Ik had vroeger geen Nintendo. Ik speelde liever buiten. Als ik wilde gamen, had ik aan de 486 met Prince of Persia of een stoffige Atari 2600 wel genoeg. Niet dat ik nooit op de NES of SNES heb kunnen spelen, voldoende namelijk. Mijn vroegere buurjongen en overburen hadden deze spelkastjes wel staan, dus hoewel ik de Ninty-klassiekers nooit zo intensief heb kunnen spelen als de gemiddelde fan, heb ik ze wel ooit in mijn handen gehad.
Maar ik ben geen gemiddelde fan. Sterker nog, ik ben helemaal geen fan. Ik ontken niet wat Nintendo door de consolegeneraties heen heeft betekend voor de industrie en zijn groei, maar ik word er een beetje moe van. Moe van de nostalgische fanboys wier enthousiasme tijdens een Nintendo E3-persconferentie tot orgastische hoogten wordt gebracht, gewoon omdat een in de coulissen verdwenen Nintendo-personage zijn schattige billetjes weer eens komt vertonen in de kleurrijke trailer van een (soort van) nieuwe game.
Lube en Kleenex
De lube en Kleenex moeten bij iedere aankondiging opnieuw uit de kast worden getrokken. Maar de vloer behoeft niet zozeer een dweilbeurt omdat al deze volwassen en professionele mannen en vrouwen zo benieuwd zijn naar specifieke innovaties in verhaal, gameplay en interactie. Integendeel, een paar twintig jaar oude personages alleen zijn al genoeg om het dak eraf te laten vliegen. En hier kan ik maar niet inkomen.
Ik ben namelijk wél fan van nieuwe IP’s. Nieuwe personages, nieuwe werelden, nieuwe verhalen. Omdat ik het (on)geluk heb gehad in mijn jeugd nooit te zijn geïndoctrineerd door de indringende blik van Mario en consorten, verrast het gejuich van de journo’s in de zaal en de fans op Twitter me. Een belangrijke vraag komt in me op. Waarom is Nintendo het enige bedrijf dat wordt aangemoedigd zijn franchises uit te melken?
Activision wordt uitgekotst. Nog een Call of Duty, nog een Guitar Hero, als de kassa maar blijft rinkelen. “Bobby Kotick, coño, wat doe je nou”, roept een boze menigte. Maar Reggie Films-Aime, die in zijn persconferentie overigens geen enkel nieuw IP aankondigt, krijgt applaus bij ieder welbekend gezicht dat voorbijkomt op het grote scherm.
Seks en nostalgia
Ja, ik weet het. Als het aankomt op gameplay is Nintendo vernieuwend genoeg. Wat wil je ook als dat het enige gebied is waar een studio hoeft te innoveren? Het universum, de personages, de onderliggende technologie (zoals graphics), zelfs de genres: alles is voorgekauwd. Gooi je game meteen even in 2D en je hebt vijf jaar om aan een 2D-platformer te werken. De rest wordt aangeleverd. ‘Vernieuwende gameplay’? Vast wel. Maar dat is niet wat de journafans kriebels in het kruis geeft of wat de verkoopcijfers laat exploderen. Het bekende gezicht op de voorkant van het doosje, dát verkoopt. Nostalgie. Dát verkoopt.
Super New Galaxy
Ik wil afsluiten met een puur hypothetisch vraagstuk dat luidt als volgt. Nintendo ontwikkelt in het geheim een platformgame van het kaliber Super Mario Galaxy. Men houdt zich niet in en innoveert zich helemaal kapot. De Nintendo-personages blijven echter afwezig: de game wordt gevuld met een gloednieuw universum dat nog niemand kent. Dan, ook in het geheim, wordt de game aan Microsoft verkocht. Naast de game speelbaar maken met een Xbox-controller doet het bedrijf er niets aan. Het spel wordt uitgebracht onder de Xbox-vlag. Wat gebeurt er?
A. Miljoenen mensen worden enthousiast bij het kennismaken met de nieuwe spelwereld, de game krijgt een Metacritic-gemiddelde van 98, verkoopt tientallen miljoenen stuks en Microsoft wordt bekend als ‘koning van de gameindustrie’.
B. De game scoort goed, maar raakt daarna min of meer in de vergetelheid en komt uiteindelijk in tientallen ’10 best games you never played’-lijstjes op internet.
C. De game krijgt middelmatige reviews, wordt afgestempeld als Mario-kloon en Microsoft wordt ‘koning van het schaamteloze jatwerk’.
Ik hoor de weloverwogen antwoorden graag. Dan ga ik me nu verschuilen in Tora Bora om niet gelyncht te worden.

