
‘Laten we vooral geen discussie hebben over betere gamejournalistiek’, zo lijkt de consensus in de reacties op de bijdrage van student journalistiek Joost Schellevis van vorige week. Niet praten, maar schrijven. Oké. Daarom een eenmalige bijdrage van de gameredacteur van Dagblad De Pers, Arjan Terpstra. In een artikel dat vandaag ook in de krant staat, op pagina 11, stelt hij: ‘Braintrainingsgames trainen je brein niet maar schietspellen maken je slimmer. De wetenschap trekt onverwachte conclusies over gamen.’
Waarom is dit betere gamejournalistiek? Precies om de redenen die Schellevis opvoert in zijn argumentatie. Veel websites en blogs kopiëren (of vertalen) enkel persberichten of bestaande stukken. Vorige week was in het nieuws dat games als Brain Training niet blijken te werken - op Google News staat een overzichtje van korte berichten hierover, waarbij opvalt hoe weinig er aan bronvermelding gedaan wordt en dat 95% van het gamenieuws letterlijk hetzelfde is.
Maar onderstaand artikel gaat verder dan het simpel kopiëren van een persbericht en legt een interessant verband met een studie naar hardcore games. En het laat zowaar de (Nederlandse!) onderzoeker aan het woord. Ik plaats het hier omdat ik het een goed voorbeeld vind van een onderwerp dat wij allemaal interessant vinden. Dus in het kader van ‘niet discussiëren maar publiceren’ een stuk over het nut van schieten.
Knallen voor je koppiekoppie
Door Arjan Terpstra
‘Apenspelletjes’ worden ze off the record door wetenschappers genoemd: spellen als Dr. Kawashima’s Brain Training voor de Nintendo DS. Spellen die ‘je hersenen jong houden’ doordat je elke dag oefeningen doet. Na een aanvangstest wordt je ‘hersenleeftijd’ bepaald, en met training daalt die. Het geheel is gebaseerd op een populair-wetenschappelijk werk van de Japanse Dr. Ryuta Kawashima, Train Your Brain!, en wordt gebracht als een ideale manier om ‘veroudering van de hersenen’ tegen te gaan.
Helaas voor Nintendo (en de miljoenen spelers die het vermakelijke geheugenspel hebben omarmd) trapt de wetenschap daar niet in. Uit onderzoek komt namelijk telkens naar voren dat oefening in specifieke taken niet tot een duurzame verbetering van het geheugen leidt, laat staan tot het tegengaan van degradatieverschijnselen in de hersenen. Mensen worden beter in het spelletje, dat zeker, maar een duurzaam effect op hun cognitieve vermogens kan niet worden aangetoond. Ook het laatste onderzoek naar breintrainers (de onderzoeksleider is van Cambridge), vorige maand gepubliceerd in het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Nature, is stellig. Helaas mensen, breintrainers trainen je brein niet. Je leert een trucje zoals een aap een trucje leert, een trucje dat je hersenen snel vergeten als je het niet elke dag herhaalt.
Hardcore is beter
Nee, wil je je hersenen verbeteren, dan kun je beter hardcore schietspellen gaan spelen. Vorige week publiceerde een groep onderzoekers van de universiteiten van Leiden en Amsterdam een onderzoek waarin duidelijk werd gemaakt dat FPS-games als Call of Duty: Modern Warfare, Doom, Unreal Tournament, Battlefield en Grand Theft Auto IV de hersenen wél vooruithelpen. Uit hun studie blijkt dat mensen die regelmatig FPS-games spelen sneller zijn in het switchen van taak naar taak. De hersenen hebben een paar honderd milliseconden nodig om zich in te stellen op een nieuwe opdracht. Die ‘taakswitch’ is meetbaar en gecorreleerd met het IQ. In lekentaal: hoe sneller je hersenen van opdracht naar opdracht kunnen overstappen, hoe slimmer je bent.
“Wat je feitelijk traint is de communicatie binnen de hersenen”, legt professor Bernhard Hommel uit, een van de Leidse onderzoekers. “Het is een grote opdracht je hersenen op een nieuwe taak in te richten, er worden veel verbindingen aangelegd. Dat proces is te stimuleren, verbeteren, en FPS-games helpen daarbij.” Opvallend: de conclusies zijn getrokken op basis van onderzoek buiten de betreffende spellen. Tijdens de onderzoekssessies werd geen spel aangeraakt, maar toch presteerde een groep FPS-gamers veel beter dan een controlegroep van mensen die nooit FPS-games speelden.
Bloederig
De conclusies zijn opvallend: van alle soorten spellen worden FPS-games het vaakst als schadelijk aangemerkt. Het virtuele geweld in de spellen zou écht geweld oproepen, maar dat is nog niet wetenschappelijk bewezen. En nu is er ineens een positieve kant aan het neermaaien van virtuele tegenstanders? Hommel: “Waarschijnlijk is de bloederige kant van het spel minder belangrijk dan het erg motiverende ‘first person’-perspectief. FPS-games stimuleren een bepaalde betrokkenheid van de hersenen bij het verwerken van hectische informatie op je gamescherm. In theorie hebben hersenen van slechte gamers daar evenveel baat bij als die van goede.”
