Slechtbetaalde tussenpersonen of goedbetaalde fans?



Nrc.next publiceerde gisteren een dubbele pagina over gamejournalistiek, waarin de krant ook het voornemen uitsprak om vaker en meer over games te gaan publiceren. Dit is de bijdrage van David Nieborg, lees ook die van Niels ’t Hooft. Deze discussie is hier al zo vaak gevoerd, dat vaste bezoekers er misschien genoeg van hebben. Maar onze redacteuren bij de krant bleken juist veel interesse te hebben in het onderwerp - vandaar dit tweeluik. Om dezelfde reden is er donderdag een avond over gamejournalistiek in de Waag in Amsterdam.

Wat zal pr-medewerker Jim Redner een spijt hebben. De Amerikaan was geïrriteerd over de negatieve recensies van het schietspel Duke Nukem Forever. Namens zijn pr-bureau The Redner Group twitterde hij: “Too many went too far with their reviews…we r reviewing who gets games next time and who doesn’t based on today’s venom.”

Oftewel, de recensies die in de ogen van Redner te ongenuanceerd kritisch zijn krijgen voortaan geen gratis recensie-exemplaar meer opgestuurd. Al snel komen journalisten de tweet op het spoor en is er een stortvloed aan negatieve reacties. Het daaropvolgende antwoord van 2K Games, de uitgever van Duke Nukem Forever, is even snel als duidelijk: “The Redner Group representeert niet langer de producten van 2K games.” Binnen een dag is Jim Redner een belangrijke klant kwijt, verwijdert hij zijn oorspronkelijke dreigement en vervangt hij deze met een excuus. Hij zou op eigen houtje geopereerd hebben.

De reactie van 2K Games is misschien begrijpelijk vanuit pr-oogpunt, maar ook enigszins hypocriet. Feit is dat er constante druk wordt uitgeoefend op gamerecensenten. Vaak gaat het om subtiele druk. Denk aan een telefoontje van een pr-medewerker aan de recensent, om te vragen waarom er een lager cijfer is gegeven dan bij collega-recensenten. Of door een recensent, tijdens een van de vele industriefeestjes, aan te spreken op zijn kritische houding.

Ordinair dreigen met het inhouden van toegang tot voor recensenten belangrijk persmateriaal, zoals ook Redner dat deed, is zeldzamer, maar niet ongewoon. Al zijn de meeste pr-medewerkers wel zo slim om het niet via e-mail of Twitter te doen. Binnen de gamejournalistiek wordt deze harde vorm van druk ook wel blackballing of blacklisting genoemd: recensenten die tijdelijk uit de gratie zijn gevallen bij uitgevers en “niets meer opgestuurd krijgen”. Een dag nadat Redner aan de kant is gezet, twittert de Britse gamejournalist Tom Bramwell van Eurogamer.net: “We are blacklisted by @2KGames and it seems to be standard practice.”

Nu is de positie van de gamerecensent niet uniek. Ook bij andere vormen van entertainmentjournalistiek volgen pr-medewerkers een tweesporenbeleid. Enerzijds wordt er getracht een persoonlijke band op te bouwen met recensenten en worden zij in de watten gelegd op luxe perstrips, premières en feestjes. Anderzijds kan een kritische recensent geen persmateriaal opgestuurd krijgen. Het feit dat Jim Redner ook maar overweegt om zo openlijk een dreigtweet de wereld in te sturen geeft in ieder geval aan wat de de machtsverhouding is tussen game-industrie en de gamepers.

Cijfers

De ontwikkelingsbudgetten van blockbustergames blijven maar toenemen; enkele tientallen miljoenen euro’s zijn geen uitzondering meer. Gevolg is dat juist voor deze games voortdurende positieve aandacht en hoge cijfers in recensies cruciaal zijn.

Niet voor niets maken game-uitgevers afspraken met game-ontwikkelaars over de kwaliteit van nieuwe titels. Haalt een nieuw spel gemiddeld een 8,5 of hoger dan krijgen de game-ontwikkelaars een bonus. De aanname is dat games die zulke hoge cijfers halen beter verkopen dan zeventjes of lager. Op websites als metacritic.com en gamerankings.com worden van alle grote games de cijfers van verschillende recensenten verzameld en die geven een aardige indicatie van de kwaliteit van een titel. Duke Nukem Forever bijvoorbeeld heeft een gemiddelde van een vijf.

