Het raadsel van de oer-Duitse speelzucht: in gesprek met de grote bordspelmakers



Ze heten Klaus, Reiner of Uwe. Ze waren eigenlijk orthodontist of hypotheekadviseur. Maar ze werden ergens anders rijk mee: ze bedachten bordspellen voor volwassenen, en verkochten er miljoenen van. En ze zijn allemaal Duits.

Kolonisten van Catan, Carcassonne, Genius, Koehandel en vele andere succesvolle gezelschapsspellen zijn allemaal door onze oosterburen uitgevonden. Zelfs Vroeger of Later, het kaartspelletje waarin je historische gebeurtenissen zoals de moord op Willem van Oranje moet dateren, is niet verzonnen door Nederlanders. Het is een hertaling van het spel Anno Domini van Uwe Rosenberg en Urs Hostettler. De eerste is een Duitser die ook een razend populair spel over tuin- en sperziebonen verzon (Boonanza), de tweede een Zwitserse wiskundige die liedjes componeert en een lijvig werk schreef over de Emmentaler opstand van 1653.

Hoe komt het?

Zijn ze in het oosten creatiever? Komt het doordat Duitsers zo van regeltjes houden? Waar zit het ’m in? Die vraag stelden we aan Klaus Teuber (1952), bedenker van Kolonisten van Catan (25 miljoen keer verkocht). En we belden Reiner Knizia (1957), bedenker van Genius, Keltis, Regenwormen en vijfhonderd andere spellen die samen vijftien miljoen keer werden verkocht. We spraken daarnaast Peter Christoph van 999 Games, dat veel Duitse spellen importeert.

Nederlandse bordspellen

Ook in Nederland worden spellen bedacht, maar geen ontwerper kan ervan leven.

Het beroemde spel Stratego (meer dan 40 miljoen dozen verkocht in 50 landen) is een Nederlands product, in de Tweede Wereldoorlog bedacht door de joodse onderduiker Jacques Johan Mogendorff (1898 -1961). En twee Delftse ingenieurs bedachten het spannende spel Targui (een soort Risk in de woestijn) dat in de jaren tachtig nog bijna Spiel des Jahres (de belangrijkste spellenprijs) werd.

Maar Nederland kent geen bordspelontwerpers die kunnen leven van hun spellen. Wel zijn er een paar die ook de aandacht hebben van de jury van Spiel des Jahres: op de longlist stonden de laatste jaren bijvoorbeeld Sun, Sea & Sand van Corne van Moorsel en Mausgeflippt van Chislaine van den Bulk (dat alleen in Duitsland verscheen). De Nederlands-Italiaanse Niek Neuwahl trok eerder Duitse aandacht met Aztec en Toscana en was voorzitter van het Spelauteurengilde SAZ.

De jaarlijkse Nederlandse Spellenprijs werd één keer gewonnen door een Nederlander: Hans van Tol met De Ontembare Stad. Valentijn Eekels won in 2009 met Day & Night een International Gamers Award.

De Nederlandse spellenvereniging Ducosim organiseert vier keer per jaar een beurs in Amersfoort. 999 Games heeft daar een stand waar een spelontwerper zijn eigen spel kan spelen met de uitgever.

Dat leverde tot nog toe één spel op in de winkel: High Five van Nils van Teijlingen. Verder is er veel vraag naar spellen op maat. Chislaine van den Bulk maakte vorig jaar in opdracht van NPS en 999 Games het Sinterklaasjournaal Bordspel.

Klaus Teuber heeft het eerder gehoord. “Veel mensen zeggen voor de grap dat Duitsers goede spellen maken omdat wij van regels houden”, vertelt de voormalig orthodontist, woonachtig in het plaatsje Roßdorf in de deelstaat Hessen. “Maar ik geloof dat niet.”

Gecanoniseerd verhaal

Hij vertelt het in Duitsland al gecanoniseerde verhaal over hoe de Duitsers aan hun bordspellen verknocht raakten. “In de jaren zeventig bracht het sigarettenmerk Krone samen met spelfabrikant Schmidt spellen op de markt, in de hoop meer ‘Freizeitvergnügen’ te creëren.” Vrijetijdsamusement: met veel rookmomenten dus.

