Maken games je agressief? Interview met scepticus Jeffrey Goldstein



In de media komen regelmatig berichten naar voren waarin staat dat games agressie veroorzaken. Wij, als gamers die een hele website toewijden aan de bespreking van het culturele fenomeen games, kunnen ons daar zelden in vinden. Natuurlijk ben ik wat kribbig als ik net een gevecht verloren heb, maar nooit heb ik de intentie om de speler die mij verslagen heeft, te molesteren.

Jeffrey Goldstein, psychologieprofessor aan de Universiteit Utrecht en auteur van verschillende boeken over spelen zet, net als ik, zijn vraagtekens bij het onderzoek dat er gedaan is door grote namen als Anderson, Bushman en Valkenburg. Hij heeft met name kritiek op de onderzoeksmethoden en de conclusies die wetenschappers verbinden aan de gevonden resultaten. Een ietwat verouderde samenvatting van zijn kritiek is hier te lezen.

In Utrecht interviewde ik professor Goldstein en vroeg hem wat er mis was met deze wetenschap.

Agressie

Jaap: In uw artikelen uit u kritiek op de maten van agressiviteit die onderzoekers hanteren. U bent van mening dat ze de distinctie tussen agressiviteit en agressief spelen over het hoofd zien, kunt u deze uitleggen?
Prof. Goldstein: “Kinderen weten prima het verschil tussen echt vechten en stoeien. Hun gezichtsuitdrukkingen zijn anders, ze stoeien veel vaker dan ze vechten en, het duurt langer. Na een stoeigevecht blijven ze in de buurt van de tegenstander, terwijl je na een echt gevecht het liefst bij elkaar uit de buurt blijft. Echte gevechten leiden tot pijn, en dat proberen de meeste mensen te vermijden. Kinderen maken dus wel onderscheid tussen vechten en stoeien, terwijl de meeste onderzoekers dit achterwege laten. Voor hen staat stoeien gelijk aan agressief gedrag, terwijl de motivatie compleet anders is. Dat kinderen na het spelen van een gewelddadig spel vaker stoeien betekent niet dat ze agressiever worden. Mary Gergen ontdekte dat moeders met oudere broers niet boos worden wanneer hun kinderen stoeien. Moeders zonder broers -vrouwen die dus geen referentiekader voor geweld hebben- breken het gevecht op omdat ze het als iets slechts zien. Frans de Waal (beroemd etholoog van de Universiteit Utrecht, red.) denk dat dat niet goed is.  Volgens hem moeten mensen leren hoe je een einde maakt aan gevechten zonder tussenkomst van derde personen. Stoeien op zich is dus niks negatiefs.”

In een van uw artikelen noemde u een onderzoek van Anderson waarin spelers na het winnen van een spel heel harde geluidstonen konden laten horen aan hun tegenspelers, als een soort straf. Kinderen die een gewelddadig spel hadden gespeeld bleken geneigd om hardere geluiden door te sturen naar hun tegenspelers. Toch beweerde u dat ook dit geen goede maat van agressie is, kan u dit verklaren?
“Deze harde geluiden geef je aan een andere speler aan de andere kant van Nederland. Je kent de persoon niet en hebt geen enkel contact met de speler gehad behalve dat je hem verslagen hebt in een spel. Omdat je totaal geen feedback hebt voelt ook dit straffen nog steeds als een spelletje. Daarom ben ik van mening dat het geen goede maat is voor agressiviteit.”

