de melk te brokkelen en scoops zijn zeer zeldzaam in ons vak. Heb je een keer een scoop, dan gaan uitgevers rücksichtslos te werk. Zo werd Kotaku bedreigd door Sony na het vroegtijdig lekken van een primeur. Kotaku was niet onder de indruk en beriep zich, zoals de quote bovenaan dit stuk laat lezen, op haar journalistieke plicht. En zo hoort het ook.
Met juridische hocuspocus zoals die van Konami worden scoops bijna illegaal. Theoretisch voorbeeld: als je dit contract tekent en twittert over een Konami-game vóór de afgesproken publicatiedatum (die Konami bepaalt), ben je volgens mij technisch gezien in overtreding en kan Konami je aanklagen. Daar teken ik niet voor.
Wederhoor
Tot slot: volgens goed journalistiek gebruik heb ik Hit-PR gebeld voor een reactie. Die heb ik gekregen. Maar nadat ik uitlegde wat het doel van mijn vragen was, kwam er toch enige twijfel (dat krijg je als je nooit journalisten aan de telefoon hebt). Toch even doorspreken met de chef. Ik heb netjes gewacht op verdere reactie, maar die is de laatste 24 uur niet binnengekomen.
Dus de reactie van Hit-PR komt neer op het volgende: de NDA geldt voor alles (ook reviewmateriaal), als je niet tekent krijg je geen games (e.d.) meer opgestuurd, het is bedoeld om het leven van zowel Konami als gamepers makkelijker te maken (zodat niet voor elke afzonderlijke game getekend hoeft te worden), de naleving zal niet zwaar gecontroleerd worden maar het is meer “een stok achter de deur voor als er iets misgaat”. En: “bij Konami vinden ze het prettig”.
