Rogier Kahlmann schrijft over games in de breedste zin van het woord. Niemand is veilig voor Kahlmann, vooral hijzelf niet.

Tot voor kort gamede ik dagelijks. Tot voor kort schreef ik daar ook dagelijks over. Elke week wel een recensie en een column, en met Bashers erbij werd het alleen maar meer. Ik vond het leuk om over games te schrijven en, ondanks mijn wat zure toon, genoot ik van het medium. Twee maanden geleden veranderde dat toen mijn vriendin, de daarvoor nog veronderstelde liefde van mijn leven en de vrouw van mijn ooit nog te verwekken kinderen, mij na acht jaar verliet voor een ander. De details over die breuk ga ik uit (allicht misplaats) respect voor haar niet uit de doeken doen, dit gaat enkel over de consequenties, de nasleep, en het - zoals het nu voelt - einde van een hobby.
Sinds ze bij me weg is heb ik nauwelijks nog een gamepad aangeraakt. Toen ik nog met haar was, en we bijna altijd onze avonden samen doorbrachten, kon ik de spaarzame momenten alleen nog waarderen en uitbuiten. Als zij weg was met vriendinnen sloot ik de gordijnen, vuurde ik mijn beamer en Playstation op en knalde ik schaamteloos de hele avond door. Dat soort avonden alleen zou ik nu permanent kunnen hebben. Nu heb ik genoeg tijd om alle games te spelen waar ik eerder niet aan toe kwam. Dit zou het perfecte moment zijn voor een inhaalslag. Ik zou meer kunnen schrijven ook, voor Bashers, maar ook voor mijn eigen site, DGS. Maar de wil is weg.
Red Dead Redemption
Onlangs kwam Red Dead Redemption uit. Normaliter word ik opgewonden van alles wat Rockstar uitbrengt en ik wist dan ook zeker dat ik hun GTA slash spaghettiwestern zou opsmullen. Red Dead Redemption zou mijn liefde voor games weer aanwakkeren. Ik kocht het spel bij de videotheek om de hoek, daar waar wij altijd onze films huurden en ruzieden wanneer ik mijn zin weer eens doordreef. Na vijf uur paardrijden en mensen doodschieten legde ik de controller neer en verzuchtte ik: “Wat een kutspel is dit toch.”
Daarna dook ik de lokale kroeg in en voegde ik mij in een rij van eenzame mensen. Als in Hoppers schilderij Nighthawks bleef ik tot in de kleine uurtjes hangen, zonder aanspraak en zonder oogcontact. Enkel af- en toe wijzend naar mijn lege bierglas waarna de barkeeper mijn glas bijschonk. Na sluitingstijd wankelde ik naar huis, stortte ik mezelf op mijn bank (Ikea, samen gekocht) en huilde. Red Dead Redemption bood geen verlossing, zelfs geen afleiding. Alleen alcohol, en de meisjes van de sekslijnen die de nacht domineren op commerciële zenders, konden dat. Normaliter slaap ik dan allang, naast haar. Op tijd.
E3-persconferenties
Twee weken terug schoof ik aan bij de E3-podcast, een uitnodiging die al een poosje stond. Op de dag zelf heb ik plichtmatig de drie persconferenties gekeken om niet helemaal een modderfiguur te slaan. Het waren de langste uren in mijn leven. Kinect boeide me niet, 3D boeide me niet en de games boeiden me niet. Tijdens de opname veinsde ik interesse in een aantal zaken, maar vooral omdat Menno zo negatief aan het doen was over alles wat niet met een ‘N’ begon. Als ik mee was gegaan in zijn scepsis dan was de podcast topzwaar en deprimerend geworden. Voorheen was cynisme een stijlkeuze, nu is het voor het eerst iets dat ik echt kan voelen. Gamen interesseert me op dit moment geen ene reet meer. Spellen waar ik rijkhalsend naar uitkeek laten me koud. Aankondigingen waar ik niet lang geleden nog warm voor liep laat ik schouderophalend aan me voorbij gaan.
Dit, beste lezer, is voor nu even mijn laatste bijdrage aan Bashers totdat ik het weer leuk vind om te gamen en erover te schrijven. Ik hoop dat mijn liefde (ervoor) ooit weer terugkomt, al is het alleen maar om die heerlijke, soms veel te serieuze reacties op deze soms veel te serieuze site, uit te mogen lokken. Kahlmann uit.
