
Deze week werden de nominaties voor de Independent Games Festival (IGF) Awards bekendgemaakt. Tweeënhalve Nederlandse productie werd genomineerd, wat natuurlijk mooi is voor de makers, en voor wie een beetje begaan is met de zichtbaarheid van de Nederlandse game-industrie in het buitenland.
Ik heb naar de lijst gekeken, en het was alsof ik naar de eindejaarslijstjes keek van gevestigde filmrecensenten. Allemaal titels die me nauwelijks iets zeiden. Een lijst met meesterwerkjes die ik eigenlijk had moeten zien terwijl ik in de bioscoop naar één of andere superheld zat te kijken.
Welgeteld één titel herkende ik, Fez. En Johann Sebastian Joust, vanwege de grappige naam.
Na veel speuren en spelen, blijkt dat anders dan bij veel arthousefilms (die nog wel eens willen grossieren in ‘moeilijk’ of langdradig), deze indie-gametitels meestal erg toegankelijk zijn. Vaak fris, vrolijk of spannend vormgegeven, snel te begrijpen en gelukkig ook snel te spelen! Wat dat betreft lijkt de gemiddelde mainstreamgame méér op ‘moeilijke’ arthousefilms. Als je die wilt spelen, moet je er vaak echt even voor gaan zitten (registraties, tutorials, verhaaltjes, patches etc.), voordat het feest begint.
Indiegames laten vaak zien dat dingen ook anders kunnen, zoals hoe je je community kunt betrekken bij development, hoe je meeslepende games maakt zonder ellenlange intro’s, of alternatief kunt vormgeven. Interessant is bijvoorbeeld dat een van de ontwikkelaars van de Uncharted blockbusterserie onlangs zei dat ‘de dorpsscène’ uit Uncharted 2 geïnspireerd was op het spel The Graveyard van het Belgische Tale of Tales.
Indiegames worden steeds invloedrijker, ook commercieel. ’Indie’ is ook eigenlijk niet meer de goede benaming voor indiegames. Het impliceert independent – onafhankelijk – alsof het in een soort vacuum worden gerealiseerd, terwijl de invloed en kruisbestuiving tussen kleine en grote games en gamemakers inmiddels verre van onafhankelijk is. De Franse term ‘avant-garde’ is eigenlijk een betere beschrijving. Het is de artistieke voorhoede waar ruimte is voor het experiment, dat ook kan dienen voor andere, commerciëlere producties. Net zoals de independent cinema vroeger ook avant-garde werd genoemd.
Los van de terminologie doe je er goed aan die IGF-nominaties eens door te spelen als je aan het bijkomen bent van het mainstream eindejaarsgeweld.
