In zijn column Jamboree schrijft Kars Alfrink over games die verder gaan dan het beeldscherm.

Foto: CC by-nc-nd Jose Armenteros
Een tijdje terug deed ik mee aan m’n eerste alleycat. Dat zijn een soort speurtochten die georganiseerd worden door fietskoeriers en fietsfanaten. De meeste deelnemers rijden op van die modieuze ‘fixies’ (’Fixed gear’ fietsen - Red.). Het was een geweldige ervaring, die bovendien mooi laat zien wat de waarde van spel voor de stad kan zijn.
Alleycats zijn een geweldige manier om een stad te verkennen zonder vooropgesteld plan. Je laat je leiden door het plan van de organisatoren. Bij de start krijg je het adres van het eerste checkpoint uitgedeeld. Aan jou om uit te zoeken hoe je daar zo snel mogelijk komt. Er is geen parcours. Bij het checkpoint aangekomen krijg je de volgende locatie, en zo verder tot de finish.
Daarnaast zijn alleycats een mooi kader voor interactie met vreemden. Ik was niet al te bekend met de stad waar deze alleycat plaats vond, dus ik ben aangehaakt bij een groep deelnemers die een lekker tempo hadden. We schuimden de straten af als een roedel zwerfhonden en doorkruisten vloeiend het verkeer.
Sommige van de deelnemers lijken wel superhelden als het aankomt op de weg vinden en anticiperen op verkeer. Het was geestverruimend om te aanschouwen.
Na afloop dronken we een biertje, praatten we nog wat na, en ging ieder z’n eigen weg.
Het is niet zo dat dit soort spellen alle deelnemers spontaan in vrienden veranderen. Dat is niet de waarde er van. Wat ze wel doen, is je er aan herinneren dat iedere medeburger zo nu en dan een teamgenoot kan worden, iemand met wie je tijdelijk samenwerkt om iets te bereiken. Niets meer, niets minder. Ik denk dat dat een belangrijk besef is om te hebben als stedeling.
Op een gegeven moment tijdens de race zag ik na een bocht bij een tramhalte een groep kinderen staan die ons enthousiast - maar met een knipoog - toejuichten. Even voelde ik me als Lance Armstrong, en ik weet zeker dat ze naspeelden wat ze op TV hadden gezien. Maar hoe dan ook, op ieder gezicht was een lach te zien.
