
Wereldwijd bezet de Occupy-beweging plekken die symbool staan voor de uitwassen van het kapitalisme en neo-liberalisme. Van Wall Street in New York tot het Beursplein hier in Amsterdam. Opmerkelijk genoeg is één plek niet bezet. Er staan nog geen tenten in Azeroth, de wereld van World of Warcraft. Waarom wordt daar eigenlijk niet betoogd? Als er één maatschappij is die volledig marktgedreven is, dan is het wel World of Warcraft.
Althans, dat is de conclusie van de Amerikaanse game-onderzoeker Scott Rettberg. Hij stelt dat de principes die ten grondslag liggen aan het online rollenspel het schoolvoorbeeld zijn van neoliberalisme. Om te beginnen is de enige manier om verder te komen in het spel door keihard te werken. Niets geen sociaal vangnet, uitkeringen of ziektewet.
Meer nog dan dat traint het spel de spelers hoe zich te gedragen als goede ‘corporate citizens’. Door vooral te consumeren, door te stijgen op de corporate ladder, door tijd te investeren in ruil voor exclusieve goederen en door promotie te maken binnen hiërarchische organisaties.
Komt bij dat in het fictieve universum van Azeroth het onderwijs volledig is geprivatiseerd. Wil je bepaalde spreuken leren of beroepsonderwijs volgen, dan staat daar een flinke berg goud tegenover. En goud betekent werken. Of, jawel, de markt bespelen. Gehaaide spelers weten hun weg te vinden in het veilinghuis waar ze door vraag en aanbod te manipuleren snel geld kunnen verdienen.
Nu is het maar de vraag of de fysieke Occupy-beweging structurele veranderingen zal bewerkstelliggen. De kans dat dit gebeurt in Azeroth is verwaarloosbaar. In het verleden heeft ontwikkelaar Blizzard laten zien protesten met vrij harde hand neer te slaan. Zo waren er spelers die in hun virtuele ondergoed meer rechten eisten voor de, in hun ogen, ondergewaardeerde dwergen. Zij werden eerst naar alle uithoeken van de wereld gestuurd, waarna een deel van de overtreders werd verbannen uit het spel. (Voor de liefhebbers, het onderzoek van René Glas gaat hier dieper op in, zie zijn proefschrift.)
De pepperspray die tegen vredelievende Amerikaanse studenten werd ingezet stelt niks voor in vergelijking met de mogelijkheden van de bestuurders van Azeroth. De uitgever is zowel wetgevende, uitvoerende als rechterlijke macht en kan volledig willekeurig beslissingen nemen over virtueel leven en dood.
En juist daarom zou een virtueel protest relevanter zijn dan ooit. De virtuele wereld van Warcraft maakt één ding heel duidelijk: zo ziet een wereld eruit die volledig wordt geregeerd door multinationals.
Naschrift: Na het schrijven van mijn column kwam ik de volgende blogpost tegen: Occupy World of Warcraft: The Allure of Virtual Gold. In mijn ogen de onderbouwing van Rettbergs visie en mijn betoog. Zo staat hier “the bottom 75 percent hold 14 percent of all in-game wealth”.
Next Level staat wekelijks in nrc.next.
