Jack Tramiel, 1928-2012



Wie Walter Isaacsons biografie van Steve Jobs heeft gelezen, weet dat de Apple-oprichter een eigengereide hufter was omdat hij werd afgestaan door zijn biologische ouders, en omdat zijn adoptie-ouders hem altijd het idee gaven dat hij uitzonderlijk was.

Jack Tramiel richtte ook een belangrijk computerbedrijf op, Commodore, en stond ook bekend als eigengereide hufter. Maar Tramiel werd geboren in Polen, overleefde Auschwitz, kwam als 19-jarige naar Amerika en bouwde zonder enige hulp een zakenimperium op: van typemachines repareren naar thuiscomputers fabriceren. Kijk, dán heb je een goeie reden.

Tramiel was de laatste die wist te sollen met Bill Gates: door keihard te onderhandelen kreeg hij voor een habbekrats het gebruiksrecht op Microsofts programmeertaal BASIC voor de Commodore PET. Hoewel het gebruikelijk was om voor ieder nieuw computermodel een nieuwe licentie te nemen, op een nieuwe versie van de software, maakte Tramiel jarenlang gebruik van dezelfde licentie. Voortaan sprak Gates zijn software-overeenkomsten per verkochte computer af, de constructie waarmee Microsoft en hij stinkend rijk werden.

Apple staat bekend als de grondlegger van de thuiscomputermarkt, maar Commodore verkocht meer. Van de VIC 20, maar vooral ook van de Commodore 64, met name doordat Tramiel de prijzen met harde hand laag hield. Wij maken computers “for the masses, not for the classes”, zei hij graag.

De Commodores hadden een rijke gamescene. Menig gameprogrammeur schreef er zijn eerste regels code op, zeker op het Europese vasteland. Bovendien was de NES, Nintendo’s invloedrijke spelcomputer uit de jaren tachtig, in feite een versimpelde C64-kloon.

Tramiel speelde dus een grote rol in de ontwikkeling van de videogame, en toen kocht hij ook nog eens de grondlegger van de moderne game-industrie, Atari. Inmiddels was hij zelf door zijn geldschieter uit Commodore gewerkt, naar verluid omdat het hem niet lukte om een competent directieteam samen te stellen. Het boek On the Edge van Brian Bagnall (heruitgegeven als Commodore: A Company On The Edge), dat de opkomst en ondergang van Commodore beschrijft, laat zien hoe hij – om zijn eigen positie te beschermen – steeds zwakke leiders aannam, om ze vervolgens weer te ontslaan.

Met de Atari ST, concurrent van Commodore’s Amiga, speelde hij in de tweede helft van de jaren tachtig nog een rol van belang, waarna hij met pensioen ging. Zijn zoon Sam Tramiel had later minder succes met spelcomputers als de Lynx en de Jaguar; Jack Tramiel kwam toen nog even terug om de boel te verkopen.

Jack Tramiel is 83 geworden, hij overleed vorige maand.

Next Level verschijnt wekelijks in nrc.next.

Eén reactie

  1. Robert August de Meijer · 15-5-2012 · 9.43 uur

    Goede samenvatting!

    “for the masses, not for the classes”, yups… maar ik had begrepen dat de computers nauwelijks zonder winst verkocht werden, en dus moesten andere bedrijven hun computers ook verlagen, wat de doodsklap betekende voor Atari, en dus de hele biz. Yay capitalism.

Volg de reacties op deze post via RSS

Plaats een reactie

Registreer je als vaste gebruiker. Heb je dit al eens gedaan, log dan in.

Hou de discussie menselijk en inhoudelijk. Reageer bij voorkeur onder je echte naam, met je foto als avatar (via Gravatar).

Toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>