In afgehuurde ruimtes, zo gaat het verhaal, troffen de leden van de Krone Spieleclubs elkaar voor een potje Zock, Kniffel of een van de andere honderdvijftig spellen die op de markt werden gebracht. “Krone zette toernooien op en kranten begonnen de spellen serieus te recenseren. De markt trok aan, waardoor uitgeverijen meer geld durfden te steken in nieuwe, experimentele spellen.” Spelontwerpers kregen, inderdaad: vrij spel.

Een mooi verhaal.”Maar het klopt niet”, reageert Reiner Knizia vanuit Windsor, waar hij, dicht bij London Heathrow, zijn spelimperium in ruim 50 talen bestiert.”Ik heb andere spelontwerpers althans nooit over Krone gehoord. Volgens mij is het spelen van bordspellen in Duitsland gewoon een familietraditie, en kun je terugblikkend niet precies zeggen hoe het komt dat hier een markt ontstond.”

Alternatieve scene

Een paar opvallende kenmerken van Duitse spellen wijzen ook op een mogelijk andere reden van het spellenenthousiasme: de grote Duitse alternatieve scene. Vrijwel nooit wordt er gevochten op het bord – op Catan mag je bijvoorbeeld geen dorpjes van de concurrent aanvallen. En er worden veel ‘eerlijke materialen’ gebruikt: liever hout dan plastic.

Het huiselijke spelen werd in de jaren zeventig misschien ook populair als onderdeel van een (licht) anti-materialistische cultuur. Ook in Nederland bestaat nog altijd de indruk dat er in ‘alternatieve’ huishoudens meer gespeeld wordt dan in ‘conventionele’. Sowieso werd overal de bordspelmarkt groter toen in de jaren negentig door de videogames ‘spelletjes voor volwassenen’ werden ontdaan van hun kinderachtige imago.

Consumptieproducten

Hoe het ook zij, hierover zijn de spelmakers het eens: toen de markt er eenmaal was, versterkte die zichzelf. Zo organiseert Duitsland nu de twee belangrijkste bordspellenbeurzen, in Essen en in Neurenberg. Er is een gilde dat voor spelbedenkers opkomt (inmiddels ook internationaal toegankelijk) en een archief, ook in Neurenberg, waar spelauteurs prototypes kunnen deponeren.

Peter Christoph van uitgeverij 999 Games, dat de licenties kocht van Kolonisten van Catan toen Jumbo het spel had afgewezen, geeft nog een verklaring voor de grote spellenmarkt in Duitsland: „Men ziet spellen daar meer als consumptieproducten: je gebruikt het een paar keer en dan koop je weer een nieuw spel. In Nederland heerst het idee nog dat een spel minstens dertig jaar in de kast moet staan.”

Thema en systeem

De meeste Duitse bordspellen hebben een thema en een onderliggend spelsysteem. Een thema is bijvoorbeeld ‘Het Oude Egypte’ of ‘De Dierentuin’. Een spelsysteem is het totaal aan spelregels: spelers lopen een parcours of moeten kaartjes verzamelen, een spel eindigt na een bepaalde tijd of door schaarste.

“In Duitsland is het een misdaad om een spelsysteem twee keer te gebruiken.”

Volgens Reiner Knizia, gepromoveerd wiskundige en voormalig hypotheekadviseur, is er een fundamenteel verschil tussen Duitse spellen en bijvoorbeeld Amerikaanse. “In de VS is het een misdaad om een thema twee keer te gebruiken. In Duitsland is het een misdaad om een spelsysteem twee keer te gebruiken.” Dus een spel maken waarbij je ook een eiland verovert is oké, maar een spel maken over, zeg, een maanlanding dat de structuur van Kolonisten van Catan volgt, wordt niet geaccepteerd.

Teuber en Knizia

Teuber en Knizia kennen elkaar uit de bordspellenwereld, maar richten zich elk op hun eigen spellen. Beiden zorgden ze voor grote innovaties: met uitdagender spellen, die strategisch beter in elkaar zaten dan veel van hun voorlopers.

Teubers carrière begon op een jaarlijkse bijeenkomst van spelontwerpers in Göttingen (waar tegenwoordig een beurs van 3.000 euro wordt uitgereikt aan een veelbelovend spelauteur). Hij bracht er zijn eerste spel, Barbarossa, aan de man.

