
Er valt me iets op aan de discussie over de intentie van de EU om een gedragscode af te spreken voor de verkoop van gewelddadige games. Ook hier op Bashers zeggen steeds meer mensen: “Prima, als ze de games maar niet verbieden. Gewelddadige games weghouden van minderjarigen vind ik eigenlijk wel een goede zaak.” Ik ben het daar niet mee eens.
Er is maar één reden waarom je kinderen toegang tot gewelddadige games zou ontzeggen, namelijk dat het schadelijk voor ze zou zijn. Immers, als het niet schadelijk is, waarom zou het dan niet mogen? Maar zoals in gamekringen inmiddels vaak genoeg is herhaald: het is allerminst bewezen dat het spelen van games schadelijke gevolgen heeft. Ik wil zelfs het tegengestelde beweren: gewelddadige games kunnen goed zijn voor kinderen.
Ik bedoel niet dat ieder kind gedwongen GTA moet spelen en dat het daar dan een beter ruimtelijk inzicht van krijgt of zo (hoewel het wellicht zo is).
Wat ik wel bedoel is dat als kinderen de behoefte hebben om gewelddadige games te spelen, we die behoefte serieus moeten nemen. Die gedachtengang heb ik van Gerard Jones, de auteur van het boek Killing Monsters: Why Children Need Fantasy, Super Heroes, and Make-Believe Violence, waarin hij op overtuigende wijze diep op deze materie in gaat.
We leven in een wereld waarin naast aangename dingen ook onaangename dingen gebeuren. Open deur misschien, maar het is zo. Zeker nu iedereen internet heeft is het onmogelijk om kinderen daarvan af te schermen, als ze al niet via de krant of het journaal over verkrachting, marteling, moord en andere gruwelijkheden horen. Ook dichter bij huis is het leven niet louter plezierig: opa’s en oma’s gaan dood, en misschien is er wel een klasgenootje dat door een vader of moeder mishandeld wordt.
Kortom, de wereld is vol van dood en verderf. Of je het wilt of niet, ook van de wereld van kinderen maakt het deel uit. En, zegt Jones, kinderen zoeken manieren om dat te begrijpen. Om het te verwerken. Om er mee om te gaan.
Spelen helpt daarbij. In een aloud spel als cowboy en indiaantje kunnen kinderen bijvoorbeeld op (doorgaans) veilige wijze op elkaar uitproberen hoe het is om gevangen te nemen, gevangen te worden, te moorden en vermoord te worden.
GTA, en andere gewelddadige videogames, liggen in het verlengde van zulke schoolpleinspelletjes. Ze zijn een veilige simulatie van geweld, waarmee je kunt ontdekken wat geweld is, hoe het voelt, en dat het toepassen van geweld in de echte wereld doorgaans niet echt een optie is. Dat er af en toe mafkezen opstaan die dit laatste niet begrijpen en veel pijn, verdriet en media-aandacht veroorzaken, doet niets af aan het argument.
Nogmaals, ik bedoel niet te zeggen dat ieder kind GTA zou moeten spelen. Maar sommige kinderen willen het graag en hebben er iets aan. Toen ik in groep acht zat, op de basisschool, hadden sommige jongens het over de videobanden van Faces of Death, waarin je ziet op welke manieren je allemaal dood kan gaan. Zelf had ik daar volstrekt geen behoefte aan, die jongens wel. Voor zover ik weet is het goed met ze afgelopen. Ik weet niet of die video’s toen verboden waren, of ‘voor zestien jaar en ouder’, maar van mij had het niet gehoeven.
Ik vind het trouwens prima als ouders hun kinderen bepaalde zaken verbieden. Dat moeten ze zelf weten. Het is aan ouders om hun kinderen op te voeden zoals dat hen goeddunkt. Maar wat me tegenstaat is het idee dat het aan de overheid zou zijn om te bepalen wat wel en niet mag.
