Online rollenspel: Fan of journalist?



Niels ‘t Hooft en David Nieborg, hoofdredacteur en redactiechef van Bashers, geven iedere maandag om beurten commentaar op de actualiteit.

De hoofdredacteur van het NOS journaal twitterde onlangs trots dat niemand met zekerheid kan zeggen op welke partij hij stemt. Hij is onpartijdig. En zo hoor het. Ondanks dat er kinderachtige en populistische figuren op ‘de Internets’ ronddolen die alles wat het journaal voortbrengt wegzetten als linkse propaganda, zal elke zichzelf respecterende Nederlandse journalist beamen dat de NOS een verdraaid professionele organisatie is. En dus is niet (over)duidelijk waar redacteuren staan in het politieke landschap. Dat is verduiveld lastig en er gaat wel eens wat fout, maar je snapt mijn punt.

Wat heeft dit met games te maken? Welnu, de identiteit van hoofdredacteur Hans is vrij duidelijk. Die van gamejournalisten daarentegen is dat allesbehalve. Wat zijn ‘we’ nu? Fans of journalisten? Ik hoop niet allebei, want die twee rollen vloeken nogal met elkaar.

Online identiteiten

Het digitale leven verandert de manier hoe wij onszelf zien en hoe we anderen zien. Een relatief vaste, eenduidige identiteit zoals voor de tijd van radio en tv, die is er er niet meer. Niet langer ben je, om maar een willekeurige identiteit uit de jaren ‘30 te noemen, de burgemeester van het dorp en dus een (bij voorkeur) gelovige, voorname familieman. Tegenwoordig beheren we meerdere identiteiten. Een op Twitter, een op Facebook, een voor vrienden, een op je werk/school, een op Xbox Live, enzovoort. Dat maakt het er niet makkelijker op. Die verschillende rollen en identiteiten overlappen deels, maar kunnen ook flink met elkaar vloeken.

Om mezelf als voorbeeld te nemen, ik heb soms flinke moeite met het hebben van ‘verschillende petten’. Ik zie mezelf boven alles als onderzoeker. En dus ben ik serieus, onafhankelijk en kritisch. Dat vloekt weleens met mijn rol als bijvoorbeeld journalist. Dan wil ik ook onafhankelijk en kritisch zijn, maar als ik te serieus doe, of te abstract word in mijn uitleg en argumentatie, dan haakt de luisteraar/lezer collectief af. Niet onterecht overigens. Jeweettog!!11

Fan of journalist?

Maar de worsteling die ik heb, die zie ik zelden terug bij mijn collega gamejournalisten. Okee, adem in. Dit is niet de zoveelste poging om duidelijk te krijgen wat gamejournalistiek is. Wat ik aan wil kaarten is de identiteit van de gamejournalist. Nu heb ik mezelf afgeleerd om vooral niet alle gamepers als gamejournalisten af te schilderen. Het zijn critici, of koningen of gewoon Jan (Piet, Joris of Corneel). MAAR GEEN GAMEJOURNALISTEN! Nou prima, over hen gaat dit commentaar dan ook niet. Als je jezelf geen gamejournalist noemt, voel je dan vooral niet aangesproken. En, adem maar weer uit.

Maar er zijn ook collega’s die zich wel gamejournalist noemen, bijvoorbeeld in hun bio(grafie) op hun Twitter-profiel. Of als ze bellen voor een interview. Of op hun kaartje. Of onder aan hun emailhandtekening. En dat terwijl ze, zo blijkt in de praktijk, een hele andere rol vervullen. Namelijk die van fan.

De fan-identiteit en de gamejournalist-identiteit horen elkaar tot op zekere hoogte uit te sluiten. Je kan een game geweldig vinden, je kan zelfs fan zijn van een bepaalde game, franchise of uitgever, maar in je rol als journalist houd je dat voor je. Zeker als je jezelf dus gamejournalist noemt. Als je jezelf zo noemt, en dat staat iedereen vrij, laat dat duidelijk zijn, dan schep je bepaalde verwachtingen. In ieder geval bij mij. Ik ga er vanuit dat wanneer jij je gamejournalist noemt, je minstens de schijn van onpartijdigheid probeert op te wekken, dat je enigszins kritisch naar spellen kijkt en dat je je ‘fan-zijn’ even laat voor wat het is en een game beoordeelt (of een verhaal schrijft) vanuit een zo’n neutraal mogelijke positie.

Keuzes maken in het leven

Ik snap dat dit lastig is. Is het niet juist goed om duidelijk te maken dat je fan bent van een game? Dan weet het publiek meteen waar hij of zij aan toe is. Dat zal zo zijn, maar fan zijn staat gewoon haaks op journalist zijn. Althans, ik zou graag willen dat dat zo is. Ik wil een mening over een game van iemand die in staat is om ook de minder goede kanten van een game te zien, die eerlijk en oprecht is en wiens (voor)liefde niet onvoorwaardelijk is, laat staan verblindend. Een spel(serie) volledig je eigen maken en adoreren lijkt onlosmakelijk verbonden met gamen en dus met gamejournalistiek, maar is dat niet. Een journalist, wetenschapper of redacteur moet haar fan-zijn opzij kunnen zetten als zij haar werk doet. Ik zeg werk, want als diezelfde persoon bezig is met haar hobby is dat uiteraard anders.

Nogmaals, dat jij je liefde voor games over wilt brengen, en dat je het daarom geen probleem vindt om als levend reclamebord te fungeren voor een uitgever, vind ik opmerkelijk, maar okee. Dat je er geen probleem in ziet om als journalist te juichen bij het bekendmaken van de winstcijfers van een uitgever. Of dat je zo’n grote fan ben van een hardwareboer dat je in een witte poncho naar olifanten gaat staan kijken. Dat je een PR-manager openlijk bedankt voor het verstrekken van gratis drank terwijl je de recensie online zet. Of dat je zo’n superfan bent en de wereld wilt tonen dat je een bepaalde game (of uitgever of spelpersonage) zó verschrikkelijk goed vindt dat je die op je arm tatoeëert, je Facebook-profiel aanpast of een speciale Twibbon aan je Twitter-avatar toevoegt, allemaal prima. Maar doe mijn dan een plezier. Noem jezelf geen gamejournalist. Dat schept valse verwachtingen. En verwarring. Er zijn zoveel andere identiteiten waar je uit kan kiezen. Noem jezelf kritische fan, gewoon ‘fan’, criticus, gamer, supergamer, of gewoon bij je voornaam.