Het succes daarvan was niets in vergelijking met Kolonisten van Catan. Sinds de verschijning in 1995 zijn van dat spel wereldwijd rond de 25 miljoen dozen verkocht. In de VS is de rage nog maar net voorbij. Het ‘bedrijf Catan’ telt veertien medewerkers (niet allemaal in vaste dienst), onder wie twee zoons van Teuber, die ook al hun hele leven speltester zijn. Behalve de talloze bordspelvarianten is er inmiddels ook Catan voor iPhone en Android. “Ik kom op het moment nog steeds niet toe aan het bedenken van nieuwe spellen”, zegt Teuber.

Reiner Knizia, die nu twee mensen in dienst heeft en werkt met een freelancepool van tien creatieve testers, begon zijn spelcarrière als twintiger met postspellen. Deelnemers speelden om land of heerschappij en stuurden hun zetten per post in naar Knizia. Hij rekende alles door en zond de spelers een nieuwe spelsituatie toe. Inmiddels telt Knizia’s ludografie, zoals het totaal aan publicaties van een spellenmaker in Duitsland bloedserieus wordt genoemd, vijfhonderd spellen. Die van Teuber rond de honderd.

Spellenprijs

De belangrijkste spellenprijs, das Spiel des Jahres, die is natuurlijk ook Duits. Hij wordt sinds 1979 uitgereikt door onafhankelijke spelrecensenten. Volgens 999 Games verkoopt een spel dat die prijs wint in Duitsland driehonderd- tot vierhonderdduizend keer. Er is een prijs voor spellen voor volwassen en één voor kinderen. Teuber en Knizia wonnen beide meermaals.

De prijs, deze week uitgereikt, ging naar Qwirkle, een spel bedacht door een Amerikaanse vrouw. Ook de nieuwe prijs voor het beste ingewikkelde spel, in het leven geroepen voor “het groeiende aantal gevorderde spelers”, was niet voor een Duitser, maar voor een Fransman. De laatste keer dat de hoofdprijs naar een Duitser ging, was in 2008, toen Reiner Knizia won met Keltis.

Toppositie

Verliest Duitsland zijn toppositie? Dat valt te betwijfelen. Peter Christoph van 999 Games: “Van de tweehonderd spellen waarvan wij de licensie hebben gekocht, is 80 procent Duits. Het is steeds meer een internationale markt: de hele wereld komt naar Essen en Neurenberg.” De laatste tijd komen er wel wat meer spellen uit Italië. Christoph: “Dat is gekomen nadat ruilkaartspellen, zoals Magic: The Gathering, daar heel populair werden.”

Van Reiner Knizia valt komende tijd nog heel wat nieuws te verwachten. Het spel Wer War’s, dat meerdere Duitse prijzen kreeg, komt in de herfst in Nederland uit. “Ik heb daarin elektronica gebruikt en ik ben ook geïnteresseerd in digitale platforms”, zegt de ontwikkelaar (hij spreekt overigens op 15 september in Utrecht over spelontwerp).

Klaus Teuber geeft andere landen nog wel een kans: “Het is niet iets typisch Duits. In Nederland kan het ook gebeuren. Vielleicht dauert es noch ein bisschen.” Zijn favoriete niet-Duitse spel? Dat zijn er twee. Risk (Frans) en Acquire (Amerikaans). Knizia heeft geen favoriet spel.”Het ligt eraan met wie ik speel.”

Dit artikel verscheen op 1 juli 2011 in nrc.next. Lees ook de bijbehorende blogpost met tien tips om zelf een bordspel te bedenken.

Meer artikelen van Thalia

    Eén reactie

    1. Robert August de Meijer · 25-8-2011 · 8.15 uur

      Leuk (en belangrijk) dat Bashers ook over boordspellen artikelen plaatst.

      „Men ziet spellen daar meer als consumptieproducten: je gebruikt het een paar keer en dan koop je weer een nieuw spel. In Nederland heerst het idee nog dat een spel minstens dertig jaar in de kast moet staan.”

      Telt dit ook voor Duitse gezinnen? In mijn beleving, consumeren de Dungeons & Dragons/Magic: The Gathering geeks, in Nederland, bordspellen ook.

    Volg de reacties op deze post via RSS

    Plaats een reactie

    Registreer je als vaste gebruiker. Heb je dit al eens gedaan, log dan in.

    Hou de discussie menselijk en inhoudelijk. Reageer bij voorkeur onder je echte naam, met je foto als avatar (via Gravatar).

    Toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>