Deze column verscheen eerder in verkorte vorm in Control.
![]()
In december komt de nieuwe film van James Cameron in de bioscoop te draaien: Avatar. In de film reist een mensenleger naar de jungleplaneet Pandora, waar de lange blauwe Na’vi in harmonie met de natuur leven. De soldaten infiltreren het volkje middels de avatars uit de titel: genetisch gereproduceerde Na’vi die de heren besturen door hun brein eraan te koppelen.
Dit is precies wat je doet in videogames: een vreemde wereld infiltreren door je brein via een controller te verbinden met een merkwaardige levensvorm, namelijk een lege huls die je zelf invulling moet geven. En inderdaad, dergelijke schepsels worden sinds gamerheugenis ‘avatars’ genoemd.
Cameron heeft zijn titel niet per se van games, want het woord avatar is overal. Om een greep te doen uit het aanbod: er is een Roemeense deathmetalband die Avatar heet. Er is een gepland Indiaas ruimteschip. Er zijn afleveringen van Stargate, The X-Files en Batman: The Animated Series die de titel dragen. En er is een tekenfilm genaamd Avatar, die volgend jaar als The Last Airbender ook een bioscoopversie krijgt.
Avatar Jezus
Het woord avatar komt uit het Sanskriet, zeg maar het Latijn van het oude India, en betekent “neerdalende” of “incarnatie”. Als een hindoegod neerdaalt in een mensen- of dierenlichaam, is dat lichaam een avatar. Krishna was de achtste avatar van Vishnu. Jezus vond zichzelf in feite ook een avatar.
De eerste bekende gametoepassing van het woord was in de Ultima-reeks van Richard Garriott. In Ultima IV uit 1985 was het einddoel om de Avatar te worden, een spiritueel leider met een voorbeeldfunctie voor het volk van Britannia. In latere Ultima’s was je meteen al avatar, waarna andere RPG’s de term overnamen. De term kwam ook terecht in Habitat, een oervirtuele-wereld van Lucas Arts, uit 1987.
Sciencefictionschrijver Neal Stephenson staat te boek als degene die het avatarprincipe populariseerde met zijn boek Snow Crash, uit 1992. Daarin speelde het Metaverse een belangrijke rol, een soort Second Life avant la lettre. In het boek kon je spelers met buitengewone programmeervaardigheid herkennen aan hun fraaie avatars.
Stephenson zegt trouwens dat hij het woord avatar in deze context zelf heeft bedacht. Hij geeft toe dat het gebruik erg lijkt op dat in Habitat, maar zegt dat hij daar niet bekend mee was toen hij zijn boek schreef. Tja, begin jaren negentig was er nog geen Wikipedia.
Virtueel lichaam
In het verlengde van Snow Crash werd de avatar ook je gebruikersplaatje op forums en de representatie van spelers op de Wii, PlayStation 3 en Xbox 360. In wezen is dit weer iets anders dan de avatars in games: een representatie van jezelf in een virtuele wereld in plaats van een virtueel lichaam waarin je neerdaalt.
Het woord avatar heeft inmiddels zoveel betekenissen dat het tijd wordt voor een uniek woord voor zelfbestuurde gamepersonages. Maar wat? ‘Player-controlled object’ dekt de lading, maar is veel te droog. Heeft iemand die dit leest een briljante suggestie?