54 reacties

  1. Rainier Jaarsma · 22-11-2010 · 23.21 uur

    Hmmm. Ik vind objectiviteit gevaarlijk (verrassing), maar ik snap wel dat je geen ‘fan’ moet zijn. De discussie is natuurlijk veel ingewikkelder dan dat. Ojectiviteit is je zelf van je zelf afzetten, en dat kan niet. Wat we objectiviteit noemen is dus een ideologisch construkt, en om Santos hier te quoten:

    “The long hallowed cult of journalistic objectivity has too often been a veneer for what is essentially a predominantly white male point of view in our news culture.”

    Nou is dat wat minder van toepassing op de game-industrie (ook al, hoeveel vrouwen werken er in de game-journalistiek?), maar ik vind het zelf wel prettig dat mensen voorkeuren hebben, en dat ze die voorkeuren laten zien in hun reviews. Natuurlijk moet je als journalist wel serieus te nemen zijn; er zijn gradaties. Maar als je zo serieus over je eigen professie bent dat je niet inziet dat de objectiviteit die je uit straalt eigenlijk een illusie is, dan val je in je eigen val.

  2. Bas · 22-11-2010 · 23.31 uur

    Hey David. Als een van jouw petten ‘onderzoeker’ is, dan schept dat ook verwachtingen. Zoals dat je met een eenduidige definitie van ‘fan’ komt en duidelijke criteria wanneer er sprake is van ‘fangedrag’ in artikelen. Je voorbeelden zijn illustratief maar tonen niet aan dat iemand daarom geen objectief stuk kan schrijven. M.a.w ik vind bovenstaande maar een subjectief verhaal. Wellicht ben je zelf de grootste fan van dit onderwerp. ;)

  3. Jelle · 23-11-2010 · 7.27 uur

    Ik stond er hoor met mijn witte poncho!

  4. David Nieborg · 23-11-2010 · 10.45 uur

    Ik heb het woord objectiviteit (bewust) nergens gebruikt. Ik heb het over een kritische houding & over onafhankelijkheid, jullie lezen daarin objectiviteit. Op zich wel grappig want dat zegt eigenlijk vooral iets over jullie verwachtingen bij wat journalistiek (in jullie ogen) is.

    Overigens, ik vind die quote van Santos tamelijk (lees: bizar) goed de lading dekken als het om gamejournalistiek gaat.

    @ Bas Ik kan wel een abstracte (academische) definitie over wat fans zijn hier neerzetten, maar dan gaan we daar discussie over hebben. Waar het mij om gaat is om de voorbeelden die ik noem. Die zijn vrij specifiek toch? Ik vind al die uitingen vormen van fangedrag die haaks staan op mijn idee van wat onafhankelijke journalistiek is.

    Zie je het al voor je, een sportverslaggever met een Ajax t-shirt aan? Mijn punt is, nergens ligt de grens tussen fan zijn en vandaar uit je werk doen (als journalist) zo dicht bij elkaar als in de game industrie.

    En ja ik ben zeker fan van goede journalistiek :)

  5. Jurjen · 23-11-2010 · 11.09 uur

    Ik denk dat de vergelijkingen met politiek, oorlog en sport niet zozeer opgaan, omdat bij dat soort zaken inderdaad een objectieve, afzijdige, afstandelijke manier van kijken op de strijdende partijen gewenst is. Dit gaat minder op bij muziek, films en games, waarin de recensent als het ware ‘midden in’ het besprokene moet staan, er aan moet deelnemen, om het te kunnen beleven, begrijpen en er een oordeel over te kunnen vormen. Bij games geldt dit al helemaal.
    Enige passie voor het subject lijkt me bij bespreking van dit soort media geen probleem.
    Een filmjournalist met een Aliens-horloge? Prima. Een muziekjournalist met een Beatles-shirt? Ik heb er geen probleem mee. Zodra het echter een Arcade Fire-shirt is, tja, er zijn grenzen.
    Het is wel een interessant onderwerp, verder. Hoe kun je hartstochtelijk en zonder terughoudendheid aan een game deelnemen, en tegelijk je kritische houding tegenover die game behouden?
    David, anders spreken we binnenkort eens af om wat over gamesjournalistiek te kletsen? Misschien dat we wat van elkaar kunnen leren.

  6. Erwie · 23-11-2010 · 12.05 uur

    Het lijkt voor zich te spreken dat je als criticus (meer nog dan als journalist misschien, want recenseren is geen journalistiek) geen fan moet zijn van datgene wat je bespreekt. Je gaat er dan toch bevooroordeeld in en zult het gebrek aan innovatie toch snel als zoete koek slikken.

    Tegelijk zitten we met het probleem van langlopende reeksen. Om die goed te kunnen recenseren, moet degene die dat gaat doen eigenlijk een aanzienlijk deel van de voorgaande delen gespeeld hebben om het spel in perspectief te kunnen plaatsen. Tegelijk heeft diegene die games niet gespeeld omdat hij ze zo slecht vond (behalve als hij ze allemaal ter review heeft gespeeld misschien). Hierdoor stuur je al iets: de recensent heeft sowieso affiniteit met het genre en bepaalde designkeuzes die bij andere spelers misschien helemaal niet goed zullen bevallen.

    Ik vind het gamedesign van JRPG’s bijvoorbeeld totaal niet aansprekend en zal daarom niet snel een JRPG bespreken. Terwijl als er een nieuw spel uitkomt dat niet in een bepaald hokje valt (zoals Heavy Rain) het zowel kritiek als lof over zich heen krijgt. Dat zou eigenlijk ook bij elke JRPG moeten gebeuren, maar dat gebeurt allang niet meer. Omdat alleen de ‘fans’ dat genre nog onder handen nemen. Misschien geen uitgesproken fans met buttons en petjes, maar wel mensen die op een bepaalde manier al positief in de materie staan. En dat lijkt me iets onoverkomelijks.

    Dan kun je nog beter een uitgesproken fan hebben, want dan weet je tenminste waar je aan toe bent. Of je moet recensies juist overlaten aan mensen voor wie het de eerste ervaring met de reeks is, maar dan zit je met het probleem van het niet in het perspectief kunnen plaatsen.

  7. Quint Zieltjens · 23-11-2010 · 12.19 uur

    Ligt het aan mij of worden hier enkel de positieve aspecten genoemd aan het al dan niet zijn van een gamejournalist? Mag je jezelf wel gamejournalist noemen wanneer je een schijtgame recenseert en je deze dus grotendeels speelt met tegenzin? Of ben je dan een ontevreden fan?

