
Eerder deze week riep de Britse minister van Defensie, Liam Fox, op tot een boycot van de nieuwe Medal of Honor. Fox noemde het spel ‘schokkend en walgelijk’. Reden: je kunt in de multiplayerversie van die game, die in oktober verschijnt, een Talibaanstrijder spelen. “Britse kinderen verliezen hun vader; vrouwen hun echtgenoot in Afghanistan”, citeert de NOS. Gamewetenschapper (en Bashers-redactiechef) David Nieborg is niet onder de indruk: hij vindt juist dat Medal of Honor niet ver genóég gaat.
Joost: Wat vind je van de oproep van minister Fox?
David: “Ik denk dat politici heel terughoudend moeten zijn met oproepen tot het verbieden of boycotten van cultuurproducties. Die minister Fox mag Medal of Honor best smakeloos vinden, maar dan moet hij wel consequent zijn. Vindt hij de Oscar-winnende film ‘The Hurt Locker’ ook smakeloos? Of ‘Inglourious Basterds’? Als hij denkt dat voor games andere normen en waarden gelden, moet hij dat wel heel goed uit kunnen leggen. Dat wordt een interessant gesprek.”
“Toch zou het gezond zijn om een inhoudelijk debat met gamers, critici en de gamesindustrie zelf te kunnen voeren over de rol en betekenis van games als Medal of Honor. Als je ervoor kiest om Talibaanstrijders in de multiplayermodus te stoppen, dan weet je wat de gevolgen kunnen zijn. Je moet het dan niet aan anderen, zoals wetenschappers of critici, overlaten om dat te duiden. EA zou wel iets meer context mogen geven. De makers zouden mogen uitleggen waarom ze deze keuzes hebben gemaakt.”
Gaat Medal of Honor niet te ver door spelers Talibaanstrijders te laten spelen?
“Nee. Sterker nog, ik vind het spel eigenlijk niet ver genoeg gaan. Veel oorlogsgames bieden niet meer dan simpel ‘rennen en knallen’. Terwijl juíst games zoveel mogelijkheden bieden om emoties over te brengen op een manier die bij andere media lastiger is: denk aan verlies, schuldgevoel, wraak, woede, twijfel… Dat heb je heel weinig bij oorlogsgames.”
“Het beruchte ‘No Russian’-level in Call of Duty: Modern Warfare 2 was een uitzondering. Ik vond dat een hele bijzondere ervaring. Technisch niet ingewikkeld, maar wel iets waar we het al maanden over hebben. En dat is ook de kracht van games: je ervaringen delen en daar op reflecteren. ‘Schiet jij wel op burgers, of niet?’”
Dat is jouw mening, maar wat denk je dat een soldaat in Afghanistan hiervan vindt?
“Heel veel soldaten (Nederlandse, Engelse, Amerikaanse) spelen in hun vrije tijd schietspellen. Ik kan me niet voorstellen dat ze hierover vallen.”
Wat is dat toch, met politici die zich met de inhoud van games bemoeien?
“Uiteindelijk zijn dat groeistuipen die bij het volwassen worden van het medium horen. Daarom is het ook belangrijk dat wij gamers het er over hebben, en niet door alleen maar politici voor gek uit te maken. We zouden ook moeten uitleggen waarom we games spelen en wat ze voor ons betekenen.”
“Je kunt je ook afvragen of er grenzen zijn waarvan je zegt: daar hoef ik als gamer niet overheen. Ik blijf me toch wat ongemakkelijk voelen bij de Call of Duty-levels waarin je vanuit een vliegtuig op kleine lichtgevende lichamen schiet. En je kunt je ook afvragen of sommige games niet te weinig context bieden, te opportunistisch zijn. Maar dat betekent niet dat je meteen games zou moeten verbieden.”
Krijgen mensen met dit soort nieuws niet een verkeerd beeld van games? Al die ophef, mensen die oproepen tot boycots…
“Het versterkt het bestaande beeld over games: als doelloos vermaak. Daar zijn gamers zelf ook schuldig aan, vind ik. Het is niet zo dat ik dagelijks uren moet vrijmaken om kritische analyses over de maatschappelijke relevantie van games als Medal of Honor te lezen. Ik blijf me afvragen: waarom vinden veel gamers realistische oorlogsgames zo leuk? En de lastigste vraag: hoe leg ik mijn oma uit dat ik het leuk vind om virtueel oorlogje te spelen? Zij heeft de oorlog meegemaakt; zij snapt dat niet.”
Luister ook het NOS-interview met David Nieborg over dit onderwerp
