Gerthein Boersma en Rogier Kahlmann maken om beurten je vrijdag onveilig met hun columns.

Spelregel #3: De volgende zaken staan op volgorde, van ‘graag serieus nemen’ tot ‘graag niet te serieus nemen’: A) Het medium games. B) Discussie over het medium games. C) Discussie over discussie over het medium games. D) Jezelf.
Bashers ziet zichzelf graag als een site met een missie. Deel van die missie is het verhogen van het niveau waarop er in ons taalgebied over games gepraat wordt. We zullen je zo snel mogelijk laten weten hoe het daarmee gaat, zodra we zijn uitgepraat over de mensen die over games praten. En dát gesprek kunnen we gaan afronden zodra we uitgepraat zijn over de mensen die praten over de mensen die praten over games.
Er wordt Bashers vaak een arrogant soort navelstaarderigheid verweten, maar feit is dat het overgrote merendeel van de artikelen op deze site gaat over games: gamereleases en gametrailers, gamebedrijven als EA, game-evenementen als de Global Game Jam, et cetera. Een relatief klein deel gaat over gamejournalistiek… maar uitgerekend die stukken trekken de meeste aandacht en reacties. En wat voor reacties. Iedereen die al een paar jaar over spelletjes schrijft, grijpt elke introspectieve scheet die op Bashers gelaten wordt aan om zijn (bijna nooit: haar) plasje te doen over de state of the gamebiz-union. En dan vooral: de rol van deze site en haar schrijvers in dat geheel. “Past dit bij Bashers?” “Is dit de rol van Bashers?” “Is dit niet Bashers onwaardig?” Meta is het nieuwe meta.
Ook badinerende zinnetjes die een mens welbeschouwd alleen uit de mond van z’n bezorgde moeder zou mogen horen (“Maar je hebt zoveel talént, jongen!”) zijn niet van de lucht - vooral aan het adres van collega Kahl. Toch een beetje alsof Hans Kazan wat goedbedoelde goocheltips geeft aan David Blaine. Op een gegeven moment gaat een mens zowaar verlangen naar reacties van het kaliber “First post!”, “Too long; didn’t read” en “Nice site how about free viagra texas holdem online casinos”. Je kunt ons moeilijk verwijten te zeer bezig te zijn met het staren naar de navel van de gamejournalistiek, als je tegelijkertijd constant naar datzelfde kuiltje in ónze buik zit te koekeloeren.

We hebben het er zelf naar gemaakt. We wilden games serieus nemen en zijn dus begonnen die serieus te bespreken. Vervolgens gingen we serieus spreken over de gamejournalistiek en toen ging die gamejournalistiek serieus spreken over dat gesprek. En in die oorverdovende echoput zitten we nu kennelijk zo vast, dat elkaar vliegen afvangen (desnoods over spel- en grammaticafoutjes) meer voor de hand ligt dan reageren op een video over de Global Game Jam waar duidelijk een hoop tijd in is gaan zitten.
De oplossing is dan ook: neem games serieus, maar de hele biz eromheen niet. Die biz lijkt me namelijk bij uitstek iets waar, wanneer van een afstandje bekeken, vooral hartelijk om gelachen kan worden (en ja: bijdragen op dat vlak passen prima bij Bashers!). Nog belangrijker dan dat: laten we onszélf niet te serieus te nemen. Games serieus nemen is een nastrevenswaardig doel… maar laten we wel wezen: we zijn nu ook weer niet bezig met het genezen van kanker of het oplossen van het wereldvoedselprobleem.
Mijn gewaardeerde collega David Nieborg legt momenteel de laatste hand aan een proefschrift over (een aspect van) de videogamebusiness. Ik ben oprecht blij dat hij op die manier bijdraagt aan een serieuzere behandeling van het medium. En ik ben nog blijer dat ik dat proefschrift zelf niet hoef te lezen. Sterker, ik sluit niet uit dat Davids meesterwerk, ongetwijfeld een product van jarenlange gedegen research, in z’n geheel door minder mensen geconsumeerd wordt dan dit blogje, dat tot stand kwam onder het motto “Look ma, no backspace”.
Dit bedoel ik allerminst lullig richting David, ik spreek slechts uit ervaring. Zelf ben ik in 2005 cum laude afgestudeerd in de filmwetenschap; mijn scriptie ging over het postmodernistische gehalte van narratieve wendingen in Hollywoodfilms rond de millenniumwisseling. Laten we zeggen dat dit onderwerp zelden ter sprake komt op momenten dat een boothbabe me uitlegt met welke knop ik Mario laat springen. Ik ben al blij als ik het af en toe in een column kan namedroppen (u had toch hopelijk niet over de woorden ‘cum laude’ heen gelezen? Dat betekent ‘met lof’). Voor mijn zelfontplooiing was het een nuttige exercitie, maar de mensheid is er natuurlijk geen stap verder mee geholpen.
Is dat erg? Nee. Maar het kan geen kwaad om het te beseffen. Als ik een soortgelijk besef heel af en toe kan laten doorsijpelen bij de gemiddelde spelletjeskrabbelaar… kijk, dán is mijn verblijf op deze aardkloot niet voor niets geweest.