    Ik vind het altijd zo’n loze discussie dit, niet alleen omdat hij al meerdere malen is gevoerd, maar ook omdat het op niks uitloopt. Wat is de baat bij het toekennen van een titel? In dit geval is dat het ophemelen van mensen die, om het artikel te citeren, hun fan-zijn opzij kunnen zetten als zij haar werk doen. Is dat een vaardigheid die per se nodig is in dit vakgebied? Misschien kennen gamejournalisten wel een eigen definitie toe aan het ‘journalist’ zijn. Het is klaarblijkelijk relatief, want anders was er geen reden om dit artikel te schrijven.

    Overigens is dit een onderwerp dat sterk cultuur-gebonden is. In Amerika en Canada noemen ze zichzelf wel degelijk ‘gamejournalist’ en maken ze een keihard onderscheid tussen ‘fans’ en ‘gamejournalisten’, ook al zien die fans zich mogelijk wel als gamejournalisten. Een makkelijk voorbeeld is de E3, waar je door een dikke puisterige nerd vies wordt aangekeken als je een extra vraag stelt in een behind closed door-sessie, omdat jij oprecht geïnteresseerd bent in de betreffende game. Echter, hij wil graag zo snel mogelijk hands-on, want hoe minder tijd hij heeft, hoe minder hij over de game kan schrijven en hij krijgt per woord uitbetaald. Is dat waar we naar toe willen gaan?

    Als het ten koste gaat van zulk plezier en een titel rechtvaardigt dat, kan het hele ‘fan’ of ‘gamejournalist’-gebeuren me gestolen worden. Doe lekker waar je zelf zin in hebt en trek je niet zoveel van andere mensen aan. Ik vind dit artikel maar onnodige drukmakerij.

  8. Rogier Kahlmann · 23-11-2010 · 12.38 uur

    Je kunt de voordelen van het fan-zijn best gebruiken in een artikel. De kennis die je erdoor van de serie verkregen hebt, en natuurlijk zouden fans ook de grootste criticasters moeten zijn. Ik stoor me alleen aan het lettelijk benoemen van iemands fan-zijn. Iets dat meestal in de openingsalinea erin wordt geknald met als als onderliggend motief de gewichtigheid van het oordeel dat komen gaat te onderstrepen.

  9. Jerry Vermanen · 23-11-2010 · 12.49 uur

    Helemaal eens met Davids verhaal. Elke journalist heeft interesse in het gebied waarin hij zich begeeft. En het is vrij logisch dat gamejournalistiek mensen aantrekt die graag games spelen. En ja, daar zitten ook fans tussen. Dat je als gamejournalist meer afstand hoort te houden tussen jou en het onderwerp, lijkt me vrij logisch. Gebeurt dat vaak? Helaas niet, en dat is een ‘bloody shame’.

    Gamejournalisten zijn - in mijn opzicht - verwende nesten. Ze willen enkel de lusten, niet de lasten. Gratis games? Graag! Gratis toegang? Sure! En dat heb je ook nodig om je werk goed te kunnen vervullen. Maar door al die privileges wordt de verwachting dat je de verantwoordelijkheid voor je functie draagt ook groter.

    Waarna je een enorme berg aan artikelen krijgt voorgeschoteld waarin de fan het woord doet, en niet de journalist. ‘Beste raceserie OOIT!’, ‘DE RPG van het moment’, pas op, hier komt de WOW-killer’… gamejournalisten kunnen goed overdrijven. Het is voor een deel van het publiek leuk dat ze mee kunnen gaan in die waanzin, maar je helpt er eigenlijk niemand mee. Door afstand te nemen en de game uit elkaar te plukken, begint het al meer op gamejournalistiek te lijken.

    Als je op zo’n evenement rondloopt als een fan lijkt mij geen probleem, zolang dat in je artikel maar niet doorschijnt. Je mening als gamejournalist moet op zo’n moment wel beter onderbouwd zijn dan een waardeoordeel over de game. In zo’n geval weet ik niet waarom de mening van een willekeurige snotneus meer waarde heeft dan die van goede vriend die dezelfde game speelt. En dat kan niet de bedoeling zijn van een journalist: een mening hebben die alleen meer waard is vanwege het podium waarop je acteert.

    Maar zolang op de journalist de vraag ‘Wat vond jij van de game?’ enkel met het antwoord ‘Vet’ kan beantwoorden, zie ik nog geen vooruitgang. Slechts één van de vele fans.

  10. Quint Zieltjens · 23-11-2010 · 12.59 uur

    Ik vraag me echt af waar jij je artikelen leest, Jerry. Ik kom zulke dingen nooit tegen en daar schuilt volgens mij ook gelijk de hypocrisie. Mensen die het eens zijn met het aangehaalde standpunt verheffen zichzelf graag boven de rest door op een soort van elite manier neer te kijken op de beschreven ‘fans’, terwijl daar naar mijn inziens totaal geen aanleiding voor is. Als je het aanhaalt, wees dan ook mans genoeg om concrete voorbeelden aan te geven, geldt ook voor David.

  11. Rogier Kahlmann · 23-11-2010 · 13.08 uur

    @quint

    Deze conclusie van een metroid Other M preview op je eigen site, en op basis van een kwartier speeltijd, heeft er alle schijn van geschreven te zijn door een wensdromende fan.

    ‘De korte tijd die ik samen met Samus doorbracht in een godvergeten ruimtestation hebben me overtuigd dat Metroid: Other M veel verwachtingen waar zal maken. Daarnaast was dit slechts het eerste kwartier van de game en schuilt er in menig Metroid-game achter ieder hoekje en gaatje een nieuwe uitdaging of een prachtige nieuwe locatie. Alle klassieke elementen zijn aanwezig en men heeft de nieuwe moves en acties op een fenomenale manier toegevoegd. Het enige punt van kritiek is het verhaal en de voice-acting, maar aangezien ook deze episode van Metroid langzaam ontrafeld wordt, is daar nog geen goed oordeel over te vellen.’

  12. Quint Zieltjens · 23-11-2010 · 13.13 uur

    @Rogier Kijk dan ook verder dan je neus lang is. In de review van dezelfde persoon staat:

    [i]Metroid: Other M is in veel opzichten een goede game met een mooie presentatie. De graphics zijn strak, de geluidseffecten zijn herkenbaar en het universum van Metroid komt met de CG-filmpjes echt tot leven. Team Ninja en Nintendo slagen er helaas niet in om alle gameplay-elementen goed uit te werken en buiten de third-person action gameplay mist Metroid: Other M de gedegen afwerking die het gros van de eerdere Metroid-games en andere Nintendo first-party titels wel hebben. Metroid: Other M, ook wel Project M genoemd, is een geslaagd experiment en een richting voor de Metroid-serie die met een meer gestructureerde aanpak tot mooie resultaten kan leiden. Qua muziek, complexiteit en sfeer kan Metroid: Other M echter niet tippen aan de eerdere delen. De ambitie om ‘Metroid Fusion Prime Gaiden’ te maken was voor Team Ninja en Nintendo toch echt te hoog gegrepen.[/i]

    Een preview/hands-on is een eerste indruk. Dat principe is vrij uniek voor de gamejournalistiek en vind ik dus geen goed argument om het punt in dit artikel duidelijk te maken.

