#lovemyjob



Rogier Kahlmann op vrijdag. Beeld: Paul Veer.

Een van de belangrijkste taken van een goede gamejournalist is een beetje leuk schrijven je lezers laten weten dat je iets hebt wat zij nog niet hebben.

Twitter is daarvoor de makkelijkste manier. “Max Payne is binnen! Nu lekker ermee aan de slag!! #lovemyjob”, is zo’n voorbeeldtweet.

Deze mededelingen overstijgen de functie van nutteloze update over een minstens zo nutteloos bestaan. Wie goed kijkt ziet dat in de subtekst een hiërarchie afgedwongen wordt - een machtsverhouding herbevestigd. Ik heb iets wat jij niet hebt. Ik ben een leider, jij een volger.


Tot voor kort was ik er vatbaar voor. Toen ik mezelf buiten de cirkel waande zoog ik die non-informatie op. Er werd niets verteld over de spellen die zij net binnen hadden en gingen spelen, maar dat maakte niet uit. Het hielp mij een romantisch beeld van de gamejournalist in stand te houden. Met ogen gesloten stelde ik mij het kantoor van de Power Unlimited voor.

Jongens schrijven en jongens gamen. Het geluid van toetsenborden verweeft met dat van computerspellen. De bel gaat. De schrijvers kijken op van hun scherm, de gamers drukken op pauze. Iedereen kijkt voor een paar seconden naar elkaar. “Post!”, roepen ze allen en stormen naar beneden, daar waar voor de voordeur twee busjes van de TNT geparkeerd staan. De laadkleppen gaan open. Mensen die niet zo fortuinlijk zijn om in ‘de industrie’ te mogen werken drommen samen. Jaloerse koeriers worden aan de kant geduwd terwijl de redactie naar de busjes rent. Busjes waar een gouden gloed uit lijkt te komen.

Binnenin scheuren ze kartonnen dozen open. Piepschuimkorrels dwarrelen in slow-motion door de ruimte. Jan kijkt haast verliefd naar Jurjen die de nieuwste Zelda uitpakt. Jurjen kijkt verliefd terug wanneer hij ziet dat Jan Assassin’s Creed vasthoudt. Iedereen lacht gelukzalig terwijl ze met tassen de busjes verlaten. Vlak voordat ze naar binnen gaan pakken ze allen hun telefoontjes, tweeten dat ze iets iets nieuws hebben, en gaan naar binnen. Tot diep in de nacht knippert het licht van televisies door hun ramen en de klappen en schoten van geluk zijn nog stratenver hoorbaar. Voordat het laatste licht van een beeldscherm uitdooft horen we iemand nog verzuchten: I love my job.

Nu ikzelf spelletjes een paar dagen eerder heb, is die fantasie voorgoed verpest. De realiteit is dat pakketjes onvoorzichtig door brievenbussen geduwd worden door ongeïnteresseerde postbodes. Daarna zit ik alleen, en op klaarlichte dag, op de bank iets herkenbaars te spelen. En of het nou een tof spel is of niet; het feit dat ik hem enkele dagen eerder binnen had, heeft daar helemaal niets mee te maken. Het enige belangrijke aan ‘iets eerder hebben’ is kennelijk dat je je volgers dat laat weten. En, al hoef je het zelf niet te geloven, dat je hierdoor van je baan houdt.

3 reacties

  1. Lolke · 18-5-2012 · 14.04 uur

    Tja wat heb je aan iets als je het niet laat merken? Als je een Ferrari hebt zet je hem ook niet in de garage. Nee, je maakt zoveel mogelijk kabaal door de drukste straatjes.

  2. Ronald · 18-5-2012 · 14.35 uur

    haha heel leuk en herkenbaar. Wel wat mat geschreven voor jou doen.

  3. Harry Hol · 22-5-2012 · 13.32 uur

    Wat je nou beschrijft gaat niet over games of gamejournalisten maar over Twitter. Vooral Twitter draait namelijk om het laten zien waar je op dat moment mee bezig bent, om zo een spannend of vermakelijk beeld van jezelf te creëren. Dat beeld is altijd spannender dan de werkelijkheid, zoals jij nu inmiddels aan den lijve ervaart. Maar dat is niet inherent aan gamejournalisten. Op basis van de meeste twitter tijdlijnen leiden mensen intrigerende levens waarin steeds maar weer bijzondere details opvallen. In werkelijkheid zitten de meesten van ons 99% van de overige tijd achter een beeldscherm.

Volg de reacties op deze post via RSS

Plaats een reactie

Registreer je als vaste gebruiker. Heb je dit al eens gedaan, log dan in.

Hou de discussie menselijk en inhoudelijk. Reageer bij voorkeur onder je echte naam, met je foto als avatar (via Gravatar).

Toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>