Kritische Massa – Hoe journalistiek worstelt met het nu



Donderdag 16 december. Voor Bashers toog ik af naar de Westergasfabriek waar Virtueel Platform, Domijn voor Kunstkritiek en Journalist Ine Poppe (NRC) een middag organiseerden die in het teken leek te staan van moderne kunst, maar eigenlijk ging om de moderne kunstkritiek. Hoe beoordelen, plaatsen en valideren we kunst in een 2.0-tijdperk?

Gesloten denkbeelden bij open source

Een drietal kunstprojecten werd voor een publiek van critici en journalisten door hun makers uitgelegd en tentoongesteld. Na elke presentatie kwam er een journalist het podium op om de kunstenaar over zijn werk en motieven te ondervragen. Een van de meest interessante presentaties was die van Angelo Vermeulen. Hij is de bedenker van Biomodd, een open source-kunstproject waarin computers gefuseerd worden met de natuur. De warmte die een computer genereert wordt gebruikt om planten en algen te cultiveren in bizarre stellages die ook dienst doen als LAN-netwerk waarop een potje Counterstrike gespeeld kan worden. Een tot de verbeelding sprekende mengvorm van technologie, biologie en gamecultuur.

Op de vraag wat Angelo vond van de manier waarop journalisten kunst bespraken antwoordde hij dat hij teleurgesteld was over een gebrek aan inzichten en nieuwe invalshoeken waar hijzelf misschien iets van zou kunnen leren. “Journalisten doen hun research wel maar vaak blijft het uiteindelijke artikel hangen op een projectbeschrijving.”

Nee, modcultuur heeft dus niets met scooters en Paul Weller te maken

Open source-kunst schept misschien verwarring, want om kunst te duiden, en zelfs de sculpturale kwaliteiten op waarde te schatten, lijkt er behoefte aan een eenling. Een man of vrouw met singuliere visie. Open source is vrijer dan bijvoorbeeld het atelier van Rembrandt, waar ook een boel mensen werkten aan meesterwerken. Maar daar wel overduidelijk in opdracht, én met strenge regels. Biomodd laat de mensen vrij in hun visie en die vrijheid trekt de definitie van kunst in twijfel bij conventionele kunstcritici. Stiekem lijken ze te verlangen naar één geniale gek. Iemand die zijn kunstopleiding heeft afgerond, iets met zijn handen kan, en de wereld iets wil vertellen. In de vragen die Angelo werden gesteld ging het inhoudelijk ook niet dieper dan een banale projectbeschrijving en de journalist leek zich niet te durven wagen aan de artistieke waarde van de mods zelf. Ondanks haar research was ze ook niet op de hoogte van het verschil tussen soft- en hardwaremods, getuige haar valse aanname dat de modcultuur van Biomodd ging om het bouwen van levels.

Proces versus product

De discussie over open source-kunst en in hoeverre dat proces van belang is in het op waarde schatten, was ook de leidraad na de presentatie van Dolf Veenvliet. Hij werkte mee aan de totstandkoming van de derde open source-film Sintel van Blender Institute. Zijn verhaal ging nergens over de film zelf. Na het tonen van de trailer praatte hij enkel over de manier waarop Sintel tot stand kwam. Hoe uniek het is dat deze film volkomen rechtenvrij is geproduceerd, met gratis software nog wel. Een community, verspreid over de hele wereld, hielp mee Sintel te maken. Journalist Raymond Frenken liet het in zijn oordeel over de film niet meewegen. “Ik vond het vooral een degelijke film.” Op Poppes vraag hoeveel sterren hij het zou geven, antwoordde hij: “Twee”.

Dit viel niet goed bij zowel Poppe als enkelen in het publiek. “Een arrogante houding” en “je houdt geen rekening met de unieke wijze waarop dit is gemaakt”, werd er enigszins kwaad gereageerd. Poppe vond dat je de uiteindelijke film moet zien als een bijproduct van een bijzonder proces. Hier was ik het niet mee eens en ik mengde mij vanuit het publiek in de discussie. Ik vroeg Poppe hoe lang we dat proces als bijzonder moeten behandelen totdat we het wél over de artistieke kwaliteiten van de film mogen hebben. Sintel was immers alweer het derde project van Blender en hoogstwaarschijnlijk niet de laatste open source-film. In haar antwoord benadrukte ze wederom dat het proces toch echt heel erg bijzonder is. Angelo viel me bij. Hij miste in Sintel de boodschap van openheid en vrijheid die wél in het proces van totstandkoming besloten ligt. “Uiteindelijk hebben ze een hele gewone film gemaakt. Als kunstproject vind ik Sintel daarmee gefaald.”

Thuis keek ik de film op Youtube en moest ik de journalist gelijk geven. Sintel is een belegen fantasiewerkje dat eerder als showcase dient voor een softwarepakket dan dat het een voorvechter is voor serieus vrijgevochten cinema. Ik besloot dat Poppes houding precies de houding van gevestigde journalistiek is waarmee de open source film blijft hangen in onvolwassen staat.