  13. Rogier Kahlmann · 23-11-2010 · 13.18 uur

    Het gaat erom dat op het moment van schrijven de auteur van de voorbeschouwing al superlatieven in de mond neemt (fenomaal), terwijl hij gewoon geen flauw idee heeft of het een tof spel wordt. Helemaal leuk is dat alleen bij het punt van kritiek, de voiceacting, er wordt gezegd dat er nog ‘geen goed oordeel over te vellen’ is.

  14. Quint Zieltjens · 23-11-2010 · 13.20 uur

    Er wordt dan ook geen oordeel gegeven. Er staat duidelijk ‘preview’ en ‘voorlopige conclusie’ boven. Ik denk dat je hier een aantal dingen door elkaar haalt. Als je je standpunt enkel kunt versterken met het aanhalen van preview-quotes, van vind ik dat vrij beschamend.

  15. Rogier Kahlmann · 23-11-2010 · 13.21 uur

    Niet tegenstrijdig doen. Jij verzocht een aantal posts geleden om met voorbeelden op de proppen te komen.

  16. Quint Zieltjens · 23-11-2010 · 13.22 uur

    Concrete voorbeelden die bij het standpunt passen inderdaad. Geen ogenschijnlijke argumenten om aan een self-fulfilling prophecy te voldoen.

    Jammer dat je zo reageert.

  17. Rogier Kahlmann · 23-11-2010 · 13.27 uur

    In het artikel wordt niet specifiek gezegd om welke vorm van gamejournalistiek dit van op toepassing is. De voorbeschouwing is in ieder geval een onderdeel en het voorbeeld lijkt mij dus prima passend binnen deze discussie.

  18. Matthew Deboysere · 23-11-2010 · 13.27 uur

    Het is wel een feit dat je zo objectief mogelijk naar een game moet kunnen kijken, maar heeft “fanboyisme” ook niet het voordeel dat je een reeks door en door kent en dus prima kunt vergelijken? Je moet uiteraard niet bij elke shooter gaan zeggen dat het geen “Black Ops” (of vorig jaar Modern Warfare 2…) is, maar het biedt zijn voordelen. En objectiviteit is belangrijk, maar ik ga in ieder geval geen shooters behandelen. Dat is een genre die mij niet ligt. Ik speel elke titel, maar ik ben ze zo snel beu, dat ik voor de recensies pas. Hoe kan ik een game goed beoordelen als ik het zelf niet tof vind? Antifan is een moeilijkere situatie, vind ik.

    En ben ik de enige die aan een bepaalde Limburger moet denken bij die laatste alinea?

  19. Jerry Vermanen · 23-11-2010 · 13.29 uur

    Wat jij verheffen noemt, noem ik het professionele verschil tussen een fan en een journalist. Hetzelfde verschil tussen mij (iemand die nog geen spijker recht in de muur kan slaan) en een klusjesman. Die laatste weet wat hij doet en waar hij over praat. Mij moet je ook vooral geen vragen stellen over verschillende soorten boutjes en moeren. De mening en het oordeel van de klusser weegt in dit geval zwaarder dan mijn mening. Die verdomde klusjesmannenelite…

    Het heeft er ook niets mee te maken dat er wordt neergekeken op fans, maar dat een journalist nu eenmaal meer weet. Waarom? Omdat het zijn werk is.

    Ik zie echter niet hoe jouw werk als journalist ten koste moet gaan van jouw spelplezier. ‘Mag je jezelf wel gamejournalist noemen wanneer je een schijtgame recenseert en je deze dus grotendeels speelt met tegenzin?’ Ach gossie, mag je niet alleen goede games spelen? Dat hoort erbij. Exact het soort gedrag wat ik bedoelde met ‘enkel de lusten, niet de lasten’.

    Kijk, jij noemt je misschien liever geen journalist. Oké, dan heeft niemand ook die verwachtingen bij jou, en is bovenstaande sneer niet voor jou bedoeld. Maar als je die titel wel draagt - het is een onbeschermd beroep - moet je daar ook verantwoording voor dragen.

    Ik sluit me overigens aan bij Rogiers voorbeeld. De loze term ‘preview’ of ‘voorlopige conclusie’ is hier alleen een mooi vehikel om de schrijver van verantwoordelijkheid te helpen. Alles is mooi, geweldig, über, enz., maar onder voorbehoud. Even de game hypen. En zodra het een succes is, wijzen naar je preview. ‘Kijk dan, ik zei het toch.’

    Over self-fulfilling prophecies gesproken…

  20. Luke van Velthoven · 23-11-2010 · 13.32 uur

    Het zet me in ieder geval aan het denken. Voordat ik over games schreef, maakte ik mijn GT lekker flauw Luke Bioware, maar als het niet belachelijk veel zou kosten had ik dat allang veranderd. Super Mario Galaxy heb ik daarnaast niet eens uitgespeeld, maar toch wandel ik graag met Luma’s als avatar door het internet.

    Ik denk dat je als ‘fan’ van een serie of genre twee rollen kunt vervullen, als je je werk als gamejournalist goed doet. Je hebt ten eerste achtergrondkennis en kan dingen beter in een bepaalde context plaatsen, goed vergelijken dus. Al moet je er wel voor uitkijken dat je niet alleen preekt voor hetzelfde koor. Je moet de game ook op waarde kunnen schatten voor niet-liefhebbers.

    Toch vind ik het een interessant iets om over na te denken. Op Twitter zou ik nooit voor mijn politieke voorkeur uitkomen, openlijk dan. Het voorbeeld van de sportverslaggever met een shirt raakt hetzelfde punt.

  21. David Nieborg · 23-11-2010 · 13.39 uur

    Hoe graag ik het ook zou willen, deze discussie is natuurlijk allesbehalve zwart/wit. Daarom heb ik het ook over schuivende en overlappende identiteiten. In een ideale wereld zou de fan identiteit zo ver mogelijk af staan van de identiteit (of rol) van gamejournalist.

    @ Quint “Mensen die het eens zijn met het aangehaalde standpunt verheffen zichzelf graag boven de rest door op een soort van elite manier neer te kijken op de beschreven ‘fans’, terwijl daar naar mijn inziens totaal geen aanleiding voor is.”