Ook pr- en marketingmedewerkers worden afgerekend op de hoogte van cijfers en soms zelf de inhoud van recensies. En dus is er vanuit de game-industrie de nodige druk om, zoals dat heet, “positieve buzz” te laten genereren door recensenten.

Follow the money

Om berichtgeving bij te sturen delen pr-medewerkers strategisch brokjes informatie uit. Voor zowel recensent als game-uitgever geldt: hoe exclusiever de informatie, hoe beter. Het is doodnormaal om als gameblad te overleggen met een zogenaamde product manager. In ruil voor een recensie van twee volle pagina’s mag de recensent dan mee ‘op trip’ naar Stockholm, Shanghai of New York om daar voor een paar uur een gamestudio te bezoeken. Uiteraard is er dan nog alle tijd om uitgebreid te dineren en de stad te zien.

Is de gamejournalistiek dan een corrupte immorele bende die zich hersenloos door pr-medewerkers laat sturen? Zeker niet, maar de gamerecensent is van oudsher bijzonder afhankelijk van de industrie die hij volgt. En terwijl de mogelijkheden om online te publiceren eindeloos zijn, hebben juist de meest gelezen gamebloggers en recensenten een innige, vaak persoonlijke band met ontwikkelaars en pr-medewerkers. Je kan stellen dat recensenten en game-industrie een gedeeld belang hebben: het enthousiasmeren van gamers. Deze houding is te verklaren omdat de huidige vorm van gamekritiek zijn wortels heeft in de fancultuur.

De meerderheid van gamecritici is niet opgeleid als journalist of als wetenschapper, maar is autodidact. Traditionele journalistieke waarden worden als beknellend ervaren en voor veel vooraanstaande gamecritici is het hele idee van zoiets als gamejournalistiek een volkomen achterhaald begrip. Of in de woorden van Jan-Johan Belderok, werkzaam voor Power Unlimited en Gamekings: “Mijn ambitie is namelijk niet games reviewen, maar gaming aanprijzen. Gamers lekker maken, gewoon zorgen dat er veel gebeurt hier op gamesgebied”.

Komt nog eens bij dat zij die toegetreden zijn tot het selecte groepje mannen die daadwerkelijk hun boterham kunnen verdienen met schrijven over games een wereldbaan hebben. Ga maar na. Op kosten van de industrie word je de hele wereld overgevlogen. Je speelt games eerder dan wie dan ook en mag uitgebreid met de makers praten. Deze toegang heeft onvermijdelijk zijn weerslag op een recensie. Het idee dat de game-industrie collectief honderden miljoenen uittrekt om recensenten te fêteren zonder dat dit enig effect zou hebben is hopeloos naïef.

16 reacties

  1. Wesley · 29-6-2011 · 12.00 uur

    Hetgeen David hier beschrijft is natuurlijk een kwalijke gang van zaken. Helaas is er volgens mij geen speld tussen te krijgen.

    Ik zie het ook niet zo snel veranderen helaas.

  2. Robert August de Meijer · 29-6-2011 · 13.07 uur

    De computerspelontwikkelaars hebben bijvoorbeeld eerdere releases te bieden: die zijn niet nodig, zolang het blad een wat geduldiger lezersgroep heeft.

    Interviews met ontwikkelaars zal moeilijker zijn. Ben ik naief als ik beweer dat een ontwikkelaar die boeiend genoeg is om te interviewen ook respect zal hebben voor onafhankelijke kritische journalistiek?

  3. Samuel Hubner Casado · 29-6-2011 · 13.38 uur

    “Deze toegang heeft onvermijdelijk zijn weerslag op een recensie. Het idee dat de game-industrie collectief honderden miljoenen uittrekt om recensenten te fêteren zonder dat dit enig effect zou hebben is hopeloos naïef.”

    Ik blijf vinden dat dit dus niet hoeft. Overigens heb ik het bovenstaande wel vaker gehoord, niet alleen van David, maar zelden met een goede uitleg van waarom het precies altijd naïef is.

    Feit is dat elk mens anders is, en ik geloof oprecht dat er echt een paar journo’s tussenzitten die zonder al teveel moeite kunnen genieten van hun voorrecht zonder beïnvloed te worden door de industrie.

