Rogier Kahlmanns column gaat over games in de breedste zin van het woord. Niemand is veilig voor Kahlmann, vooral hijzelf niet.

Toen ik mijn huidige vriendin ontmoette, zo’n zeven jaar gelden, belandden we in virtuoze gesprekken over allerlei diepgaande en relevante zaken. Muziek, wereldvrede en de literatuur vormden de lijm van onze conversatie en ik profileerde mijzelf, met mijn colbertje en bril, als een intelligente belezen jongeman. Het werkte, en daar in die uitgaansgelegenheid waar wij elkaar ontmoetten, trapte zij blind in de val van mijn geveinsde intellect. Ik zou het nog lang volhouden, zo hield ik mij voor.
Toen ze diezelfde week nog bij mij thuiskwam, en ik voor haar zou koken (een andere belofte die ik niet na kon komen) heb ik alles wat ik werkelijk was weggestopt achter kastdeuren en onder beddengoed. Een Logitech-stuurwiel stak vanachter een berg kleding in mijn slaapkamer, mijn Playstation- en Dreamcast-controllers lagen opgerold achter een muur van Houellebecq- en Reve-romans op de boekenplank. Op mijn gamemagazines lagen een HP/De Tijd en een Groene Amsterdammer uit 1998.
Ik nam mezelf voor om deze hobby voor altijd voor haar verborgen te houden. Een alcoholverslaving, een drugsverleden of een bizarre fetisj: als het aan de orde was zou ze het allemaal mogen weten. Maar gamen, dat zou ik voor altijd voor mijzelf houden, daarvoor schaamde me ik van alles nog het meest. Hoe ik dat ging doen, daar zou ik later over nadenken. Zolang we niet samenwoonden lukte dat nog aardig ook, als ze maar op tijd aankondigde dat ze langskwam, om mij de tijd te geven mijn spelletjes op te ruimen alsof het vieze boekjes waren.
Ik weet niet precies waar het omslagpunt lag in de afgelopen zeven jaar. Als ik mijzelf echter zie zitten, naast haar met een Xbox 360-stuurwiel, en de bochten doorsjees in PGR4, dan moet ik concluderen dat mijn voorgenomen deceptie geen stand gehouden heeft. Probleemloos pak ik nu de Wii Remote van tafel af en zwaai ik ermee als een idioot. Ik lach en tier luidkeels wanneer ik met Mario een moeilijke eindbaas weet te verslaan. Zonder enige ingetogenheid scheld ik in headsets naar pubers die ik te lang vind campen in Unreal Tournament 3. Dit alles terwijl zij, de liefde van mijn leven, nog naast mij zit. Het was misschien ook te ambitieus of arrogant om te veronderstellen dat ik een dubbelleven als gamer en elitaire semi-intellectueel kon volhouden.
Misschien doorzag ze mij al veel langer en liet ze me in de waan. Ik heb dat nooit op de man af durven vragen - bang voor het antwoord. Maar dat ik nu, bijna gelouterd, mijn confessies doe op het wereldwijde web als redacteur van een spelletjessite, bevestigt dat ik de schaamte definitief voorbij ben. Klaar om geholpen te worden. Toegeven is de eerste stap in de weg naar hulp, zeggen ze weleens. Bij deze, lieve lezers en medeverslaafden: ik ben Kahlmann en ik ben een gamer. En dan hoor ik jullie zacht bemoedigend zeggen:
“Hallo Kahlmann”