    Prima als je het met mij oneens bent, maar ook jij leest dingen in mijn stuk die er simpelweg niet in staan. Nergens in mijn stuk staat dat fans niets of minder waard zijn. (Sterker nog, ik doe al jaren onderzoek naar fans en ik zou niets waard zijn als ik zou zeggen dat fans dom/nutteloos of iets van die strekking zouden zijn). Integendeel, fans zijn de uber-gebruikers, de kurk waar deze industrie op drijft. Wie kopen de Wii’s, Kinects, enz, dat zijn fans (in hun rol als early adopters). Ik ben zelf ook fan (nogal), maar dat weerhoudt mij er niet van bovenstaand stuk te schrijven. Een beetje zelfkritiek kan nooit kwaad. Berusting is de doodsteek van creativiteit.

    Ik kijk dus absoluut niet neer op fans. Ik kijk neer op gamejournalisten die zich als zodanig bekendmaken en het werk doen van PR managers door (gratis) reclame te maken, verblind door (of misbruik makend van) hun fan identiteit.

    @ Jurjen mail me vooral (david @ gamespace . nl). Je hebt gelijk, het is een glijdende schaal.

  22. Quint Zieltjens · 23-11-2010 · 13.43 uur

    @Jerry En jij wil zeggen dat je dat recht van spreken hebt? Jij bent in dit geval dus de klusjesman van de game-industrie en het gros is een fan?

    Met mensen zoals jij heb ik dus geen zin om te discussiëren. Precies wat ik bedoelde met het ‘elite neerkijken’ op de rest. Mijn voorbeeld over het spelen van slechte games was bijvoorbeeld totaal niet bedoeld als verdediging, enkel een vraag om verduidelijking ten opzichte van dit artikel te creëren. Dat jij hier op reageert met ‘Ach gossie’, geeft alweer aan hoe jij jezelf bevoorrecht met de ultieme waarheid, terwijl je die helemaal niet hebt.

    Dat jij en Rogier een hands-on als goed argument zien in een artikel waar de gamejournalistiek vergeleken wordt met andere journalistiek en zelfs de wetenschap, is jullie keus. Ik zie een hands-on als een vrij uniek concept voor deze industrie, wat me meteen brengt bij mijn eerder aangehaalde punt: de gamejournalistiek is een apart veld en voegt naar mijn mening een eigen definitie toe aan de term.

    En dan kom ik toch weer bij de conclusie dat het totaal geen zin heeft hierover te discussiëren, want er zal nooit een unaniem besluit komen.

    Ik heb persoonlijk meer respect voor de ‘gamejournalist’ die het op een zuipen zet, geniet van zijn baantje omdat hij het met plezier doet, maandelijks een leuk bedrag in zijn zak steekt en kwalitatief hoge artikelen aflevert dan de ‘gamejournalist’ die alles met een front op zijn voorhoofd bekijkt en wellicht betere artikelen aflevert. Wie heeft het dan beter bekeken? Die laatste, omdat hij zich volgens jullie de titel ‘gamejournalist’ mag toekennen? Wie interesseert die titel wat? Zoals al meerdere malen is gezegd, is het een open beroep, waardoor dit allemaal ontzettend loos is om jezelf druk over te maken.

    @David Wat is dan je aanleiding van dit artikel? Waarom kijk je neer op gamejournalisten die zich als zodanig bekendmaken en het werk doen van PR managers door (gratis) reclame te maken, verblind door (of misbruik makend van) hun fan identiteit? Ik neem aan dat je iets in beweging wil zetten en als logisch vervolg haal ik er dan uit dat je wil dat die gamejournalisten zichzelf een ‘fan’ gaan noemen. Dat interpreteer ik vanuit jouw artikel als een stap terug, mede door je vergelijking met andere journalisten.

  23. Quint Zieltjens · 23-11-2010 · 13.45 uur

    En ik vind het behoorlijk irritant dat ik mijn posts niet kan bewerken, want er sluipen spuuglelijke spelfouten in die als mijnenveld werken in mijn betoog ^^.

  24. Eline Muijres · 23-11-2010 · 13.50 uur

    Waarom heeft het geen zin om hierover te discussiëren? Er hoeft helemaal geen unaniem besluit gevormd te worden. Het is toch sowieso interessant om gedachten hierover uit te wisselen?

    Wat mij betreft kun je best als fan een game recenseren, zolang je genoeg afstand kan nemen om ook de minpunten van een game te zien. En daarnaast zal een bepaalde vorm van inlevingsvermogen in niet-fans ook helpen om tot een eerlijk oordeel te komen.

  25. Rogier Kahlmann · 23-11-2010 · 13.52 uur

    Volgens mij vindt Quint het hartstikke leuk om te discussiëren.

  26. Luke van Velthoven · 23-11-2010 · 13.54 uur

    Dat laatste wat Eline zegt, is inderdaad belangrijk. Je moet als liefhebber van een genre, serie of ontwikkelaar niet blind zijn voor de minpunten. Is je politieke voorkeur als verslaggever voor honderd procent uit te zetten? Ik betwijfel het, maar je moet het je berichtgeving niet laten kleuren.

  27. Quint Zieltjens · 23-11-2010 · 13.56 uur

    @Rogier Dat zal ik niet ontkennen, maar ik vind dit onderwerp zo jammer. In feite zitten we ons eigen ‘werkveld’, om het zo maar even te noemen, te ontleden en de mensen te verdelen in kampen terwijl dat naar mijn mening helemaal niet nodig is.

  28. Quint Zieltjens · 23-11-2010 · 14.00 uur

    Wat Eline in haar laatste alinea aangeeft is impliciet de discrepantie tussen een hands-on (/preview) en een uiteindelijk definitief oordeel (/review), hetgeen naar mijn inziens inderdaad een groot verschil is. Vandaar dat ik het aangehaalde voorbeeld uit de hands-on ook jammer vond om een bepaald standpunt te verdedigen, omdat de uiteindelijke recensie het tegendeel bewees.

  29. Rogier Kahlmann · 23-11-2010 · 14.01 uur

    Maar ons eigen werkveld ontleden is toch het mooiste wat er is? Jezelf afvragen of de status-quo waarin je leeft wel zo vanzelfsprekend is? Je bent nieuw hier Quint, je kan nog weg, terug naar de veiligheid, de zuiperds, gratis spelletjes en laffe previews. De vraag is, neem je de blauwe of de rode pil.