U schrijft dat er een grens van realiteit is waar mensen zich niet meer prettig bij voelen. Betekent dit dat u denkt dat games uiteindelijk te realistisch  kunnen worden?
“Realisme in games zal blijven toenemen. Ik denk juist dat dat de aantrekkingskracht vergroot. Maar wat belangrijk is, is dat jij weet dat het echt of nep is. Een van de eerste vragen die kleine kinderen stellen als ze iets gewelddadigs op tv zien is: “Is dat echt of is nep?” Als het echt is verliezen ze meteen de interesse, maar als ze hetzelfde zouden zien en je vertelt ze dat het een film is, dan wordt het een stuk aantrekkelijker. Ik denk dat het ook van belang is dat je een controller in je handen hebt, dat je een afstand creëert tussen jou en het spel.  Daarnaast is er altijd iets in een spel of een film waardoor je kan zien dat iets nep is. De aanwezigheid van achtergrondmuziek, niet-realistische graphics en een HUD zeggen allemaal “dit is niet echt, dit is niet echt”. Je emotionele reactie op dingen waarvan je denkt dat het echt is, is compleet anders dan wanneer je weet dat het nep is. Wij keken ooit van een afstandje toe hoe twee groepen voetbalhooligans elkaar te lijf gingen. Dat zijn momenten dat je beseft dat de ervaring van echt geweld en film- of gamegeweld significant verschillen.”

15 minuutjes spelen is geen spelen

In een van de uw kritieken schrijft u dat het meeste onderzoek gebaseerd is op korte speelrondes van een kwartier tot een half uur. Wetenschappers als Professor Bushman beweren echter dat deze korte speelrondes genoeg zijn om gamers te “primen” voor geweld. Wat denkt u hiervan?
“Als ik met gamers spreek zeggen ze meestal iets zoals het volgende: ‘Na een paar uurtjes spelen zit ik er pas echt in. Dan pas zit ik in die wereld en beleef ik het spel optimaal.’ Een kwartier spelen is niet genoeg om een effect te genereren dat een goede representatie is van wat gamers echt ervaren. Brad Bushman zegt dat gamers na het spelen van gewelddadige spellen sneller woorden herkennen die met geweld te maken hebben en dit klopt. Maar laat iemand naar Top Gear kijken en je zal zien dat hij daarna sneller woorden zal herkennen die met auto’s te maken hebben. Dit is niet bijzonder en al helemaal geen goede manier om agressiviteit te meten.”

U schrijft dat het lastig is om echte double blind experimenten te ontwikkelen in dit veld. Waarom zegt u dat?
“Ik wil niet zeggen dat het onmogelijk is, maar het is wel heel lastig. Mijn hoofdzakelijke klacht is echter dat onderzoekers er hun best niet voor willen doen. Wanneer je in Iowa wordt uitgenodigd om mee te doen aan een onderzoek van Professor Anderson (een van de grootste namen op dit gebied, red.) weet je al min of meer waar het experiment over gaat. Vervolgens moeten mensen een gewelddadig spel spelen en zullen ze zich afvragen wat de onderzoekers testen. Ik denk dat veel testpersonen al weten waar ze aan meedoen voordat ze hun antwoorden moeten geven of hun test moeten doen. Dit wil niet zeggen dat er geen goed onderzoek plaatsvindt. Zo testte Bavalier of FPS games de reactiesnelheid en perceptie van spelers verbeterde. Dit bleek het geval. Om echter zeker te weten dat deze vaardigheden veroorzaakt werden door de games en niet andersom (mensen met goede reactiesnelheid houden van het spelen van FPS games, red.), trainde ze mensen die nooit een FPS-game hadden gespeeld 30 uur om beter te worden in die games. En warempel, zij ontwikkelden ook een betere reactiesnelheid en visuele perceptie. Dat is goed onderzoek. Ik heb niet het gevoel dat mensen als Anderson, Bushman en Valkenburg proberen om kinderen en games echt te begrijpen. Het lijkt hun doel te zijn om aan te tonen dat media een schadelijk effect hebben en dat is geen goed beginpunt voor degelijk onderzoek. Je ziet wat je wil zien.  Zij lijken dat niet door te hebben en lijken de drang om achter de waarheid te komen te zijn verloren. Wat ik zeker weet is dat de conclusies die zij trekken niet te halen zijn uit de data die ze hebben verzameld.”

