Harry Hol speelt al MMO’s sinds de dagen van de tekst-MUDs. In de rubriek Ding! bericht hij wekelijks uit de wondere wereld van ‘s werelds massaalste gamegenre.

Daar zat ik, met mijn eerste HDTV; onder de indruk van het feit dat ik tot nu toe onopgemerkte zweetdruppels kon zien op het gezicht van Terminator Ah-nold. Nadat ik in één, haast hysterisch, weekend ook nog iedere game die ik bezat op dit mythische scherm had bekeken, besefte ik dat ik voortaan het liefst alleen nog hierop wilde gamen. Wat zou het heerlijk zijn om voortaan vanuit mijn luie stoel MMO’s te spelen? Een console-MMO… Dat moet het ultieme relaxte gamen zijn. Dit bracht mij haast vanzelf bij Final Fantasy XI.
Moeite
Het kost wat moeite om een exemplaar van de game op de kop te tikken. Het lukt me uiteindelijk, dankzij een Twittervriend, om Final Fantasy XI voor de Xbox 360 in handen te krijgen. Op dat moment besluit ik dat het meteen een aardig experiment zou zijn om de game geheel blanco te benaderen. Met andere woorden: stel, je hebt een spelcomputer, weet niets van MMO’s, en hebt op basis van de naam Final Fantasy dit spel aangeschaft. Wat staat je dan te wachten? Ik doe dus geen research, lees geen websites en beperk me tot wat er in het doosje zit.
Als ik de disk in de 360 schuif, wil FFXI het een en ander op de harddisk installeren. Ik zie hier geen kwaad in en ga akkoord. Dat dit alles bij elkaar een uur duurt, inclusief een lading patches, is onplezierig maar niet rampzalig. De installatie van Devil May Cry op PS3 heb ik immers ook overleefd… Na dit uur kom ik via een armzalige, ingebouwde webbrowser in een menu terecht. Hier wordt mij gevraagd om een hele reeks codes in te vullen.
Activatiecodes, ‘licence keys’ voor expansionpacks en een ingewikkeld formulier waar ik godzijdank mijn USB-toetsenbord voor aan kan sluiten. Ik verwacht nu te kunnen gaan spelen. Dit kan pas als het spel is geïnstalleerd, zegt het scherm. Wat? Had ik dat net niet al gedaan? “Neen”, zegt de 360 (ik begin kennelijk te hallucineren). “Dat was de PlayOnline-software.” Dit is de Square-Enix-versie van Xbox Live, die de gehele Live omgeving tijdelijk vervangt. Nu moet het spel dus nog naar de HD. Dit duurt twee uur.
Time machine
Ik keer terug in mijn werkkamer en zie dat de balk vol is gelopen. De installatie is voltooid. Ik kan eindelijk spelen. “Is goed”, zegt de 360, “maarrrrrrr, eerst even patchen!” Ik slik, en geef toestemming. Wat moet ik anders? Wat kan ik anders!? Een nieuwe balk verschijnt…
Geschatte downloadtijd: 6 uur en 14 minuten.
Het is inmiddels na zessen. Ik besluit de patch te cancelen. Geen haar op mijn hoofd die er aan denkt om mijn 360 een hele nacht aan te laten. Ik vind vier ‘red rings of death’ al meer dan genoeg. Volgende dag verder dus.
Dag 2
Ik zet de 360 ‘s ochtends aan en geef hem toestemming om FFXI te patchen. Ik weiger zes uur naar een balkje te kijken en ga aan het werk. Na een paar uur zet ik de TV weer aan en zie de mededeling:
Insufficient disk space.
Langzaam maar zeker begin ik Jack Thompson te begrijpen. Inderdaad, videogames veroorzaken irrationele agressie en bloedlust. Deze kan ik enigszins kanaliseren door bestanden te wissen. “Sterf, Aegis Wing, sterf! Verdwijn, Jessica Simpson muziekvideo!”
Als dan, vijf uur later, het spel daadwerkelijk is geïnstalleerd, druk ik op ‘play’.
“Goed idee”, zegt de 360. “Nu heb ik alleen nog maar een ‘content ID’ nodig. Die… heb je toch wel? Een content ID?”
“Een wat?”, vraag ik.
“Ja, hallo… Iedereen weet toch wat een content ID is?”, antwoordt de 360 retorisch.
“Ik niet”, zeg ik. “En als je nu niet héél snel FFXI gaat spelen, weet jij straks helemaal niks meer.”
“Ja, maar…”, zegt de 360.
“Niks, ja maar”, zeg ik terwijl ik de bijl pak…
(Wordt vervolgd)