  30. Quint Zieltjens · 23-11-2010 · 14.05 uur

    Ik post hier voor het eerst, maar ik ken Bashers al langer dan vandaag. Ik zie de community hier nu niet bepaald als het tegenovergestelde van de veiligheid, de zuiperds, de gratis spelletjes en de laffe previews. Waarom veronderstel je dat überhaupt? Heeft toch weer iets weg van die elite-houding…

    Je eigen werkveld ontleden is misschien mooi, maar doe dat dan zonder mensen in hokjes te stoppen.

  31. Eline Muijres · 23-11-2010 · 14.06 uur

    Ik zeg in mijn reactie helemaal niets over hands-ons… Maar uit je post begrijp ik dat je volgens jou in een hands-on wel echt fan mag zijn en ongenuanceerd de game de hemel in mag prijzen, om vervolgens bij de recensie pas echt serieus ernaar te kijken?

  32. Quint Zieltjens · 23-11-2010 · 14.11 uur

    Nee, dat interpreteer je verkeerd. Ik doel erop dat het fan-zijn voor kan komen, omdat het een uniek gegeven is in de ‘gamejournalistiek’ en daarom wat mij betreft niet van toepassing is in de discussie voor algemene journalistiek, iets wat Jurjen al eerder aangaf/afvroeg.

    Als je je fan zijnde wil uiten, is het wat mij betreft beter/veiliger om dat te doen in een hands-on, dan in je uiteindelijke, weloverwogen oordeel, al is het nog maar de vraag of het dan wel het uiten van ‘fan’ zijn is, wanneer de uiteindelijke artikelen veel van elkaar verschillen. Ik weet niet of dat je vraag gedeeltelijk beantwoord?

  33. Quint Zieltjens · 23-11-2010 · 14.13 uur

    In die eerste alinea heb ik het dus over het fan-zijn in de zin van hands-ons (om terug te koppelen naar jouw eerdere comment waar ik jouw woorden impliciet koppelde aan hetgeen ik eerder stelde).

  34. Erwie · 23-11-2010 · 15.01 uur

    Ik denk dat een echt criticus/recensent zich niet snel fan van iets zal noemen, hooguit zijn waardering uitspreken. Zo heb ik bijvoorbeeld wel games die ik goed vind, maar dat maakt me nog geen ‘fan’ van die reeks, hooguit van dat ene deel.

    Liever zie ik na een goed deel een geheel nieuwe IP verschijnen, dan een vervolg, hoe leuk ik dat eerste deel ook vond. Als ‘fan’ zie je juist graag je lievelingspersonages te pas en te onpas opdraven. Maar misschien hanteer ik nu wel een te rigide definitie van fan en misschien ben ik juist wel ‘fan’ van nieuwe IP’s in het algemeen. :P

  35. Rogier Kahlmann · 23-11-2010 · 15.08 uur

    Ik vind alles kut tot het tegendeel bewezen is. Lijkt mij de beste insteek

  36. Quint · 23-11-2010 · 15.24 uur

    Wordt dat doorgaans niet als pessimisme bestempeld? Ik kan je meerdere redenen geven waarom dat doorgaans niet de beste insteek is…

  37. Erwie · 23-11-2010 · 15.42 uur

    @Quint Het is belangrijker om overal met dezelfde insteek aan te beginnen. Als een game je niet overtuigt als je er met een negatieve insteek aan begint, dan is de game blijkbaar niet goed, toch? Er zijn nu zat recensenten die aan een nieuwe topgame beginnen en het bij voorbaat al vet vinden, terwijl een obscure Russische game met argusogen wordt bekeken. Dat is veel kwalijker.

  38. Guan van Zoggel · 23-11-2010 · 16.53 uur

    Ik hoor hier steeds ‘positief’ en ‘negatief’, maar ik ben het met David eens dat je toch ook een neutrale houding kunt aannemen ten opzichte van een game of serie? Dat is niet alleen voor jou als gamejournalist bevorderlijk, maar ook voor de algehele spelervaring.

    Als je game X goed vindt, betekent dat niet dat je sequel Y ook meteen goed vindt (of beter: hoort te vinden).

  39. Rainier Jaarsma · 23-11-2010 · 17.11 uur

    Een ‘neutrale’ houding is een hersenspinsel van de recensent. Een houding is per definitie niet-neutraal (daarom noemen we het ook een houding, lol); een God’s Eye P.O.V. is niet aan ons voorbesteed. Recenseren is geen harde wetenschap (oxymoron). Wat gevaarlijk is, is dat die valse neutraliteit als een soort schaduw over je eigen recensie heen valt, en het je monddood maakt. ‘Neutraal’ staat dan gelijk aan ‘meelopend met de massa,’ en ‘vooral niets zeggen dat niet-neutraal zou zijn.’ Inderdaad, neutraal zijn is net zo zeer een onderdeel van het spectrum als positief/negatief. Het staat ‘in’ het spectrum, niet ‘erboven’. ‘Beginnen vanuit de zelfde insteek’ is nog zo’n onmogelijk construct, omdat iedere recensent nou eenmaal een andere insteek heeft. Als Rogier zegt dat hij alles speelt vanuit de grondslag dat het niets zou worden, is hij niet neutraal, maar bij voorbaat negatief. Dat is net zo onneutraal als ‘tabula rasa’ beginnen aan een game, waarbij het ‘niet afweten’ op zich zelf de neutraliteit van de recensie ondermijnt.

    Honestly, ik denk dat een gamejournalist nooit geloofwaardig kan zijn als hij niet fundamenteel inziet dat hij gekleurd is. Het is juist de kunst om vanuit die gekleurdheid een zo’n genuanceerd mogelijk oordeel te vellen over een game.

  40. Quint · 23-11-2010 · 17.32 uur

    Ik vind de hypocrisie ook tot een ongekend niveau uitstijgen op deze wijze.

    We schrijven toch allemaal over games, of zijn daar ooit mee begonnen, omdat we games doorgaans leuk vinden om te spelen? Nu moeten we opeens een neutrale houding of zelfs negatieve houding kennen om de titel ‘gamejournalist’ te mogen bekleden?

    Schiet mij maar lek.

  41. Erwie · 23-11-2010 · 17.58 uur

    @Quint Maar dat je het medium an sich leuk/interessant vindt, hoeft nog niet te betekenen dat je bij een bepaalde reeks warme gevoelens moet koesteren? Dat staat los van het fan-zijn. Je hoeft ook niet negatief te zijn bij voorbaat, liefst zo neutraal mogelijk. Maar iedereen zal ongetwijfeld al een soort vooringenomen mening hebben. Ik denk alleen dat het niet bevorderlijk is als je echt ergens ‘fan’ van bent en bijvoorbeeld boekjes van b-niveau erover verslindt, stickers op je ruit plakt en er t-shirts van draagt.