PEGI en ESRB

Zoals u weet is er, zowel in Amerika als in Nederland, een discussie gaande over de verkoop van gewelddadige games aan minderjarigen. Wat is uw standpunt?
“Ik heb wat problemen met de ratings. Als ouder  wil ik vooral weten wat mijn kind tegen zal komen in een spel of film, wat de kijkwijzer goed oplost. Door dingen te verbieden creëer je een zogenaamd ‘verboden vrucht’-effect, waardoor het object alleen maar interessanter wordt. In Nederland is het systeem al vrij strikt, en kan je boetes krijgen als je 16+ games aan minderjarigen verkoopt. Brad Bushman en ik pleiten momenteel ook allebei in de zaak in Californië, die voorstelt om het verkopen van games bestemd voor spelers boven de 16 illegaal te maken. Ik heb gezegd dat ik niet denk dat het nodig is. We hebben in de VS al een rating systeem, dit hoeft er niet bovenop. Wat opmerkelijk is, is dat wanneer je aan een oudste broer vraagt of hij beïnvloed wordt door een spel, hij zal antwoorden met: ‘Nee ik niet, maar mijn jongere broertje misschien wel.’ Vraag je het vervolgens aan dat jongere broertje dan zegt hij: ‘Nee ik niet, maar mijn kleine zusje, dat zou wel kunnen!’ We denken altijd dat andere mensen wel door dingen beïnvloed worden, maar wijzelf? Nah, wij niet.”

Een van de zwakke punten van de wetenschap is dat wanneer er geen resultaat wordt gevonden, het moeilijk is om je artikel te publiceren. Denkt u dat onderzoek dat geen verband vindt tussen gewelddadige games en agressiviteit ook een kleinere kans hebben om gepubliceerd te worden?
“Absoluut. Het is ook vreselijk tegenstrijdig. Drie keer heb ik meegemaakt dat iemand een wetenschappelijk journal begon voor artikelen waarin geen resultaat werd aangetroffen. Na een paar maanden was het alweer omgetoverd tot een regulier journal. De klacht was dat het weinig zegt als je iets niet aantreft. Men heeft dan het gevoel dat het aan je onderzoeksmethoden kan liggen. Dit kan natuurlijk ook het geval zijn als je wel iets vindt, maar dat willen we liever niet horen. Research wordt daarom opnieuw en opnieuw gedaan tot er iets wordt aangetroffen.”

Wat zou u ervan overtuigen dat het spelen van gewelddadige games wél een effect hebben op de agressiviteit van hun spelers?
“In een lab denk ik niet dat je een antwoord krijgt op deze vraag. Toen TV werd geïntroduceerd veranderden er wat dingen: mensen gingen later naar bed, meisjes werden zich meer bewust van hun gewicht en in sommige gevallen vond er een stijging plaats in bepaalde soorten misdaden. Als je zou zien dat de introductie van videogames op verschillende plaatsen ter wereld leidt tot meer agressie, dan zou ik misschien overtuigd zijn. Vooral wanneer ze de games weer weghalen en het geweld opeens daalt. Dat zou me verbazen en dan zou ik mijn mening moeten herzien.”

4 reacties

  1. Jovatov · 20-1-2011 · 19.45 uur

    Die professor Goldstein heeft groot gelijk natuurlijk.

  2. Eline Muijres · 20-1-2011 · 19.55 uur

    Die man kan heel goed praten. Ik heb een keer college van hem gehad waarin hij haarfijn uitlegde wat het probleem is met (onderzoek naar) games en agressiviteit, waaronder ook een aantal dingen hier beschreven in het artikel.

  3. Rick · 21-1-2011 · 9.27 uur

    Fijn te lezen dat sommige mensen wel begrijpen hoe het werkt.

  4. RonaldG · 21-1-2011 · 16.43 uur

    Bij het horen over dat Journal waarin geen resultaten werden gepubliceerd en het stopzetten daarvan, zou wetenschapsfilosoof Karl Popper zich ongetwijfeld letterlijk omdraaien in zijn graf. Wetenschappelijk onderzoek verrichten om altijd alleen maar resultaten te vinden, is slechte wetenschap. Goldstein snapt het.

Volg de reacties op deze post via RSS

Plaats een reactie

Registreer je als vaste gebruiker. Heb je dit al eens gedaan, log dan in.

Hou de discussie menselijk en inhoudelijk. Reageer bij voorkeur onder je echte naam, met je foto als avatar (via Gravatar).

Toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>