Matthijs Dierckx Kuijper is uitgever van Control. Voor Bashers schrijft hij over RPG’s.

Ik sta graag te boek als Final Fantasy-fan en nog liever als Final Fantasy-kenner. Dat eerste ben ik echt, dat tweede slechts ten dele. Final Fantasy VII heb ik immers nooit gespeeld.
Mijn kantoor is gevuld met Final Fantasy-prullaria, de geboortekaart van mijn zoon is gedrukt in Final Fantasy-letters en tot frustratie van mijn collega’s bestaat mijn favoriete muziek uit, juist, Final Fantasy-soundtracks. En toch heb ik het kennelijke hoogtepunt in de serie nooit gespeeld.
Tot een paar maanden geleden. Die vre-se-lij-ke koninginnedagvrijmarkten zijn tegenwoordig net iets minder afgrijselijk. Tussen de derdehands epilady’s en 386’s verschuilen zich immers ook games. En welke! Een half uurtje drentelen door Proletarië leverde naast een originele Metal Gear Solid ook een complete Final Fantasy VII op. Alle vier de schijfjes, waarvan alleen de laatste zodanig bekrast dat die het echt nooit meer zou doen.
Enfin, vol enthousiasme disk één nog diezelfde avond in mijn PS3 gegooid om op mijn PSP-schermpje de verrichtingen van Cloud en de zijnen te volgen (om de een of andere reden dragen de hoofdpersonen van veel Final Fantasy-titels een weer-onderdeel als naam; wat te denken van Lightning en Snow uit XIII?).
Een stap terug in graphics vind ik geen probleem, het gaat mij immers om het verhaal (zo is Final Fantasy X het beste bewijs dat de roman van de toekomst een game zal zijn, maar dat terzijde).
Ik heb wel een ander probleem met het spel: het is onspeelbaar. Serieus, Final Fantasy VII is niet te spelen. Ik heb maar één keer in mijn leven een controller kapotgegooid (Metal Gear Solid 2) en alleen omdat ik nu een PSP in mijn handen had, bleef het daarbij.
Wat is dit spel slecht voor je bloeddruk. Voorbeeld. In Final Fantasy VII maakt de omgeving je redelijk duidelijk wanneer je ergens op kunt duwen (het geeft licht) of niet (al het andere). Op een gegeven moment doolt onze Cloud (lid van terroristenclubje Avalanche, lawine) rond op een treinenkerkhof. Allemaal treinen en vooral locomotieven die heel erg stuk zijn, niet meer rijden. En vooral de weg blokkeren. Daar begint de ellende.
Mijn Cloud springt een uur lang (serieus!) van de ene op de andere trein, tevergeefs zoekend naar een doorgang. Wanneer iets basaals als een route door de developer zo goed is verstopt, houdt het voor mij over het algemeen al snel op. Maar dit is Final Fantasy VII, het hoogtepunt van de serie waar ik zo van hou. Ik móét wel doorzetten. Maar ik kom dit ene kuttige scherm niet eens voorbij! En al helemaal niet omdat ik om de haverklap een random battle moet uitvechten.
Anno 2009 is er de oplossing genaamd Youtube. Voor elk spel is er wel een gek te vinden die een opname laat meedraaien gedurende de hele game en die in hapklare brokjes serveert op de videosite. Zelfs voor Final Fantasy VII, dat zo’n vijftig uur kost om uit te spelen. Necroscope86 heet de meneer-met-tijd-teveel, en hij laat mij middels een filmpje zien hoe ik voorbij het treinenkerkhof kom.
Een van de locomotieven lijkt alleen maar stuk! Dus, hoewel je in de hele game tot dan toe alleen maar op oplichtende objecten hebt kunnen klikken, blijken doodse stukken metaal nu in eens te kunnen rijden! Hoe had ik dit zonder Youtube, zonder Necroscope86 ooit kunnen ontdekken?!
Ik ben inmiddels bijna aan het einde van de eerste disk en Sephiroth zal snel het schattige bloemenmeisje Aerith/s aan zijn lange zwaard spietsen. Toch ben ik geen tien minuten doorgekomen zonder de hulp van Necroscope86. Het is zelfs zo erg dat ik momenteel serieus overweeg de game te laten voor wat hij is en hem gewoon uit te kijken op Youtube.
Zou het aan mij liggen? Ik weet het niet, andere delen heb ik immers wel uitgespeeld (III, IV, VIII, IX, X, XII), sommige zelfs meer dan eens. Ook aan het verhaal ligt het niet, dat is fascinerender dan het hele oeuvre van Connie Palmen en Harry Mulisch bij elkaar.
Het frustreren of ‘pesten’ van de speler was in 1997, toen Final Fantasy VII op de markt verscheen, nog heel gewoon. ‘Uitdagende’ gameplay was juist een belangrijk basiselement. Tegenwoordig doen developers meer hun best de speler vooral plezier te laten beleven aan hun game. Fable II, Prince of Persia en Dragon Quest VIII hebben doodgaan al bij het vuil gezet, Dirt geeft je een tweede kans na een stuurfout en in het briljante Flower is er sowieso geen straf, wat je ook doet.
Een gamer anno 2009 verwacht iets anders van een spel dan een gamer twaalf jaar geleden. Uitdaging? Ja. Frustratie? Nee. Maakt dat van Final Fantasy VII een slecht spel? Was het in 2009 uitgebracht, dan was het antwoord een simpel ‘ja’ geweest. Zelfs het meest conservatief denkbare genre, de Japanse RPG, heeft immers werelddelen vooruitgang geboekt het afgelopen decennium.
Maar Final Fantasy VII is een retrogame, pure gamegeschiedenis. Was dit spel er niet geweest, dan had de gameswereld er tegenwoordig anders uitgezien. De invloed van Hironobi Sakaguchi’s magnus opus valt nauwelijks te overschatten. En juist daarom is het zo vreselijk jammer dat dit spel zulke grote problemen heeft. Want helaas komt het hier op neer: Final Fantasy VII, de grote klassieker, is anno 2009 onspeelbaar.