  42. Luke van Velthoven · 23-11-2010 · 18.25 uur

    Ik ben het als je het zo stelt dan weer ietsjes meer met Quint eens. Als voorbeeld: die Mass Effect-boeken heb ik niet gekocht (al overweeg ik het wel soms), maar ik kan als fan nog steeds vrij duidelijk uitleggen waarom die iPhone-versie van deze reeks naar mijn mening poep is. Het zou eerder sneu zijn als je niet fatsoenlijk ‘objectief’ of ‘neutraal’ over iets kunt schrijven zodra je het enigszins weet te waarderen.

  43. Jurjen · 23-11-2010 · 18.35 uur

    Bravo Rainier Jaarsma, beste post tot nu toe. Moet het nog een keer lezen, maar volgens mij ben ik het 100% met je eens.

    Rogier: Volgens mij werkt het ook niet om alles kut te vinden tot het tegendeel bewezen is, aangezien je in games dingen moet gaan DOEN. Er zal toch een bepaalde verwachting van ‘goede dingen die gaan komen’ moeten zijn om de problemen in het spel aan te pakken. Om gewaardeerd te kunnen worden, vereist een game om te beginnen al een soort welwillende participatie.

    Games bespreken is volgens mij als kwantummechanica, je kunt als toeschouwer niet buiten spel blijven. Naarmate je meer kunt zeggen over het observerende, neemt wat je kunt zeggen over het belevende af. En andersom.

    Iets anders wat ik mij afvraag: of de journalist niet een te krampachtige, klinische, onnatuurlijke houding aanneemt als hij vanuit zijn beroepseer ernaar streeft zo neutraal te zijn als iemand die niks met games heeft. Dat is toch ook niet de houding die de speler aanneemt als hij de game in zijn apparaat stopt? En uiteindelijk schrijven we toch voor die potentiele spelers, niet voor onszelf.

    Waarmee ik bedoel: is het eigenlijk wel (voor elk medium) wenselijk dat de journalist een houding aanneemt die haaks staat op die van de doelgroep?

    Zelf duik ik trouwens vol goede moed en met een open mind in elke game, en mijn kritische kant komt dan vanzelf aan het woord (waarschijnlijk al gedurende de eerste minuten) omdat er natuurlijk altijd van alles valt aan te merken, op elke game.

    Het ene hoeft het andere niet uit te sluiten. In tegenstelling tot fysieke petten, kun je van denkbeeldige petten er best een paar tegelijk dragen, of afwisselen.

  44. Rogier Kahlmann · 23-11-2010 · 18.41 uur

    Ik benijd mensen die na het recenseren van honderden spellen nog ergens met goede moed aan beginnen. Cynisme, of het nou goed of slecht is, is iets wat me overkomt, me bekruipt. Ik merk in ieder geval dat mijn negatieve instelling mij niet dwarszit. En omdat ik op voorhand alles even kut vind ben ik, hoe paradoxaal het ook klinkt, onbevooroordeeld. Iets waarvan fans, of zelfs mensen met een lichte voorkeur, meer moeite mee zullen hebben.

  45. Jurjen · 23-11-2010 · 19.47 uur

    Rogier: Het lijkt me stug dat je op voorhand alles even kut vindt. Waar is je houding van ‘ik heb geen idee’ dan gebleven? Sowieso getuigt het niet meteen van een kritische blik naar jezelf om te stellen dat je onbevooroordeeld bent. Als dat echt zo is, ben je waarschijnlijk de eerste mens met die kwaliteit.
    Aan de andere kant geloof ik dat de overdrijving jou net zo lief is als mij, en dat we waarschijnlijk minder uiteen lopen dan het hier lijkt.

  46. Rogier Kahlmann · 23-11-2010 · 19.52 uur

    Ik heb ook geen idee, en je hebt gelijk dat we waarschijnlijk niet ver bij elkaar vandaan zitten noch dat we het oneens zijn over iets. Zie het zo: een spel moet mij zien te overtuigen. Het trekt mij naar zo’n console om er weer tijd in te gaan steken. Dat is op zichzelf al kut. Als het me dan toch weet te boeien dan is er iets goeds aan de hand.

  47. Marcel van Werkhoven · 23-11-2010 · 20.29 uur

    Allereerst zie ik de game-industrie als entertainment en niet als nieuws/politiek. Metroid: Other M voelde ten tijde van de preview fenomenaal aan, maar ik gaf duidelijke kritiekpunten aan. In de uiteindelijke game en meer complexe scenes werkte het allemaal een stuk minder goed dan in de demo. Iets dat je niet kunt voorspellen, je verwacht dat Nintendo een Metroid-game degelijk afwerkt.

    Dat verschillende petten/meningen/identiteiten komt op mij over als schizofrenie. Je bent jezelf en je moet niet die kritische Zelda-fan of constante afzeiker gaan forceren. Dat is nep, daar prikt men doorheen. Ik kwam laatst een opinie stuk tegen op een site van een Nintendo gerelateerd gamesblad. Het begon met: “Ik heb GoldenEye 64 eigenlijk niet gespeeld en GoldenEye 007 voor de Wii slechts 5 minuten want het boeit me niet, maar toch vind ik dat er niet met een roze bril naar de Wii-game gekeken moet worden em iedereen prijst het de hemel in!”. De grootste mogelijke onzin, omdat ten tijde van dat artikel geen enkele site de game een buitensporig hoog cijfer had gegeven en dat nog steeds niet gebeurt is. Dat is zeiken om te zeiken, daar schiet niemand iets mee op.

    Persoonlijk spreek ik soms in de artikelen zelfs de uitgever aan. Zo plaatste ik in de review van Need for Speed: Pro Street Wii een vergelijking tussen EA’s screenshots en screenshots van de daadwerkelijke game. Iets dat bladen nooit doen, die pakken gewoon het reclamemateriaal en plakken dat in het artikel.

    De rollen fan en journalist vloeken overigens totaal niet met elkaar. Je kan best een fan zijn met een kritische blik en tegelijkertijd gamejournalist. Fans zijn meestal zelfs meer uitgesproken met hun kritiek. Zo prijzen de ‘gamejournalisten’, momenteel de zoveelste buggy COD sequel de hemel in, die sinds jaar en dag op de stokoude Quake 3 engine draait, maar nog steeds punten krijgt voor goede graphics. De fans vullen de forums ondertussen met kritiek. Aan de andere kant schrijven de gamejournalisten precies wat het publiek wil horen. Overigens is gamejournalist bij voorbaat al een lege term en is de ene gamejournalist niet beter of meer fan dan de andere.

