
Ik spring. De tijd vertraagt, de wind suist langs mijn oren en mijn hart stopt even met bonken. Als ik neerkom, maak ik een perfecte rol om mijn momentum te behouden en voor ik het weet ren ik weer. Kogels vliegen in het rond. Kreten van achteren duwen me naar voren. De omgeving is mijn speeltuin. Mijn instinct leidt me moeiteloos langs alle obstakels.
Nog een verre sprong. Ik zet te vroeg af. Ik mis. Verschrikt kijk ik naar beneden. De grond komt angstaanjagend snel dichterbij. De klanken van krakende botten schallen uit de speakers. Het scherm wordt zwart. Dan realiseer ik me dat ik in mijn donkere kamer zit in een lekkere stoel en niet verder verwijderd kan zijn van de wereld waar ik me net in waande. Maar ik was er wel. Echt waar.