  4. Han · 29-6-2011 · 14.05 uur

    @Samuel
    Je hebt absoluut gelijk dat niet elke journalist zich automatisch laat beïnvloeden bij het aannemen van cadeautjes. Maar schijnbaar werkt het voor merendeel niet zo, anders doen die (beursgenoteerde) bedrijven dat echt niet. En ik denk ook dat het toch ook meewerkt in de beleving van de recensent, niet perse directe beïnvloeding, maar wel op de state of mind. Gefêteerd zie je de wereld net wat kleurrijker vermoed ik.

  5. Randy Timmers · 29-6-2011 · 14.07 uur

    In de eerste plaats: erg goed (geschreven) stuk.

    Ik ben het wel eens met Samuel over de laatste alinea. Ik zie zelden een recensent waarvan ik het idee heb dat hij/zij beïnvloed is door de publisher. Dat zou uit de scores moeten blijken en dat doet het niet.

    Wat natuurlijk wél zo is, is dat er door bijvoorbeeld de PU kostbare aandacht wordt verkocht. Hoewel ik begrijp dat er geld moet worden verdiend, vind ik het belachelijk dat een matige game een coverstory krijgt of een review van meerdere pagina’s. Dit gaat (vooral in de PU) regelmatig ten koste van betere titels die deze aandacht daadwerkelijk verdienen.

  6. Maarten Brands · 29-6-2011 · 14.30 uur

    @Samuel

    Uit de praktijk blijkt dat het zo werkt. Ik kan een avondvullend programma maken met voorbeelden als je dat zou willen :)

    Het grootste misverstand onder journalisten is echter dat het met het aanbieden van ‘free blowjobs’ alleen zou gaan om generen van positieve aandacht. Om meningsbeinvloeding. Het gaat tegenwoordig puur om aandacht an sich. Veel ‘kritische’ journalisten hebben dat niet eens door. Die denken, ‘Ik laat me niet beinvloeden. Ik ga mee, ik accepteer die vette limited edition, maar blijf gewoon kritisch in wat ik schrijf/publiceer’.

    Dude, WAT je schrijft doet er nauwelijks toe. DAT je schrijft is belangrijk. WAT telt in Nederland alleen voor de Power Unlimited, omdat inkopers van winkelketens daarin de cijfers checken, en hun inkoopaantallen daarop baseren.

    Verder gaat allemaal vooral om agenda setting, mind space verkrijgen, eye balls… Of op zijn minst een goedkope SEO strategie.

    Je hebt nog nooit gehoord van spel X dus die koop je sowieso niet. Van spel Y heb je wel gehoord. Wat? Dat maakt nauwelijks uit. Highly publicized shit verkoopt nog altijd beter dan een anoniem meesterwerk.

    De beste manier om echt kritisch te zijn als ‘journo’, is geen aandacht besteden aan iets dat niet relevant is.

  7. Niels ’t Hooft · 29-6-2011 · 14.31 uur

    @Samuel: ook als er drie journalisten zijn op wie het pr-circus geen enkel effect heeft, wordt de groep in zijn geheel natuurlijk wel beïnvloed. En dit uit zich niet per se in een hoger cijfer (wat de headline in nrc.next wel suggereert), maar in de onderwerpskeuze en hoeveelheid aandacht. De industrie zet de agenda; los van de lage cijfers praatte iedereen over Duke Nukem Forever, wat één reden was waardoor het spel naar de top van de charts schoot.

  8. Niels ’t Hooft · 29-6-2011 · 14.31 uur

    Ja, wat Maarten zegt.

  9. David Nieborg · 29-6-2011 · 14.43 uur

    Inderdaad, wat Maarten zegt, zou het zelf niet beter kunnen zeggen!

    “Het gaat tegenwoordig puur om aandacht an sich.”

    Precies, het gaat boven alles om agenda zetten, en in mindere mate om aandacht sturen (previews sessies zijn daar zo’n mooi voorbeeld van) en soms zelfs de berichtgeving zelf (verhalen over hoe vet de perstrip zelf wel niet is).

    Het feit dat gamerecensenten zich maar blijven verschuilen achter “ik ben echt wel kritisch over game X” hoort dus bij die naïviteit.