Die houding kennen we

En dit geldt net zo hard voor games en gamecultuur. Zodra mediavormen computergerelateerd zijn, lijken journalisten zich op te werpen als ‘vertalers voor de onwetenden’ en voelen ze zich verplicht randzaken zoals procesbeschrijving en controverse voorrang te geven boven oordeel of visie. Waarom moeten wij in De Wereld Draait Door nog steeds uitleggen wat een first person shooter is, in plaats van het te hebben over de kwaliteiten of het ontbreken daarvan.

Het wordt tijd dat de mensen bij het NRC, Volkskrant, Telegraaf, gespecialiseerde kunstmagazines en presentatoren als DWDD-topman Matthijs van Nieuwkerk (en internetgeek Alexander Klöpping), zich eindelijk ook eens gaan verdiepen in de Miyamoto’s, Ueda’s, Blow’s en Blenders van deze wereld. Laat ze deze kennis poneren met de veronderstelling van een intelligent en geïnformeerd publiek. Een publiek dat waarschijnlijk meer weet en moderner is dan ze nu veronderstellen. Anders vrees ik dat, zodra het computers of controllers betreft, de conventionele journalistiek voorgoed vast blijft zitten in een oppervlakkige uitlegrol.

6 reacties

  1. Ronald van der Woude · 18-12-2010 · 19.12 uur

    Dus je mag niet relativeren…?

  2. David Nieborg · 18-12-2010 · 21.07 uur

    Dank je voor dit stuk. Iedere keer als ik denk “nu weten mensen wel wat een schietspel is”, is dat niet zo.

  3. Joe van Burik · 19-12-2010 · 0.01 uur

    Mooi stuk, Rogier. En ik zou het graag geheel met je eens zijn, maar bij “de veronderstelling van een intelligent en geïnformeerd publiek” weet ik het niet zo goed. Ik ga er graag vanuit dat alle mensen weten wat een schietspel inhoudt, maar volgens mij sluipt dat besef er maar langzaam in.

    Maar dat is niet zo heel erg, bij films en muziek duurde dat proces ook tientallen jaren. Ik denk dat we al wel wat verder zijn dan in 2000. We komen er wel.

    Wat betreft De Wereld Draait Door: gezien het vaste clubje tafelgasten zou ik daar graag een échte game-expert aan toegevoegd zien worden. Alexander Klöpping is geschikt bij een hoop digitale fenomenen, maar voor games hebben we iemand nodig me échte kennis van zaken, die het in begrijpelijke taal over kan brengen. Ik ben benieuwd wie die functie kan vervullen.

  4. mika74 · 19-12-2010 · 14.20 uur

    ….games is als muziek en films….zo groot, zo divers, zo ‘niet te vatten door 1 journo’of uittelggen voor ‘het standaard publiek’.

    Ik bv, game al sinds ‘82 en sinds de 360 +15 uur per week. Maar ik weet pas sinds enkele weken wat gold-diggen is. En er zullen waarschijnlijk wel legio meer werkwoorden uit de grootse-game allertijden wow zijn die ik niet snap, tevens als heel de game! Sterker nog als WoW (of elke andere mmorpg) op tv is zap ik door naar korenslag ofzo…

    Zo ook met leo blokhuis, als die op tv iets verteld over muziek, haak ik….en volksstammen met af. Zekers als die pief weer begint over een boothleg van een oom van lionel ritchy of wat dan ook…..

    Mijn punt is: Games zijn te groot, te breed om door 1 expert als hapklare brokken aan de massa te voeren.
    Niets mis mee! Maar die ‘niche-boys met een dreamcast-statuur’ zijn we ontgroeit!
    we zijn……….mainstream…..we zij……angry birds……..we zijn farmville……en we zijn boos als er té weining of te denigrerend over oude meesters word gesproken…..

  5. Robert August de Meijer · 19-12-2010 · 17.33 uur

    Kan men de schoonheid van een computerspel uitleggen zonder technische termen? Misschien moet de ervaring bijzonder zijn en aandacht krijgen, niet het techniek?

  6. Bart Breij · 19-12-2010 · 18.44 uur

    Bingo, there you said it. Het gaat om de ervaring. Je hebt het bij een film ook niet over groezelige beelden en het aantal close-ups, tenzij het echt belangrijk is voor de film.

    Overigens, vergis je niet, een Call of Duty is wellicht nog veel bekender dan een Angry Birds. Gisteren nog geleerd tussen mijn collega’s. Maar dat maakt niet uit, het gaat om de inhoud.

    Mooi betoog Kahl.

Volg de reacties op deze post via RSS

Plaats een reactie

Registreer je als vaste gebruiker. Heb je dit al eens gedaan, log dan in.

Hou de discussie menselijk en inhoudelijk. Reageer bij voorkeur onder je echte naam, met je foto als avatar (via Gravatar).

Toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>