Als je het winkeliers aanrekent als kinderen games kopen met de classificatie 18+, dan neem je in feite de verantwoordelijkheid weg bij de ouders. Een slechte zaak. Toch is het in Nederland inmiddels zo geregeld. Het EU-voorstel is geïnspireerd op de Nederlandse aanpak.
Mocht straks - even een vrije associatie - een of andere 17-jarige mafkees uit, zeg, Noordwijk, het in zijn hoofd te halen om zo’n modieuze spree shooting los te laten op zijn school, dan kunnen de ouders zeggen: “Het komt doordat Bart Smit hem GTA IV heeft verkocht, wat niet had gemogen. Aan ons heeft het niet gelegen.”
Maar - en iedereen die Bashers leest weet dit al lang - zo’n spelletje kan natuurlijk nooit de oorzaak zijn van zo’n gruwelijke schietpartij. Ik acht het zelfs onwaarschijnlijk dat het de directe aanleiding kan zijn. Spree shootings op scholen kwamen veertig jaar geleden al voor, toen er nog lang geen games waren.
Eerder zie ik aanleiding voor zulke gekkigheid in de uitgebreide media-aandacht voor spree shootings. Ideeën verspreiden zich van mens tot mens en als een idee aandacht krijgt in massamedia, kan het zich extra snel verspreiden. Niet voor niets werden er vlak na de spree shooting van Pekka-Eric Auvinen andere Finse jongens opgepakt die mogelijk van plan waren de 18-jarige na te doen.
Ouders hebben trouwens niet alleen het recht om hun kinderen op te voeden zoals ze willen, ze kunnen ook beter dan wie ook inschatten wat hun kinderen aankunnen.
Voorbeeld: als je kind Silent Hill speelt en er niet van kan slapen, is het duidelijk dat het dit beter niet kan doen. Of: als hij (of zij) andere kinderen op het schoolplein in elkaar slaat, zou je eens kunnen kijken of er iets verandert als gewelddadige games achter slot en grendel verdwijnen. Maar voor het gros van de kinderen dat zelf aangeeft zo’n game te willen spelen, is er niets aan de hand.
De gameclassificaties begonnen als een advies voor ouders: GTA IV is een spel dat ruwweg geschikt is voor personen van 18 jaar en ouder. Met alle media die het huishouden binnendringt kan het lastig zijn om precies bij te houden wat het allemaal is. Zo’n rating komt dan goed van pas. Maar het label 18+ is wat mij betreft geen harde vaststelling, maar een ruwe schatting.
Want ieder kind is anders. Ik geloof stellig dat er 12-jarigen bestaan die prima met GTA om kunnen gaan. Die er, zoals gezegd, iets aan hebben in plaats van dat ze ervan schrikken of er zelfs van doordraaien. Tegelijk geloof ik stellig dat er ergens een 27-jarige, visueel ingestelde moleculair bioloog is die misselijk wordt van grafisch geweld.
De classificatie 18+ zou gezien moeten worden als een indicatie, niet als een feit. Je kunt niet weten voor welke leeftijden een spel exact geschikt is en je mag er dus ook geen wettelijke afspraken over maken. Dat is niet alleen - het woord valt de laatste tijd gelukkig vaak in de media - betuttelend, het is ook pertinent onjuist. Nogmaals: games zijn veilige simulaties van de werkelijkheid. Games zijn niet schadelijk.
De inschatting of iemand gewelddadige games mag spelen of kopen zou aan de verantwoordelijke moeten zijn: tot 18 jaar zijn dat de ouders, in het geval van de 27-jarige gevoeligert is hij het zelf en dient hij zelf in te zien dat als hij misselijk wordt van een spel, hij het beter niet kan spelen. De overheid dient hier in elk geval geen rol te spelen.
Het is, vind ik, tijd om deze discussie een nieuwe draai te geven. Niet alleen moet het EU-voorstel snel van de tafel verdwijnen, ook moet de Nederlandse regelgeving worden teruggedraaid.