  10. Tonekly · 29-6-2011 · 15.20 uur

    Ik zie alleen niet goed in waarom dit kenmerkend is voor de gameindustrie. De negatieve punten benoemd door de twee heren komen in elke tak van journalistiek voor. VI wil geen voetbalclub kwaad maken, of ze kunnen de interviews en niewtjes wel vergeten. Bij filmrecensisten is het net zo, mogelijk zelfs bij misdaadjournalistiek/volgers. Onder het motto “Slechte publiciteit bestaat niet”. Waarom is dit in de gameinsdustrie dan zoveel kwalijker?

    Vooral bij het stuk van Niels heb ik het idee dat men zo hard probeert serieus te schrijven over games, dat men er in doorslaat. Af en toe zijn onderzoeken zoals van David nuttig, games nemen nu eenmaal een steeds belangrijkere plaats in.

    Natuurlijk zie ik de PU niet als zware literatuur, maar het door de regels heen ‘bashen’ van deze club getuigt ook niet echt van ‘serieuze’ journalistiek. Ik denk dat ‘volwassen gamejournalistiek’ vanzelf komt wanneer daar daadwerkelijk vraag naar is, zoals dit bij elk onderwerp is gebeurd. Op dit moment is gaming vooral nog vermaak, en is het niet vreemd dat de gamejournalistiek die vermaak poogt te brengen ook het meest succesvol is. Ik vond deze stukjes persoonlijk wat zurig overkomen, en in plaats van veel argumenten brengen waarom de gamejournalistiek niet volwassen is, zou ik graag meer willen horen hoe dit wel mogelijk is.

    Verder wil ik niet dat mijn reply hier te negatief wordt ervaren: Het zijn perfecte discussiestukken heren, anders zou ik niet reageren! ik zie volgende stukjes graag tegemoet.

  11. Robert August de Meijer · 29-6-2011 · 15.40 uur

    Hype is inderdaad waar het om gaat bij vele klanten. Aangezien de PU niet warm wordt voor Balance of the Planet II…

  12. Tonekly · 29-6-2011 · 15.57 uur

    De PU wordt inderdaad niet warm voor Balance of the Planet II, omdat de meerderheid van de gamers ook niet warm wordt van Balance of the Planet II (ik herkende de naam nog trouwens:)). Het blad moet natuurlijk wel verkocht worden, zo realistisch moeten we wel blijven.
    Ik ben van mening dat Voetbal international net zulke leuke stukjes kan maken over mijn voetbalteam Bal op ‘t Dak 12, toch blijven ze over Ajax schrijven.
    Maar 1 of 2 bladzijdes/uitstapjes van de geijkte paden zou inderdaad wel leuk zijn. Maar iets blijft (in de muziek, games of anders) underground door de weinige, hardcore fans. Wanneer je veel fans krijgt wordt je dus mainstream (volgens het cliché). Ik denk dus wanneer Balance of the Planet veel fans zou krijgen, het ook in PU verschijnt. De reden waarom ze dat niet kunnen is waarschijnlijk het grote geld, marketing enz. Je moet zo goed zijn om boven de ‘Big Guns’ uit te steken, dat klopt. Maar hé, zo werkt de (games)(voetbal)(software)(hardware)(groenten)markt.

  13. Peter Koelewijn · 29-6-2011 · 16.40 uur

    Lijkt me leuk om donderdag bij die debatavond aanwezig te zijn.

    Goed om in de comments te lezen dat Power Unlimited er toch wat minder slecht vanaf komt dan dat Davids artikel en Niels’ column doen vermoeden. Het blad publiceert ook steeds meer eigenzinnige artikelen, dan wel verrassende uitgangspunten om perstripjes te verslaan. Ik vraag me af of Jurjen Tiersma ondertussen op de blacklist is beland voor zijn verslag van de “Mario and Sonic at the Londen Olympic Games”-trip. Geweldig stuk om te lezen.

    Maar het staat buiten kijf dat de Nederlandse gamejournalistiek ook andere soorten geluiden mag gaan produceren. Wat er momenteel bij de NRC Next gebeurt, mede dankzij jullie, daar kunnen alleen maar goede (of op z’n minst interessante) dingen uit komen.

