Op maandag dinsdag schrijft Rogier Kahlmann over games in de breedste zin van het woord. Niemand is veilig voor Kahlmann, vooral hijzelf niet.

Je kan er wel het een en ander mee, met vrouwen. Soms kan je met ze lachen, ermee de hort op, of soms -maar dit is echt uitzonderlijk, kun je er leuke gesprekken mee voeren. Wanneer dit laatste gebeurt, is een avance de volgende logische stap. Als de gesprekken leuk blijven, dan zou er nagedacht kunnen worden over een serieuze verbintenis. Seks dus.
Hoe dan ook, is het onverstandig en onverantwoord om af te gaan op enkel het uiterlijk van een vrouw. Want dat is een ding dat wij gamers inmiddels doorhebben: uiterlijk is lang niet alles. Gelul natuurlijk, dat dient om te rechtvaardigen waarom we opeens met het lelijkste wijf van de tent zitten aan te pappen.
Goed, aannemende dat we een vrouw zover hebben gekregen om met ons mee te gaan, wat resten er dan nog voor activiteiten? Natuurlijk is daar de verplichte vrijpartij, die voor ons altijd fijn voelt maar voor haar meestal uitdraait op teleurstelling. Het nerveuze gestoot, het klunzige gelik en beschamende gekreun. Sommige dingen moeten ook echt niet langer duren dan vijf minuten.
En daarna blijkt het niet veel beter. Als onze hoofden leeg zijn, als we naast haar zitten op de rand van het bed op een schemerige ochtend. Wanneer de drank de hersenen teistert en zij er opeens nog minder aantrekkelijk uitziet dan de avond ervoor. Haar krakende, nu opeens zeurderige stem, vraagt: ‘wat we de rest van de dag van plan zijn te doen’. Dit laten we even op ons inwerken. Omdat seks achter de rug is, borrelen opeens de meest eerlijke antwoorden op: Mass Effect weer oppakken, char uplevelen tot 50, potje CoD en dan SOCOM. Vanmiddag nog een beetje hersenloos fraggen met Unreal en vanavond Zelda toch eens uitspelen…
Ze vraagt ons waar we zitten met onze gedachten, op dat moment dalen wíj op onze beurt in háár achting. We staan op; uit onbeholpenheid, met lichte schaamte over ons bleke lijf dat fel oplicht in de naderende ochtendzon. Het onhandige gehink, dat volgt bij het opstropen van onze ballenknijpers, verraadt een vluchtige blik op haar neerslachtige gelaat. We zien haar denken: ‘Weer met zo’n gamer geneukt.’