  48. Bas · 23-11-2010 · 20.40 uur

    @David ik vind het toch opmerkelijk dat je een kritische blik en onpartijdigheid ziet als belangrijke criteria voor gamejournalistiek, en ‘transparantie’ daarbij van minder belang.

    Quote: “je kan zelfs fan zijn van een bepaalde game, franchise of uitgever, maar in je rol als journalist houd je dat voor je.”

    Als lezer wil ik juist de schrijver kunnen aanspreken op zijn achtergrond, motivatie en betoog; Ik wil weten hoe je aan bepaalde informatie of tot een bepaalde mening bent gekomen. Daaraan kan ik toetsen of ik het er mee eens ben en of het geschrevene op waarheid berust.

    Ter vergelijk: sommige journalisten komen er openlijk voor uit dat ze wel eens voor uitgevers werken en dus mogelijk commerciële belangen hebben. Sommigen zetten dat zelfs in hun journalisten profiel. Ik heb daar geen problemen mee, zolang ze er transparant over zijn. Ik vind het problematischer als het wordt verzwegen, pas dan dringt de schijn van belangenverstrengeling zich op. Dezelfde logica kan je toepassen op het ‘fan’ of ‘hater’ zijn (om de andere kant maar eens te noemen).

  49. Sander Holsgens · 24-11-2010 · 15.09 uur

    Ik vind dat de algehele discussie fundamenteler kan en misschien wel moet, al spoort David ons hier wel toe aan. Een recensent houdt zich bezig met een waardeoordeel en is, zoals Rainier terecht opmerkt, gekleurd in elk opzicht. Alleen al het format waarin hij zijn lapje tekst giet, getuigt hiervan.

    Het punt waar ik in discussies als deze over struikel, is dat we taal enkel als een soort venster zien waar we doorheen moeten kijken. We roepen van alles in recensies en discussies als deze, maar houden ons totaal niet bezig met iets als een conceptuele analyse. Wat beweren we eigenlijk en hoe geven we onze argumenten vorm?

    Iemand als John Locke (de filosoof, niet het fenomenale personage uit Lost) was ervan overtuigd dat taal mist voor onze ogen is. Nu roep ik niet dat recensenten zich met taalfilosofie bezig moeten gaan houden, maar ik heb soortgelijke discussies al snel het gevoel dat er langs elkaar heen gepraat wordt. Daardoor krijg je al snel dat je in bijvoorbeeld de gebruikelijke objectivteit versus subjectiviteit-discussie belandt, in plaats van dat je je kunt focussen op een specifieker ‘probleem’/fenomeen. De betekenis van taal is intersubjectief en ik denk dat daar nog veel te winnen valt buiten de daadwerkelijke discussie om.

  50. Mesijs · 24-11-2010 · 18.21 uur

    Het lijkt erop dat het ‘fan-zijn’ een beetje een woordenspelletje is zonder dat duidelijk is wat ermee wordt bedoeld.

    Als je met fan bedoelt: door een roze bril een game beoordelen als gamejournalist, dan is dat natuurlijk een doodzonde.

    Als je met fan bedoelt: een waardering hebben voor meerdere games van dezelfde serie, dan zie ik geen probleem gerelateerd aan gamereviewen.

    Ik kan best fan zijn van de God of War-reeks, omdat ik vaststel dat ik (vrijwel) elk God of War-deel gewoon een heel goed spel vind. Het probleem komt pas als er een nieuwe God of War uitkomt en ik dat spel gunstiger zou beoordelen puur omdat ik door mijn roze bril zou kijken.

    Vergelijk het met een voetbalcommentator: die mag best wel fan zijn van Ajax. Er is pas een probleem als hij eenzelfde overtreding van Ajax als Feyenoord totaal anders becommentarieert.

  51. Bas · 25-11-2010 · 8.03 uur

    Ik denk dat ‘fan-zijn’ vaak last heeft van ‘niet volwassen genoeg’. Geen enkele tak heeft zo veel invloed van kinderen en pubers als de videogames wereld. En dat is waar de schoen wringt, want ook zij schrijven zo graag over hun ‘hobby’ en het gaat zo makkelijk met internet. Ik vind dat lezers zelf mogen bepalen wat ze goed vinden en dat niet, weer, Bashers laat doorschemeren wat goed is en wat niet. Dat likt tegen het elitaire aan waar Quint terecht een punt heeft.

  52. Francis Doornaert · 28-11-2010 · 1.49 uur

    @David Eerst zeg je:

    “Dit is niet de zoveelste poging om duidelijk te krijgen wat gamejournalistiek is.”

    Maar dat is het wél, natuurlijk. En dat lijk je even later te beseffen, want dan som je ineens vier voorwaarden op waaraan een gamejournalist moet voldoen:

    “Ik ga er vanuit dat wanneer jij je gamejournalist noemt, je minstens de schijn van onpartijdigheid probeert op te wekken, dat je enigszins kritisch naar spellen kijkt en dat je je ‘fan-zijn’ even laat voor wat het is en een game beoordeelt (of een verhaal schrijft) vanuit een zo’n neutraal mogelijke positie.”

    Die laatste voorwaarde — zo neutraal mogelijk zijn — stoort me. Elke journalist, en zeker een gamejournalist, is gekleurd, zoals Rainier opmerkte. Ook Bas haalt een interessant punt aan dat bij dat van Rainier aansluit: liever transparantie dan de illusie van neutraliteit.

  53. Jan Laros / Aerschtuner · 29-11-2010 · 13.07 uur

    Een goede reactie van een van mijn collega’s: http://gathering.tweakers.net/forum/list_message/35108207#35108207

  54. freekdeman · 15-12-2010 · 11.34 uur

    Is een recensent journalist of niet? Naar mijn bescheiden mening niet omdat een recensent een oordeel moet vormen een journalist dat juist per definitie niet doet. De meeste gasten die zichzelf game-journalist noemen gebruiken geen enkel journalistiek middel en dat willen ze ook helemaal niet. (ze noemen zich zo omdat ze denken dat het hoort)

    Over fan zijn: vergelijk de stukjes uit de Volkskrant eens met de stukken op Kotaku, fans schrijven leuker beter en meer onderhoudend dan journalisten. Journalisten verslaan iets waar ze bij zijn of wat ze aanschouwen maar een fan laat het je beleven. Er is helemaal niets mis met fan-zijn. Er is ook niks mis met geen journalist zijn. Ik ben het eens met David.

Volg de reacties op deze post via RSS

Plaats een reactie

Registreer je als vaste gebruiker. Heb je dit al eens gedaan, log dan in.

Hou de discussie menselijk en inhoudelijk. Reageer bij voorkeur onder je echte naam, met je foto als avatar (via Gravatar).

Toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>