  14. Ron Vorstermans · 29-6-2011 · 18.12 uur

    De game-industrie wordt groter, en dus neemt de berichtgeving over games toe. En als het gamemedia-aanbod kwantitatief toeneemt, zal de vraag naar gedegen gamejournalistiek stijgen. Een logisch gevolg, heet dat.

    Ik vind het heel goed dat deze discussie gevoerd wordt (en ik doe zelf altijd actief mee), maar ik denk dat goede gamejournalistiek niet af te dwingen is. De discussie is essentieel voor de toekomst van ons beroep, maar de vraag naar kwaliteitsjournalistiek kun je uiteindelijk niet forceren. Net als een aanbod aan gedreven gamejournalisten, maar daar zit het volgens mij wel goed mee. Overigens zal ook dát aanbod toenemen als de industrie groeit.

    Ik vind de discussie over journalistieke onafhankelijkheid wat dat betreft interessanter, want dat lijkt een probleem te zijn dat niet met de jaren verdwijnt. En dus ook niet bij het groter worden van de industrie. Embargo’s en een overvloed aan PR zijn de entertainmentsector eigen. Ik vraag me af of volledige journalistieke onafhankelijkheid in zo’n klimaat ooit kan ontstaan. Waarschijnlijk niet.

    Dat betekent niet dat je niet kan trachten objectief te zijn. Dat alle PR “onvermijdelijk zijn weerslag op een recensie” heeft, zoals David het zegt, hoeft eveneens niet waar te zijn. Niemand is volledig objectief, maar getrainde journalisten die de normen en waarden van goede journalistiek waarborgen, hebben een goede weerstand dat soort zaken. Nee, immuun tegen alle perstripjes en PR is niemand. Perfecte gamejournalistiek is daarom net als alle andere journalistiek onmogelijk, maar dat sluit goede gamejournalistiek niet uit. Dat laatste is redelijkerwijs goed genoeg.

  15. Nick Kivits · 29-6-2011 · 21.38 uur

    Gelukkig zien we dat het de laatste jaren wel beter wordt. Steeds meer mainstream media gaan op een journalistieke manier om met het onderwerp games. Denk bijvoorbeeld aan het Algemeen Dagblad. Toegegeven, ze schrijven voor huismoeders en huisvaders, en daardoor vindt de gemiddelde gamer de stukken (met uitzondering van de recensies) wellicht suf. Maar de doelgroep is toch wel het belangrijkste. En wat dat betreft doet NRC.Next het ook goed. En ook tijdschriften als Nieuwe Revu gaat het steeds beter met games. Al heeft dat wel een hele tijd geduurd. We komen er wel met serieuze gamejournalistiek, al duurt het lang. Daarom is discussie nooit weg.
    Wat wel lastig is, is de onafhankelijkheid. Want hoewel het merendeel van de journalisten van mainstream media zich niet zo makkelijk laat beïnvloeden (hoop ik uit de grond van mijn hart), heb ik toch het gevoel dat het bij game-specifieke media anders ligt. Die willen vooral de eerste zijn. En ja, dan beloof je een game op de cover te zetten, terwijl hij daar stiekem niet hoort. Of daarom tekenen ‘gamejournalisten’ (staat bewust tussen aanhalingstekens) massaal NDA’s, zodat ze maar alvast die vette game kunnen checken. ‘Omdat iedereen dat doet’, wordt er dan gezegd. Maar juist als grote gamespecifieke media moet je op je strepen staan. Dat gebeurt soms ook wel (werknemer van grote gamesite vertelde me dat ze Nintendo eens ‘dwongen’ hen exclusief een nieuwe Mario-game uitvoeriger en langduriger te laten testen, anders kwam er geen recensie), maar meestal is het nog andersom. Wij maken een game tot topgame als we de game maar als eerste kunnen recenseren. En dat allemaal om de eurootjes.

    PS: Zelfs in de Penthouse verschijnt heel soms een gedegen verhaal over games. Moe-je-nagaan!

  16. Samuel Hubner Casado · 29-6-2011 · 23.46 uur

    Maarten, dank. Geweldige uitleg.

Volg de reacties op deze post via RSS

Plaats een reactie

Registreer je als vaste gebruiker. Heb je dit al eens gedaan, log dan in.

Hou de discussie menselijk en inhoudelijk. Reageer bij voorkeur onder je echte naam, met je foto als avatar (via Gravatar).

Toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>